KANGOEROE-WONING; Stamboomhouder van veertig takjes

Mevrouw Ortela zegt dat ze 71 jaar oud is, maar haar kleindochter Hindra (20) spreekt dat meteen tegen.

Goed, bijna 71 dan, geeft mevrouw Ortela toe - ze zijn het wel over meer dingen niet eens. Hindra klaagt over de saaiheid van Almere (“Het liefst zou ik in Amsterdam wonen, met de vader van mijn kind”), haar oma zegt dat de rust van Almere juist heerlijk is en dat Amsterdam niet meer veilig is (“Vroeger kon je daar nog met de ramen open slapen.”). Mevrouw Ortela vindt het vervelend dat de televisie dag en nacht aan staat, Hindra werpt tegen dat zij de tv juist almaar moet aanzetten - dus daarvoor moet hij wel uit hebben gestaan.

In Nederland wonen ouderen zelden in bij hun kinderen. In Almere-Stad bestaat sinds 1982 de mogelijkheid weer samen te wonen, in een zogenoemde kangoeroewoning. Deze van oorsprong Zweedse woonvorm bestaat uit een kleine tweekamerwoning (voor ouders/grootouders) in een grotere vijfkamerwoning (voor kinderen/kleinkinderen). Een gemeenschappelijke voordeur met twee huisnummers, twee bellen, twee brievenbussen, twee naambordjes en binnen twee zelfstandige woningen.

De gemeente Almere ("Kom naar Almere en neem je moeder mee!') hoopte hiermee woningen voor ouderen te realiseren en tegelijktijd te bezuinigen op de professionele zorg. Want de "zorg voor elkaar' is een belangrijke voorwaarde om bij elkaar in te trekken. Er moet een sociale relatie tussen de bewoners bestaan. Op het Deventerpad staan nu tien kangoeroewoningen, waar oudere ouders met hun kinderen wonen.

De familie Ortela heeft het iets anders ingedeeld: Oma woont samen met een dochter, drie kleinkinderen van wie de vader of moeder overleden is en een achterkleinkind in de grote woning. In de kleine zorgwoning woont een zoon die hulpbehoevend is, maar toch op zichzelf wil wonen.

Mevrouw Ortela voelt zich de mater familias. Haar mening is belangrijker dan die van haar dochter of kleinkind. “Ik heb veertig kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen grootgebracht. Eigenlijk ben ik stamboomhouder van veertig takjes. Dus ik weet het ook beter.” Zij betaalt de huur van de grote woning (641 gulden) en haar zoon die van de kleine woning (278 gulden).

Mevrouw Orthela bidt God iedere dag om heel oud te worden. Het zit wel in haar familie (een oom is 105 jaar geworden) maar het is niet gemakkelijk om “oud worden te combineren met gezond zijn”. In een bejaardenhuis zal mevrouw Ortela nooit wonen. Zij is er nog nooit binnen geweest, ze heeft er nooit met anderen over gesproken (“Op de ouderenavonden praten we alleen over leuke dingen en nooit over het bejaardenhuis”) en van haar kleindochter, die stage liep in een bejaardenhuis, heeft ze gehoord dat de kamertjes heel klein zijn. “Nee, als ik dan toch zó oud word dat ik hier weg moet, dan ga ik met een ander kind of kleinkind wonen op Curaçao.”