Jeugd kiepert de fietsen over het hek bij olympische dagen

VALKENSWAARD, 7 JULI. Ze worden alle het grootste sporttoernooi na de Olympische Spelen genoemd. De Spartakiade, de Universiade, de Maccabi-spelen. De World -en de Gay Games volgen. Deze week krijgen de Europese Jeugd Olympische Dagen (EJOD) dezelfde eer. In Valkenswaard strijden jeugdige sporters om goud, zilver en brons. Het olympische ideaal dat meedoen belangrijker is dan zegevieren, gaat voor veel jeugdige atleten op. Want 2800 tieners overnachten met zijn allen in een bungalowpark: het olympisch dorp van Nederland.

Het EJOD-motto "Vrede in Europa, jong beginnen' slaat aan bij de deelnemers. De toppers van morgen zijn tussen de twaalf en achttien jaar oud. Dat sport nog kan verbroederen, wordt duidelijk op het voetbalveld. De pupillen van Rinus Israel worden na afloop van hun gewonnen duel tegen IJsland liefdevol opgevangen door de Nederlandse hockeymeisjes. Coach Rinus, de rots in de branding van weleer, heeft voor hetere vuren gestaan. “Een paar hebben er sjans, zover ik weet. Ik ga 's avonds laat kijken of ze in hun eigen bed liggen. Maar na middernacht geloof ik het wel.” Israel geeft toe dat hij de entourage niet gewend is. “Eten met duizend kinderen. Slapen in een bungalowtje. Nee, het is hier geen Huis ter Duin.”

Tijdens de eerste EJOD, twee jaar geleden in Brussel, sliepen de junioren nog op een campus, ver van het sportterein. De kleinschaligheid van Valkenswaard kun je kindvriendelijk noemen. Zoals de meeste sporten op een klein oppervlak worden afgewerkt. Alleen het zwemmen gebeurt op gepaste afstand, in Eindhoven. Daar halen de Nederlandse deelnemers de meeste medailles, met een uitblinkersrol voor Pieter van den Hoogenband die al twee gouden plakken won.

Het zwemtalent is volgens Ada Kok een “jongen voor de toekomst”. Zij is de chef de mission van de Nederlandse afvaardiging, met tien chefs d'equipes onder zich. Kok heeft het zichtbaar razend druk maar behoudt haar eeuwige glimlach. De walkie talkie binnen handbereik, voor het geval dat.

Zoals bij de diefstal in het olympisch dorp. De fietsen die de jonge sporters mogen lenen, worden door de een over het hek gekieperd en door de ander verkocht aan passanten. Jongeren uit straatarme landen als Moldavië en Montenegro bezondigen zich aan deze lucratieve handel. Ada Kok heeft er wel begrip voor. “Sommige van die kinderen hebben nog nooit zo'n luxe gezien. Vind jij het dan gek? Op een Italiaanse camping gebeurt toch precies hetzelfde.”

De vergelijking wordt wel meer gemaakt. Kok als leidster van een vakantiekamp. De leeuwin en haar welpen. “Als je die guppies ziet bij het ontbijt, schitterend toch?” Toch is deze Vierdaagse volgens de chef de mission meer dan een pedagogisch verantwoord samenzijn. “Er wordt heel serieus gesport. De turners vormen de wereldtop, die nu eenmaal uit jonge kinderen bestaat.” Dat de hockeysters van Finland, die maandag met 25-0 verloren van de Nederlandse B-jeugd, geen topsport bedrijven, geeft zij eerlijk toe. “Dat was een noodoplossing.”

De grootse zorgen had de organisatie vooraf. Het NOC moest al haar relaties aanboren om het dreigende tekort van drie miljoen gulden ongedaan te maken. Het drama met het oog op '92, toen de olympische nominatie van Amsterdam op pijnlijke wijze werd weggestemd, mocht per sé geen voorbode zijn van een nieuw debcle.

Valkenswaard heeft het. Het reusachtige indoor-tenniscomplex blijkt multifunctioneel. Judo, turnen, volleybal en basketbal zitten onder een dak. Hockey, voetbal, tennis, atletiek en wielrennen zijn de sporten in de open lucht. Gisteren was het wisselend bewolkt, dus “ideaal om te sporten” verklaart de rasoptimiste Kok. Zij spoedt zich vervolgens naar de wielerwedstrijd die vooraf ontsierd wordt door een valpartij. De Nederlandse jongens maken een smak op het met diesel besmeurde asfalt. Tim Hiemstra sleept toch nog een bronzen medaille in de wacht. Een EHBO'er verklaart dat de meeste ongelukken in het olympisch dorp plaatsvinden. “Sommige kinderen zitten voor het eerst op een fiets.”