Dood VN-soldaten berooft Italië van illusie

De dood van drie Italiaanse VN-soldaten in Somalië, slachtoffers van een hinderlaag, vormt een keerpunt in de buitenlandse politiek van Italië. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog zijn Italiaanse militairen in de strijd gedood. Omstreeks zes uur vrijdagochtend werd een eenheid van achthonderd man die een wijk in Mogadishu wilde doorzoeken op wapens, onder vuur genomen door bendes van generaal Mohamed Farah Aidid. Drie soldaten werden hierbij gedood en 22 raakten gewond. Voor de Italiaanse troepen die deelnemen aan de VN-macht in Somalië, was het de vuurdoop. En voor het land zelf was het de bevestiging dat oorlog en geweld een plaats hebben in de buitenlandse politiek, ook in die van Italië.

Decennia lang heeft het land het dividend van de nederlaag in de Tweede Wereldoorlog getrokken. Italië had als verliezer geen plaats in de oorlogen en militaire acties die in de jaren na 1945 zijn gevoerd en heeft zich in het algemeen verre gehouden van het internationale geweld. Met onzekerheid en schaamte had dat weinig te maken: in het collectieve onderbewuste is de angst voor Italiaanse soldaten veel minder groot dan die voor Duitse of Japanse. Maar de pacifistische stromingen binnen de christen-democratische regeringspartij en binnen de communistische oppositie waren het met elkaar eens dat oorlog iets was voor anderen. En ook tijdens de Golfoorlog was dit gevoel nog duidelijk aanwezig, al leverde Italië een bescheiden bijdrage aan de strijdmacht die tegen Saddam Hussein in het veld werd gebracht.

De commentator Sergio Romano, oud-ambassadeur in Moskou, heeft als eerste de symboliek onderkend van de dood van Andrea, Stefano en Pasquale, zoals de drie omgekomen militairen hier liefkozend en vol medeleven worden genoemd. “Het is het eind van een historisch tijdperk waarin Italië, net als Japan en Duitsland, geloofde dat een verloren oorlog een onbeperkte immuniteit verleent tegen toekomstige oorlogen,” schreef Romano zondag in La Stampa. Dat dit tijdperk nu definitief voorbij is, blijkt uit de reacties. Italië blijft een door en door menselijk land: vijftigduizend mensen hebben zondag de vochtige tropische hitte van veertig graden in Rome getrotseerd om in het militaire ziekenhuis net achter het Colosseum de laatste eer te bewijzen aan de drie slachtoffers, met bloemen, een briefje, een kus op de baar, een kruisteken. Maar deze emotie, maandag ook voelbaar op de rechtstreeks uitgezonden staatsbegrafenis, heeft nauwelijks geleid tot spreekkoren dat de 2400 Italianen moeten terugkomen uit Somalië. Ook de ex-communistische Democratische Partij van Links, in de Golfoorlog nog vierkant tegen, schaart zich nu achter president Scalfaro's uitspraak dat de vrede een prijs heeft. Voor Amerikanen, gewend aan body bags op de vlucht terug, is dit geen opzienbarende reactie. Maar voor Italianen is dit nieuws dat met grote koppen naar de voorpagina's gaat.

Deze omslag heeft direct te maken met de enorme veranderingen in de binnenlandse politiek. Jarenlang was beleid maken niet meer dan het verdelen van officiële geldstromen en smeergeld, van het handhaven van delicate evenwichten. Politiek was bemiddelen, iedereen iets geven, zodat het corrupte en steeds verder vastlopende systeem nog wat langer kon blijven bestaan. Met premier Giuliano Amato vorig jaar en zeker met zijn opvolger, de in april aangetreden Carlo Azeglio Ciampi, is de daadkracht terug in de Italiaanse politiek. Ciampi stelt doelen en stelt deadlines om ze te bereiken. De politiek laat dingen gebeuren in plaats van te reageren op dingen die gebeuren.

Vandaar het ongebruikelijke schouwspel van een Italiaanse minister van buitenlandse zaken, Beniamino Andreatta, die de traditionele volgzaamheid ten opzichte van de Verenigde Staten verlaat en hardop roept dat Italië het anders wil in Somalië. Na de dood van de drie soldaten zegt Andreatta dat Italië niet wil weglopen, maar meer wil doen.

Andreatta laat al een paar weken bij iedere geschikte gelegenheid blijken dat Italië gefrustreerd is over de manier waarop de VN-soldaten optreden in Somalië. Rome vindt dat een fout is gemaakt door niet in een vroege fase te proberen de verschillende bendes te ontwapenen. En nu ligt volgens Rome teveel de nadruk op militair optreden, terwijl de mogelijkheden voor een politiek vergelijk te weinig zouden worden onderzocht. Andreatta vindt dat de Italiaanse bevelhebber, generaal Bruno Loi, een grotere rol moet krijgen in de besluitvorming. Het argument is dat Italië in zijn voormalige kolonie het terrein het beste kent, en ten onrechte is buitengesloten in het militaire commando. Nu is de Italiaanse rol beperkt tot het verzamelen van inlichtingen en het uitvoeren van de strategie die het Turkse opperbevel over de VN-eenheid samen met zijn Amerikaanse adviseur heeft uitgedacht.

Een typerend commentaar daarover komt van Gianni Baget Bozzo, een priester-politicoloog die uit het ambt is gezet toen hij lid van de socialistische partij werd en voor de niet-katholieke krant La Repubblica ging schrijven. “Wij zijn anders,” zegt Baget Bozzo. “Onze soldaten daar zijn overgeleverd aan de Amerikaanse krachten die alleen maar op militaire manier optreden, terwijl wij traditioneel gewend zijn een alles-omvattende visie te hebben die ook de politieke en menselijke relaties omvat.”

Het is een vertrouwd geluid. De acteur Alberto Sordi heeft ettelijke films gemaakt waarin hij de brave soldaat speelt die meer lacht dan dat hij schiet, en evenveel voor elkaar krijgt. Het is een beeld dat in het collectieve onderbewuste van Italië zit gehamerd, onder de slagzin Italiani brava gente. Maar opnieuw was het oud-ambassadeur Romano die als eerste constateerde dat in Mogadishu ook de mythe van de lachende soldaat zonder vijanden is doorgeprikt, een thema dat meteen is uitgewerkt. “In Mogadishu is een andere overtuiging gesneuveld: dat onze eenheden ... "anders' zijn en met de wapens van de goedmoedigheid, de slimheid en de menselijke warmte kunnen bewerkstelligen wat anderen tevergeefs proberen te realiseren met wreedheid en kracht,” schreef Romano.

Het was een van de eerste zinnen die generaal Loi sprak toen hij vrijdag tegenover journalisten verslag deed over de aanval. “De betovering is verbroken.” Die nieuwe opstelling wordt zichtbaar in de duizenden pamfletten voor de "Somalische broeders' die de Italiaanse troepen maandag hebben uitgedeeld in Mogadishu. Hierin waarschuwen ze dat er voortaan meteen wordt teruggeschoten als militairen onder vuur komen, ook al worden (net als vrijdag) vrouwen en kinderen als een soort schild gebruikt.