Deelraden Amsterdam beperken museumlessen

AMSTERDAM, 7 JULI. De "kunstkijkuren' en "muziekluisterlessen' in Amsterdam dreigen in gevaar te komen door de verregaande autonomie van de scholen en de opdeling van de stad in deelraden. Tot 1990 konden alle basisscholen zich zonder problemen aanmelden bij de gemeente voor deelname aan de cultuurlessen. Nu zijn er deelraden die het aantal aanmeldingen beperken.

Amsterdam kent sinds 1948 een door de gemeente aan de basisscholen aangeboden pakket van tien rondleidingen in de belangrijkste musea van de stad: het Rijksmuseum, het Stedelijk Museum en het Vincent van Gogh Museum. Het kwam voort uit het socialistische ideaal van cultuurspreiding: kunst mocht niet het reservaat van een beperkte groep hoog-opgeleiden blijven. In 1952 werd een soortgelijk model ingesteld voor muziekluisterlessen.

Vorig jaar zijn voor het eerst aanvragen van scholen voor de kunst- en muzieklessen, niet gehonoreerd. In Amsterdam-Noord mochten bijvoorbeeld van de 770 leerlingen die zich hadden aangemeld voor de kunstkijkuren, er maar 533 daadwerkelijk naar de musea. En van de 773 kinderen die waren aangemeld voor de muzieklessen, hebben slechts 395 deze lessen gekregen.

De houding van de deelraden verontrust het bureau servicetaken onderwijs, dat de cultuurlessen organiseert. “In de toekomst wordt het alleen maar erger”, vreest O. den Boer, verantwoordelijk voor de kunstkijkuren. Als de scholen volledige zeggenschap over hun budget krijgen, moeten de relatief dure cultuurlessen (123 gulden per leerling voor de kunstkijkuren, 111 voor de muziekles) concurreren met andere begrotingsposten.

Het "Amsterdams model' werd vanmorgen omstandig geprezen om zijn voorbeeldige invloed op de cultuurdeelname en cultuurspreiding bij de aanbieding van het rapport "Cultuureducatie en cultuurparticipatie' aan minister d'Ancona van WVC. In opdracht van het ministerie van WVC deden de sociologen L. Ranshuysen en H. Ganzeboom van de katholieke universiteit Nijmegen onderzoek naar de effecten van de kunstkijkuren en de muziekluisterlessen op het latere culturele gedrag.

Hun conclusie luidt dat de kunstkijkuren en de muziekluisterlessen in Amsterdam een, misschien niet zo groot, maar wel significant effect hebben op de latere cultuurparticipatie. Dat wil zeggen dat de oud-deelnemers zich meer interesseren voor klassieke muziek en voor beeldende kunst. En hoewel nog altijd meer hoog dan laag-opgeleiden zich interesseren voor kunst en klassieke muziek, hebben de cultuurlessen op de Amsterdamse basisscholen een effect op alle leerlingen, ook die uit sociaal lagere milieus.

Deelnemers aan de kunstkijkuren gaan later vaker naar musea en concertzalen: de onderzoekers vonden bij hen tien procent meer bezoeken aan musea, en twintig procent meer concerten dan bij degenenen die dit onderwijs nooit genoten.

Het frequenter museumbezoek van de oud-kunstkijkers zich niet in het bijzonder op kunstmusea. Integendeel, vooral niet-kunstmusea werden vaker bezocht. Maar volgens onderzoekster Ranshuysen valt dat ook onder de noemer "cultuurparticipatie'. “Die mensen nemen de moeite een instelling binnen te gaan en naar vitrines te kijken, ook al ligt er alleen maar speelgoed in, of poppen. Het is altijd een stap verder dan wezenloos naar de televisie kijken.”

De herinneringen van de ondervraagden over de museumles lijken niet altijd even betrouwbaar. Sommige ondervraagden zijn naar eigen zeggen tijdens de rondleiding in het Rijksmuseum danig onder de indruk geraakt van Jeroen Bosch - die in de collectie niet voorkomt. Hetzelfde geldt voor enthousiaste herinneringen aan Dali en Escher die in geen van de drie musea hangen.