De wereld ligt open voor de zigeuner-jazz van het Rosenberg Trio

"The' Rosenberg Trio opent morgen het Midsummer Jazz Gala, gevolgd door The Manhattan Transfer. Zondag sluit het Trio het North Sea Jazz Festival af samen met violist Stephane Grapelli. 8 t/m 11 juli Congresgebouw, Den Haag.

Het internationale succes van het Nederlandse zigeunerjazz-trio van de drie broers Rosenberg neemt snel grootse vorm aan. De muzikanten, die zondag het North Sea Jazz Festival afsluiten, zijn desondanks zichzelf gebleven.

“Ik hoop niet dat het zover komt dat we lijfwachten nodig hebben, net als bijvoorbeeld Michael Jackson. We willen wel gewoon over straat kunnen blijven lopen en een praatje maken met ons publiek”, aldus contrabassist Nonnie Rosenberg die samen met zijn broer Nou'che, en neef Stochelo al jarenlang een ongelooflijk hecht snarentrio vormt. De vrijheidsdrang die uit zijn woorden spreekt, past bij de Rosenbergs. Ze spelen niet voor niets zogenaamde "gypsy'-jazz, een genre dat afstamt van de legendarische gitarist Django Reinhardt, de keizer van de "woonwagen-swing' (1910-1953). Een gouden kooi is wel het laatste wat ze zich wensen ook al is Michael Jackson dan "ontiegelijk rijk'. Zo welvarend is het Rosenberg Trio nog niet, maar het gaat dit jaar wel aardig de goede kant op. Op 9 juni trad het drietal op in de statige Newyorkse Carnegie Hall, samen met Stephane Grappelli, de nestor van de "hotviool', in de jaren dertig Django Reinhardts compagnon in de befaamde Hot Club de France. Niet minder belangrijk voor de verspreiding van de naam van de Rosenbergs is het nieuwe contract met de firma Polydor. De cd's voor het label Dino, Gipsy Summer en Impressions, liepen helemaal niet slecht maar Dino heeft niet in huis wat Polydor wel vermag: internationale distributie. Via Polygram krijgen de Rosenbergs over de hele wereld voet aan de grond. De nieuwe cd Live at the North Sea Jazz Festival (1992) op het sjieke jazzlabel Verve is inmiddels ook uitgebracht in Frankrijk. Amerika, Canada en Japan zullen spoedig volgen. Het was een rush release, vertelt Rob Greve, perschef van de jazztak van Polydor BV, met als gevolg wat slordigheid wat de vermelding van het repertoire betreft.

“Die jongens spelen gewoon, de titels van stukken zal ze een zorg zijn”. Bij een volgende persing worden de fouten hersteld. Wat de deal met de Rosenbergs inhoudt wil Greve na enig aandringen ook wel kwijt: drie à vier cd's tegen een voorschot van een half miljoen. Geen bedrag om Michael Jackson tot een extra danspasje te verleiden maar niet slecht voor een trio dat het vijf jaar geleden nog voornamelijk van de handel in oud ijzer moest hebben. “Het is heel snel gegaan,” beaamt Nonnie Rosenberg, net als zijn kompanen woonachtig in het Brabantse Nuenen. Voor Seresta, hun eerste cd uit 1990, hadden ze eigenlijk naar Noorwegen gemoeten, maar in vliegen hadden de drie toen maar bar weinig zin. De opnamen werden in Studio '88 in Hilversum gemaakt en gingen kant en klaar naar het Noorse label Hot Club (HCRMC 59). “Het was geen kwestie van hoogtevrees, maar we bleven liever op de begane grond. We wonen hier in het stille, vlak bij de bossen.” De vliegangst is intussen voorbij, het publiek in Carnegie Hall was "verdomd enthousiast', van "zweethanden' is geen sprake meer en de wereld ligt uitnodigend open. Zo heel dorps en honkvast zijn de Rosenbergs trouwens nooit geweest, zeker niet solo-gitarist Stochelo die op zijn twaalfde de gouden stuiver won in het kinderprogramma Stuif es in. Vervolgens werd met succes het Europese zigeuner-circuit verkend voordat in 1989 op het Franse Django Reinhardt Festival de "buitenwereld' er de lucht van kreeg. Stochelo was een gitaristisch genie, dat was wel zeker, een waardige opvolger van de heilige Django. Wie luistert naar de nieuwe cd kan zich in het enthousiasme verplaatsen. De interpretatie van Django-stukken als Minor Swing en Nuages is heel sterk, zo ook die van een swingklassieker als Honeysuckle Rose waarin ster Stochelo als een vorst fraseert. Het trio durft gelukkig verder te gaan: ook Chick Corea, Beatles, Nina Rota en zelfs Sonny Rollins staan tegenwoordig op het repertoire. Een kwestie van meegroeien volgens Nonnie, net als het wennen aan een groter publiek. “Of we nu voor veertig mensen staan of voor vier- of vijfduizend, we geven ons altijd helemaal.”