DE W.A.O. AAANGEPAST; Zelf bijverzekeren

DEN HAAG, 7 JULI. Vandaag staat de "Wet Terugdringing Beroep op de Arbeidsongeschiktheidsregelingen' in het Staatsblad. De wet, die gisteren door de Eerste Kamer is aangenomen, heeft vooral voor toekomstige arbeidsongeschikten gevolgen: hun uitkering gaat na verloop van tijd omlaag, tenzij ze zich particulier hebben bijverzekerd. Voor de meeste werknemers zijn of worden daarover bij CAO-onderhandelingen afspraken gemaakt. De nieuwe wet gaat 1 augustus in.

Mensen die al een WAO-uitkering krijgen, houden hun bestaande uitkering, 70 procent van het laatstverdiende loon. Dat percentage geldt ook voor werknemers die op 25 januari ziek waren, dat sindsdien ook zijn gebleven en arbeidsongeschikt worden. Die 70 procent wordt over maximaal een salaris van ongeveer 70.000 gulden berekend; vandaar dat veel werknemers met een hoger inkomen zich, dikwijls via hun werkgever, al in de oude situatie particulier hadden bijverzekerd.

De bestaande WAO'ers moeten, als ze jonger zijn dan 50, wel allemaal opnieuw worden gekeurd. Het gevolg daarvan kan zijn dat ze hun WAO-uitkering (gedeeltelijk) kwijtraken. Komen ze, als goedgekeurde werknemer, niet aan een baan, dan vallen ze terug op een WW-uitkering of bijstand. De keuringen, uiteraard ook voor nieuwe arbeidsongeschikten, worden eerst om de vijf jaar en later om de drie jaar herhaald. Voor bestaande WAO'ers boven de 50 verandert er niets.

Nieuwe arbeidsongeschikten krijgen aanvankelijk ook een WAO-uitkering van 70 procent, tenzij ze 32 jaar of jonger zijn. De duur van die uitkering hangt ook verder af van de leeftijd en kan variëren van een half jaar voor een 37-jarige tot zes jaar voor een 58-jarige. Wie 59 of ouder is houdt tot zijn 65ste een uitkering van 70 procent.

Ook de hoogte van de zogenoemde vervolguitkering, dus nadat arbeidsongeschikte nog tijdelijk 70 procent had ontvangen, hangt - behalve van het laatstverdiende loon - af van de leeftijd op het moment van arbeidsongeschikt worden. Voor elk jaar dat hij ouder is dan 15 krijgt de arbeidsongeschikte 2 procent van het verschil tussen het minimumloon en zijn laatst verdiende loon. Over het totaal van minimumloon en aanvulling krijgt hij 70 procent. Kortom: hoe ouder de werknemer is op het moment dat hij arbeidsongeschikt wordt, hoe hoger de wettelijke uitkering uitvalt.

De vraag of en in hoeverre iemand arbeidsongeschikt is, wordt straks beoordeeld aan de hand van een nieuw criterium. Daarbij is niet meer het vroegere beroep bepalend, maar de vraag waarmee de (gedeeltelijk) arbeidsongeschikte nog wel zelf de kost kan verdienen.