De verlangens van een tirannieke oude dame

La vieille qui marchait dans la mer. Regie: Laurent Heynemann. Met: Jeanne Moreau, Michel Serrault, Luc Thuillier, Géraldine Danon. In: Amsterdam, Cinecenter.

Hoe vertaalster Jolijn Tevel ook haar best heeft gedaan, vaak met bewonderenswaardig succes, in de ondertiteling gaat toch veel verloren van de charme van La vieille qui marchait dans la mer. In de film naar een roman van San-Antonio alias Frédéric Dard is het spel met de taal een belangrijk element. De beide bejaarde hoofdpersonen, Lady M. en de Roemeense zwendelaar Pompilius, communiceren met elkaar in een wonderlijke mengeling van pompeuze volzinnen en scabreuze schuttingtaal. Beiden leven in de door afpersing en verduistering verworven welstand van "nouveaux riches' op locaties als Guadeloupe, de Côte d'Azur en het Waldorf-Astoria Hotel in New York. Het verschil in taalgebruik verraadt dat die situatie voor Lady M. minder vanzelfsprekend is dan voor haar partner in de misdaad.

De grootste troef van de door Laurent Heynemann, ooit maker van voortreffelijke politiek geëngageerde filmdrama's, geregisseerde film spreekt universeel tot de verbeelding. Voor de titelrol van La vieille qui marchait dans la mer werd Jeanne Moreau terecht verleden jaar met een César onderscheiden. Het is een rijk genuanceerde variatie op haar in talloze films gegroeide personage van de eigenzinnige, geen tegenspraak duldende, sensueel-kwetsbare vrouw, die liefde nodig heeft als zuurstof.

In haar gebeden tot Onze Lieve Heer windt Lady M. geen doekjes om haar wensen. Ook al moet ze door de branding waden om de aderverkalking te verzachten, haar lichaam smacht naar die doerak van een strandjongen, een opportunist en een uitvreter. Ze frommelt hem een bankbiljet toe om haar te vergezellen op haar wandelingen en bidt dat hij haar ooit zal penetreren. De slampamper (mooi gespeeld door Luc Thuillier) gaat deel uitmaken van haar ménage en drukt langzaam de goede Pompilius (minzaam vertolkt door de altijd voortreffelijke Michel Serrault) naar de marge, met fatale consequenties.

Ten slotte komt haar tirannie voor de val; de seniliteit slaat in versneld tempo toe, maar haar besef van het naderende einde maakt haar tevens lucide. De film besluit met de suggestie van een zich eeuwig herstellend elan, maar lang voor die tijd heeft Moreau al onze sympathie gewonnen, als een monster dat nu eenmaal niet anders kan.

La vieille qui marchait dans la mer is bovenal een acteursfilm, met schitterend geschreven dialogen, maar een soms futiel scenario. Dat Moreau en de anderen er met de film vandoor gaan is niet alleen maar iets om je over te verheugen. De bewondering voor hun prestatie vermengt zich met een merkwaardig leeg gevoel, veroorzaakt door een gebrek aan substantie in regie en plot.