Credo begroting is wederom "een tandje minder'

DEN HAAG, 7 JULI. “Schaakt u?”, vraagt de woorvoerder van minister Hirsch Ballin (justitie). “Welnu, de Hangpuntenbrief lijkt op E2-E4, heel traditioneel. Hirsch Ballin antwoordt met E7-E5, ook heel traditioneel.”

Met de Hangpuntenbrief als openingszet van minister Kok (financiën) is de ministerraad gisteren begonnen met het opstellen van de Miljoenennota 1994. Volgens Kok is er geen geld voor nieuw beleid. Dus als ministers iets "extra's' willen, moeten ze het geld op hun eigen begroting bijeen schrapen.

Dit leidde gisteren al tot een meningsverschil met Hirsch Ballin die wil dat alle ministers bijdragen aan de bouw van tweeduizend extra cellen. Het bestrijden van de criminaliteit is een prioriteit van het kabinet, dus moeten alle ministers een steentje bijdragen, is zijn redenering. Bouw en exploitatie van de nieuwe cellen kost volgend jaar ongeveer 300 miljoen gulden.

De komende twee weken spreekt de ministerraad bijna dagelijks over de uitgavenkant van de (verkiezings)begroting, na de zomervakantie worden knopen doorgehakt over de inkomstenkant. Dan wordt ook een beslissing genomen over het politiek gevoelige onderwerp van de inkomensverdeling. “Een daling van de koopkracht is onvermijdelijk”, schrijft Kok. Zonder aanvullend beleid daalt de koopkracht van de sociale minima met 3,75 procent, terwijl mensen met een inkomen van twee keer modaal (ongeveer 80.000 gulden) volgend jaar 1,3 procent minder hebben te besteden. Met deze cijfers de verkiezingsstrijd ingaan, staat gelijk aan "politieke zelfmoord' vindt de PvdA-fractie.

De fractie eist dat de koopkracht van de minima volgend jaar niet méér daalt dan de koopkracht van mensen met een inkomen van twee keer modaal. Mocht dit niet lukken dan is het “sociaal profiel ernstig aangetast en “is de deelname aan het kabinet niet meer te verdedigen”, zei de PvdA-woordvoerder voor het inkomensbeleid Van Zijl. De CDA-fractie heeft nog geen grens getrokken. De christen-democraten wachten de voorstellen van het kabinet af.

De Tour de France moet Kok inspiratie hebben gegeven bij het formuleren van zijn Hangpuntenbrief; een "tandje minder' is - wederom - het credo. Bij de eerste vingeroefening voor de verkiezingsbegroting stelde Kok voor minder te bezuinigen dan strikt noodzakelijk is om de financiël doelstellingen van het regeerakkoord te realiseren. “Met een tandje minder krijg je betere resultaten: een minder diepe recessie, minder werkloosheid, minder langdurig werklozen”, meent Kok.

Volgens het regeerakkoord mag het financieringstekort volgend jaar maximaal 3,25 procent van het nationaal inkomen bedragen. In april berekende Kok dat daarvoor 9,2 miljard gulden aan bezuinigingen nodig zouden zijn. Het kabinet vond dat met bezuingingen van 8 miljard gulden de grens was bereikt; het "tandje minder' bedroeg 1,2 miljard gulden. Met de bezuingingen van 8 miljard gulden zou het financieringstekort volgend jaar op 3,5 procent uitkomen, een fractie boven de afspraak van het regeerakkoord. Afgezet tegen het bruto binnenlands produkt zou het tekort uitkomen op 3 procent en daarmee zou Nederland al voeldoen aan de norm die de EG hanteert voor landen die willen toetreden tot de Economische en Monetaire Unie.

Maar door de stagnerende economische ontwikkeling buitelen de financiële tegenvallers over elkaar heen. Een maand geleden kondigde Kok aan dat een belastingtegenvaller van 2,4 miljard gulden niet zal worden gecompenseerd met extra bezuinigingen. De "tandje-minder-theorie' maakt school. Het gevolg is dat het financieringstekort verder stijgt. Voor volgend jaar wordt een tekort verwacht van 3,9 procent van het nationaal inkomen; ruim boven de afspraak in het regeerakkoord. Ook de EMU-norm wordt met 0,5 procentpunt overschreden.

Maar niet alle financiële tegenvallers worden "verwerkt' in het financieringstekort. Het kabinet moet volgens Kok volgend jaar 1,1 miljard gulden extra bezuinigen om extra uitgaven voor asielzoekers en EG, en minder aardgasinkomsten te compenseren. Het bezuinigingsleed is dan niet geleden: nieuwe tegenvallers dienen zich aan. Het kabinet gaat er bijvoorbeeld van uit dat de ambtenarensalarissen volgend jaar niet stijgen. Het kabinet rekent met nul - hoewel minister Dales (binnenlandse zaken) de rijksambtenaren al een loonsverhoging heeft voorgesteld van één procent - terwijl de bonden 2,5 procent eisen. Ter illustratie: een verhoging met één procent voor alle 850.000 ambtenaren kost de schatkist 500 miljoen gulden.

De bezuinigingen zijn tot nu toe hèt onderwerp van gesprek in de ministerraad, in afwachting van een nota van minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid). Van hem wordt een "delta-plan' verwacht om de werkgelegenheid te stimuleren. Het Centraal Planbureau heeft berekend dat in 1994 en 1994 het aantal volledige banen met 60.000 afneemt. Deze week moet De Vries zijn huiswerk inleveren.