Bouwen aan de groei van het menselijk bewustzijn

Veel jonge mensen zijn het materialisme voorbij. Ze zijn redelijk geslaagd, hebben werk, een huis, een auto, kunnen kopen wat ze willen. Maar er ontbreekt iets. Een leidraad, betrokkenheid. En dus zijn ze op zoek naar meer. Vandaag de negende aflevering van een serie. Fred van Welsem en Bart Versteeg over Het Theosofisch Genootschap.

De spirituele zoektocht van Fred van Welsem zou hem uiteindelijk naar de theosofie voeren. Maar de weg was lang. “In mijn studententijd ontwaakte een scherpe maatschappelijke betrokkenheid. Ik ging dienstweigeren en kwam terecht in de Schilderswijk in Den Haag, waar ik rechtsbijstand verleende aan buitenlanders. Ik zag dat de behoefde aan juridische bijstand er zo groot was, dat ik na mijn vervangende dienstplicht in de Schilderswijk ben blijven hangen.”

In 1979 startte Fred een praktijk als sociaal advocaat in de wijk die toen nog voor 40 procent uit allochtonen bestond. “Nu is dat percentage 80 à 90. Ik werd de "Turkenadvocaat' genoemd. Maar het wereldje van linkse welzijnswerkers begon me steeds meer tegen te staan. De maatschappelijke bevlogenheid was mij te oppervlakkig. Er werd hoog opgegeven over betrokkenheid met de medemens, maar er was geen tijd om een zieke grootmoeder te bezoeken. Zodra iemand een goede baan kreeg, was het afgelopen met het idealisme.”

Door deze ervaring raakte Fred meer en meer genteresseerd in de ware drijfveren van de mens. De kerk (“te dogmatisch”) noch de wetenschap hielp hem verder. Ronduit negatief was zijn ervaring met de New-Age beweging. Fred: “Commerciële geldklopperij en nog gevaarlijk ook, want ik zag verscheidene mensen na een New Age-cursus bij de psychiatrische hulpverlening belanden. Het is één grote ego-trip, waarbij maatschappelijke betrokkenheid geen enkele rol speelt.”

Bij de Vrijmetselarij vond Fred wel enige aanknopingpunten. “Daar werd me duidelijk dat de wereld om ons heen niet uit zichzelf kan bestaan, maar dat er een werkende kracht achter zit. Wat me ook aansprak, was dat de Vrijmetselarij haar leden beter wil laten functioneren in de samenleving. Ik ben nog steeds lid van de Loge. Maar wat ik miste, was een filosofie die oplossingen biedt voor maatschappelijke problemen.”

Via een kennis uit de Loge kwam Fred in contact met Het Theosofisch Genootschap. Hij was toen 29. “Tijdens de eerste voordracht die ik bijwoonde ging er een wereld voor me open. Het was een feest der herkenning. Dingen die ik al jaren vaag had aangevoeld, werden in één klap helder. Bijvoorbeeld dat alle religies in beginsel hetzelfde zijn en dat alleen de vormen verschillen. Of de stelling dat het leven zich ontwikkelt van binnen naar buiten. Zoals een boom ontstaat uit een klein zaadje, zo bloeit ook het menselijk bewustzijn op vanuit één gemeenschappelijke oorsprong. Volgens de Theosofie is er één bewustzijn, dat zich uit in vele individuele verschijningsvormen. Via de rencarnaties van het individu doet het totale bewustzijn steeds meer ervaringen op en groeit uit. Dergelijke ideeën klinken misschien abstract, maar in de voordrachten wordt steeds een link gelegd met het leven hier en nu. Toen speelden allerlei vragen op medisch gebied, of bepaalde ingrepen wel gedaan moeten worden. Vanuit de Theosofie leer je dan dat het lichaam slechts een manifestatie is van het bewustzijn en dat iedere ziekte dus een gevolg is van een oude of recente disharmonie in het denken. Deze houding was precies wat ik zocht: maatschappelijke betrokkenheid vanuit een duidelijke spirituele visie.”

Ook Bart Versteeg (35, fotograaf) werd tijdens de eerste voordracht die hij bezocht gegrepen door de Theosofie. “Het was alsof alles wat ik diep in me wel wist, plots op z'n plaats viel. Ik hoorde tal van nieuwe oplossingen voor maatschappelijke problemen. Het mooie van de theosofie is dat alles beredeneerbaar is. Als er wordt opgeroepen tot broederschap en altrusme, gebeurt dat niet vanuit emotionele, maar vanuit rationele motieven. Broederschap is een feit van de natuur, te verklaren vanuit ons gemeenschappelijk bewustzijn.”

Zowel Bart als Fred volgden na de eerste voordrachten de cursussen "anders denken' en "levenswijsheid' waarin de grondslag wordt gelegd voor de theosofische theorievorming. Bart: “De Theosofie is gebaseerd op de zeven juwelen van wijsheid, zoals bijvoorbeeld rencarnatie en karma, de wet van oorzaak en gevolg. In de cursus "levenswijsheid' staan de zeven juwelen centraal. Maar je begint met het leren kennen van je eigen denkvermogen in de cursus "anders denken'. Na deze opleiding heb je de sleutels in handen om te kunnen omgaan met de meest voorkomende wereldproblemen. Honger? Je weet: in een volgend leven heeft iedereen weer een kans. En vanuit het gemeenschappelijk bewustzijn voel je hun lot ook als je eigen lot. Dat neemt overigens niet weg dat honger een grove onrechtvaardigheid is die we met alle middelen moeten bestrijden.”

Na het volgen van de cursussen werden Bart en Fred lid van Het Theosofisch Genootschap. Het Genootschap heeft zo'n 200 leden. Daarnaast is er ook nog de Theosofische Vereniging. Deze tweedeling gaat terug op een splitsing in de Theosofical Society aan het eind van de vorige eeuw. Bart: “Het aantal leden zegt niets. Veel mensen zijn van nature theosoof, terwijl leden van het Genootschap geen theosoof hoeven te zijn. We weten dus niet hoeveel theosofen er in Nederland rondlopen.”

De Theosofie beleefde een mondiale bloeiperiode in de jaren twintig, toen de hinduknaap Krishnamurti werd herkend als de rencarnatie van de nieuwe wereldleraar. Na een speciale opvoeding werd hij met veel tam-tam gepresenteerd als "de komende Christus'. Zelfs waren er twaalf discipelen geselecteerd. Maar na korte tijd keerde Krishnamurti zich van de beweging af en begon op basis van zijn wereldwijde bekendheid een zeer succesvol eigen zingevings-imperium. Als reden voor zijn ommezwaai voerde hij aan dat een echte leider geen volgelingen kan hebben, maar de mens juist aanzet tot zelfstandigheid. Het is een traumatische gebeurtenis in de theosofische beweging. Bart en Fred kunnen er niet genoeg de nadruk op leggen dat het juist de andere richting was ("de Vereniging') die Krishnamurti naar voren wilde schuiven.

Bart noch Fred voelt zich een wereldleraar. Wel besteden ze veel tijd aan vrijwilligerswerk voor het Genootschap en proberen ze hun theosofische levenshouding te laten doorklinken in hun vak. Bart: “Als fotograaf kan ik dat doen door betrokkenheid te tonen. Ik doe bijvoorbeeld veel aan minderheden. Verder gedraag ik me niet zoals andere fotografen die je vaak agressief wegduwen en in geen enkel opzicht rekening houden met wie ze fotograferen. Ik zal mijn medemens altijd respecteren.”

Fred , nog altijd advocaat in de Schilderswijk: “Je helpt mensen niet door ze hun problemen uit handen te nemen. Je kunt ze beter leren hoe ze zichzelf kunnen helpen. We bouwen pas echt mee aan de groei van het menselijk bewustzijn, als we mensen helpen om hun eigen problemen op te lossen. Daarvoor is werkelijke kennis nodig. Die is te vinden in de Theosofie.”