Bewind Nigeriaanse president wankelt

“Soms spijt het me dat ik een Nigeriaan ben”, verzuchtte gisteren een inwoner van Lagos, Nigeria's grootste stad, tegenover een journalist van het persbureau Associated Press, terwijl buiten tienduizenden woedende betogers die het vertrek van de militaire regering eisten in botsing raakten met de politie. Niet lang daarna gaf minister van defensie Sani Abacha het leger opdracht de politie te helpen bij het herstellen van de orde in Lagos.

De interventie van de strijdkrachten leek vanmorgen inderdaad tot meer rust op straat te leiden. Maar veel reden tot vreugde is dat niet. De politieke impasse in Nigeria, die in de allereerste plaats is te wijten aan het militaire bewind van president Ibrahim Babangida zelf, duurt immers onverminderd voort. Intussen zakt het potentieel rijke Nigeria steeds dieper weg in de neerwaartse spiraal waarin het zich intussen al een jaar of tien bevindt.

Generaal Babangida is gewikkeld in een strijd voor zijn politieke leven. Het gemak waarmee hij de afgelopen maanden van eerdere besluiten en beloftes is teruggekomen mag de indruk wekken dat Nigeria wordt bestuurd door een autocraat die kan doen en laten wat hij wil, in werkelijkheid weerspiegelt dit slechts het wankele karakter van zijn bewind.

Het beste voorbeeld hiervan was de klucht rond de inmiddels geannuleerde presidentsverkiezingen van 12 juni. In de maanden voorafgaande aan de verkiezingen regisseerde Babangida zorgvuldig welke partijen hieraan zouden kunnen deelnemen. De ene partij, de Sociaal-Democratische Partij (SDP) onder leiding van Moshood Abiola, mocht een beetje naar links overhellen; de andere, de Nationale Republikeinse Conventie (NRC) van Bashir Tofa, was iets conservatiever. De presidentskandidaten, die het beiden op dubieuze manier tot miljonair hadden geschopt, waren goede bekenden van Babangida, zodat deze dacht niet voor onaangename verrassingen te zullen komen te staan bij welke uitslag dan ook.

Bij herhaling verklaarde Babangida vooraf plechtig dat hij eind augustus de macht zou overdragen aan de winnaar van deze verkiezingen. Hoewel de verkiezingen op het laatste nippertje nog bijna werden afgelast door toedoen van een groepje Babangida-getrouwen, konden de Nigerianen op 12 juni toch naar de stembus.

Veel Nigerianen die de exercitie in democratie van Babangida niet erg serieus namen, bleven thuis. In sommige streken bracht slechts vijf procent zijn stem uit. Niettemin verliepen de verkiezingen volgens onafhankelijke waarnemers voor Afrikaanse begrippen eerlijk. Onofficiële uitslagen duidden op een overtuigende overwinning van Abiola.

Daarmee begonnen voor Babangida echter de problemen. De rest van de legertop bleek er namelijk niet van overtuigd dat de komende president de belangen van de militairen voldoende zou behartigen. Het blad Africa Confidential bericht dat vooral de machtige chef van de inlichtingendiensten, Halilu Akilu, zich bezorgd toonde dat Abiola schendingen van de mensenrechten en corruptie van hoge militairen zou gaan onderzoeken. De eveneens invloedrijke minister van defensie, Abacha, had zich altijd al verzet tegen het overdragen van de macht aan een burgerlijk bestuur. Babangida moest er bovendien rekening mee houden dat ook de lager geplaatste militairen, die nauwelijks hadden geprofiteerd van de corruptie waaraan de generaals zo rijk waren geworden, steeds meer begonnen te mokken en meer geld wilden zien.

Dat met een man als Akilu niet valt te spotten, was Babangida al pijnlijk duidelijk geworden in de aanloop naar de verkiezingen. Akilu's geheime dienst wilde een Amerikaanse diplomaat die had gedreigd met sancties indien Nigeria de verkiezingsuitslag niet zou respecteren, meteen het land uitzetten. Daarop, aldus opnieuw Africa Confidential, dokterden Babangida en de Amerikaanse diplomaat een compromis uit, op grond waarvan de diplomaat toch nog enkele weken kon blijven. Akilu legde dit akkoord echter rustig naast zich neer en zette de diplomaat de volgende dag zonder pardon op het vliegtuig.

In het nauw gedreven verklaarde Babangida vervolgens op 16 juni dat de verkiezingen wegens vermeende onregelmatigheden werden geannuleerd. Enige tijd later kondigde hij aan dat er nieuwe verkiezingen zouden worden gehouden waaraan echter Abiola en Tofa niet meer mee zouden kunnen doen.

De militaire president speelde daarmee hoog spel. Maar al te gemakkelijk zou de annulering immers kunnen resulteren in ongeregeldheden, die het toch al labiele evenwicht tussen het islamitische noorden en het christelijke zuidoosten zouden kunnen verstoren. Abiola, hoewel zelf een moslim, is immers uit het zuiden afkomstig en had ook daar veel steun gekregen. De zuiderlingen zouden het ongetwijfeld als een geweldig affront beschouwen wanneer de vanouds door het islamitische noorden gecontroleerde regering hun president zou verwerpen. Bovendien joeg Babangida het buitenland tegen zich in het harnas, dat dan ook meteen Nigeria besmet verklaarde en de hulp staakte.

In Nigeria zelf bleef het echter, afgezien van incidentele relletjes, tot veler verbazing betrekkelijk rustig. Pas deze week begon de beweging tegen de annulering van de verkiezingen op stoom te komen. Dat resulteerde in de bloedige rellen in Lagos van maandag en gisteren, gevolgd door de interventie van het leger.

Nu zit Babangida tussen twee vuren. Doet hij concessies aan de bevolking, dan dreigt hij de onmisbare steun van het leger te verliezen. Kiest hij echter voor een verlenging van de ordinaire militaire dictatuur die Nigeria sinds 1983 met haar corruptie al aan de rand van de afgrond heeft gebracht, dan weet hij dat hij steeds harder zal moeten optreden om de bevolking onder controle te houden en dat Nigeria tot een paria in de wereld zal worden. Het laatste scenario lijkt op het ogenblik echter het waarschijnlijkste.