Zeker 28 doden bij aanval PKK in O-Turkije

ANKARA, 6 JULI. Ten minste 28 dorpsbewoners zijn gisteravond gedood bij een aanval van de extreem-linkse Koerdische Arbeiders Partij (PKK) in de Oostturkse provincie Erzincan. Volgens voorlopige berichten werden tussen de 50 en 60 huizen van het dorpje Basbaglar door de Koerdische guerrillastrijders in brand gestoken. Zeker drie dorpsbewoners werden gewond.

De PKK heeft evenals het Turkse leger de guerrilla-oorlog in het Koerdische zuidoosten van Turkije opgevoerd sinds het eenzijdige staakt-het-vuren op 24 mei door PKK-leider Abdullah Öcalan werd opgeheven. De PKK-aanvallen richten zich de laatste tijd vooral tegen de circa 39.000 dorpswachters, die op last van de Turkse staat met name de veiligheid in die nederzettingen moeten bewaken waar zich geen militaire posten bevinden.

De Koerdische bevrijdingsorganisatie heeft de dorpswachters, die als verraders worden beschouwd, herhaaldelijk opgeroepen om de door de staat verschafte wapens neer te leggen. Zij die hieraan geen gehoor gaven zijn nu een belangrijk doelwit van de PKK.

Koerdische parlementariërs zeggen dat ook het Turkse leger de strijd meedogenloos heeft opgevoerd. In de afgelopen maand zouden zeker 25 dorpen in Zuidoost-Turkije door het leger zijn overvallen, waarbij de huizen grotendeels in as werden gelegd of werden gebombardeerd. Deze strijdmethode heeft tot doel de Koerdische dorpsbewoners naar de nabijgelegen steden te drijven om zo de logistieke ondersteuning van de PKK te ondermijnen.

Een groep dorpshoofden uit Zuidoost-Turkije brengt momenteel een bezoek aan Ankara om te protesteren tegen de brute operaties van de Turkse veiligheidstroepen, waarbij hun dorpen worden overvallen en hun huizen worden vernietigd. Premier Tansu Çiller heeft gisteren in een vraaggesprek in de Turkse pers echter laten weten dat als de PKK de guerrillastrijd verder opvoert in Zuidoost-Turkije het leger niet zal schromen hetzelfde te doen. Bovendien sloot ze hervormingen op korte termijn uit.