Vooral Britse marine getroffen door nieuwe ronde bezuinigingen

LONDEN, 6 JULI. De marine is het belangrijkste slachtoffer van een nieuwe ronde van bezuinigingen op de Britse defensie. Van de veertig fregatten en torpedobootjagers die Groot-Brittannië nu heeft zullen er vijf uit de vaart worden genomen. Het aantal mijnbestrijdingsvaartuigen wordt teruggebracht van 34 naar 25. Vier onderzeeboten met dieselmotoren van het type Upholder, die in 1995 in de vaart zouden worden gebracht, gaan in de mottenballen of zullen worden verkocht.

De Britse minister van defensie, Malcolm Rifkind, zei dat de genomen maatregelen een weerspiegeling vormen van de veranderende veiligheidsbehoeften. De activiteit en omvang van de vloot van de voormalige Sovjet-Unie is dermate afgenomen dat de dreiging, vooral van onderzeeërs, in het noordelijk deel van de Atlantische Oceaan aanzienlijk is afgenomen.

Het aantal Tornado F-3 gevechtsvliegtuigen wordt met dertien teruggebracht. Dat betekent dat een squadron wordt opgeheven. “Wij zijn van oordeel dat een contingent van honderd Tornado F-3 gevechtsvliegtuigen met ingang van 1 april 1994 volledig in staat zal zijn het luchtruim van het Verenigd Koninkrijk te verdedigen en beantwoordt aan de verplichtingen die we hebben aan de snel inzetbare strijdkrachten van de NAVO”, aldus het gisteren uitgegeven witboek van het ministerie van defensie.

De basis van de Britse defensie blijft de onafhankelijke nucleaire afschrikking, stelt het ministerie. Later dit jaar krijgt Groot-Brittannië de beschikking over de eerste van vier Trident-onderzeeërs. Geleidelijk zullen de onderzeeërs met Polarisraketten uit de vaart worden genomen.

De genomen maatregelen zijn onderdeel van een nieuwe ronde van bezuinigingen die in totaal drie miljard gulden (op een totaal van 72 miljard) moet opleveren om aldus het begrotingstekort terug te brengen.

De Britse landstrijdkrachten zijn grotendeels buiten schot gebleven bij deze nieuwe bezuinigingen. Eerdere besparingen in 1990 brachten de omvang daarvan al terug van 156.000 naar 116.000. In februari werd dit aantal weer bijgesteld tot 119.000 omdat bleek dat de reductie iets te drastisch was geweest. Zowel de Britse activiteiten in Noord-Ierland als de deelname aan operaties van de Verenigde Naties vergen meer manschappen dan aanvankelijk voorzien.

Minister Rikind toonde zich principieel bereid tot Britse deelname aan VN-operaties al voegde hij eraan toe zich wel zorgen te maken dat een dergelijke deelname verplichtingen met zich meebrengen die in beginsel onbeperkt in tijd zijn. “We geloven dat er ruimte is voor een rotatie in troepenleveranciers, zodat de verplichte deelname aan een lange-termijnoperatie gespreid wordt over alle lidstaten van de Verenigde Naties”, aldus de minister.

Critici van de nieuwe maatregelen wijzen erop dat die eerder zijn ingegeven door bezuinigingsdrift en minder door overwegingen van militaire strategie. Het Conservatieve Lagerhuislid Julian Brazier: “We hebben allemaal geaccepteerd dat er substantiële veranderingen dienden te worden doorgevoerd nadat de Berlijnse Muur omver was gehaald, maar ik maar me zorgen dat we nu te ver en te snel gaan.” (Reuter, AP)

Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van defensie zegt dat de Britse bezuinigingsoperatie geen consequenties heeft voor de bestaande samenwerking tussen de Nederlandse en Britse marine. De bezuiniging kwam in Den Haag niet als een verrassing. “Minister Ter Beek heeft regelmatig overleg met zijn Britse collega”, aldus de woordvoerder. “We waren op de hoogte.”