Van Miert: subsidie nekt interne markt

BRUSSEL, 6 JULI. De lidstaten van de EG subsidiëren meer en meer het nationale bedrijfsleven en brengen zo de interne markt en de vrije concurrentie in groot gevaar.

Deze waarschuwing liet commissaris Van Miert (concurrentie) gisteren tijdens een voordracht in Bonn horen. Hij wees erop dat de lidstaten tegen elkaar aan het opbieden zijn met staatssubsidies, vooral in de staalsector. Maar ook in andere “tot voor kort als welvarend beschouwde” sectoren rukken de overheidsinterventies op. Dat gebeurt niet alleen onder druk van politici en vakbonden, maar “evenzeer onder druk van de industrie zelf”.

Van Miert zei ook dat de lidstaten voor steeds meer regio's staatshulp claimen. “Wij constateren helaas dat de lidstaten de regels van het communautaire spel steeds minder lijken te kennen.” Er wordt “puur en simpel” geld gegeven, aldus Van Miert. Op termijn snijden de lidstaten hiermee zichzelf in de vingers, omdat er overal in de EG problemen zijn met groeiende overheidstekorten.

Van Miert bekritiseerde expliciet de lidstaten Italië en Spanje, die weinig animo tonen om op aanwijzing van Brussel de subsidies voor de staalindustrie te verminderen. Hij vreest dat de politieke basis voor de interne markt ondergraven wordt als de lidstaten de Commissie niet toestaan haar taak als "onafhankelijke arbiter' bij staatshulp te spelen. Van iedere staatssubsidie in een lidstaat moet kunnen worden aangetoond dat die ook in het belang is van industrie in de andere elf lidstaten. Ook bestaat er een gevaar voor een "deloyale concurrentie' tussen de nationale industriën als ieder voor zich om staatssubsidies gaat werven. Dat zou niet alleen de sanering van de staalsector in gevaar brengen, maar mogelijkerwijs ook de interne markt.

De Europese commissie beoordeelt ieder jaar ongeveeer 1000 gevallen van staatssubsidie, waarvan de helft in de industrie en dienstensector. Daarmee is ongeveer 100 miljard Ecu gemoeid. “Er bestaat in de huidige economische en politieke omstandigheden een duidelijke groeitendens”, aldus van Miert. Hij wees er op dat de rijke landen in de EG - Italië, Frankrijk, Duitsland en Engeland - de meeste subsidie geven (742 ecu per werknemer). De arme vier - Griekenland, Portugal, Ierland en Spanje - geven slechts 428 Ecu. Dat brengt de doelstelling van de economische cohesie in Europa in groot gevaar, zo meent Van Miert. “Om die reden zal in geen enkel geval een toename van de staatshulp in de rijkere landen worden toestaan.”