"Tudjman is bron van de mislukking'; "Van de meest belovende ondernemers is er geen meer over'; "De huidige heersers gebruiken de economie voor zelfverrijking'

ZAGREB, 6 JULI. “Twee gegevens kenmerken de economische politiek van het huidige regime in Kroatië: incompetentie inzake economische aangelegenheden en gebrek aan verantwoordelijkheidsbesef”. Branko Horvat (64), eens een van de meest prominente economen van Joegoslavië maar nu - naar hij zelf zegt om politieke redenen - weggewerkt als professor aan de universiteit van Zagreb, en voorzitter van een linkse oppositiepartij, de SDU, neemt bepaald geen blad voor de mond. “De huidige heersers van de HDZ (de regerende nationalistische partij in Kroatië) gebruiken de economie voornamelijk voor persoonlijke verrijking en hun familieleden, zij speculeren en roven. Het bontst maakt misschien president Tudjman het nog wel. Zelf betaalt hij geen belasting en kocht een villa uit staatseigendom voor een tiende van de werkelijke prijs. Een dochter van de voorzitter van het parlement, die niet als rijk bekend stond, verwierf een miljoen dollars waarde aan aandelen. En ga zo maar door. Een prominent politicus heeft een welgevallig oog laten vallen op het huis waar mijn dochter woonde: de politie heeft de deur geforceerd en het meubilair op straat laten zetten”.

“Bij de verkiezingen in 1990 zei de HDZ in haar campagne, dat haar economisch programma nog geheim moest blijven. Nou, dat geheim is tot op de huidige dag perfect bewaard gebleven. Ze weten niets van economie en het kan ze ook niets schelen. Ze zijn alleen genteresseerd in macht”.

De laatste jaren van Joegoslavië werden gekenmerkt door een doorbraak naar markteconomie, privatisering en convertibiliteit van de dinar, onder de federale premier Ante Markovic. In hoeverre is er in Kroatië nu van regressie sprake? En kan het succes van de nationalisten worden uitgelegd als een wijdverbreide weerstand tegen economische hervormingen?

“Markovic was geen groot econoom, maar een zakenman. Hij heeft veel vergissingen gemaakt, hij had het beter kunnen doen. Maar in vergelijking met wat we nu hier hebben, was het beleid-Markovic natuurlijk oneindig veel beter. De dinar was bijna een harde valuta, de inflatie bijna nul. Halverwege 1990 was de situatie bijna normaal. Maar alle politici waren tegen Markovic: de Servische omdat Markovic een Kroaat was en dus geacht werd tegen Servië te werken, de Kroatische omdat Markovic een Kroaat was, maar geen Kroatisch nationalist. De Slovenen hadden niet langer zin, de armere republieken in het zuiden van Joegoslavië te steunen.

“In feite was er al sinds het begin van de jaren tachtig sprake van een permanente crisis in de Joegoslavische economie. Die economie liep niet echt terug, maar stagneerde, en de werkloosheid nam toe. Het rotatiesysteem van nationale politici in de federale organen zorgde voor de opkomst van derderangs-politici: een jaartje overleven, vlug een baantje en een woning voor jezelf regelen, en je was alweer weg.

“Er was een algemeen gevoel van malaise in de maatschappij. Gewone mensen verwoorden hun frustratie niet in economisch-wetenschappelijke termen, gewone mensen denken dat er een ander is, die hen uitbuit. Kroaten, Serviërs, Slovenen - zij allen voelden zich uitgebuit. En overal zag je dus de bereidheid, de eigen gemeenschap af te sluiten voor de zogenaamde uitbuiters, het begin van het verschijnsel van de afscheidingen. Het door het communisme achtergelaten ideologische vacuum werd bovendien opgevuld door de primitiefste van alle ideologiën, het nationalisme.

“Ik zou zeggen dat de markteconomie op zich populair was in Joegoslavië, tenslotte hadden we in dit land al sinds 1952 een vorm van markteconomie. In 1990 was er veertig jaar ervaring met het marktmechanisme in Joegoslavië, en de markt werd algemeen aanvaard.”

Wat zou er in Kroatië economisch-politiek moeten gebeuren om uit de impasse te geraken?

“Ten eerste moeten we ons ontdoen van Tudjman en zijn HDZ, als de voornaamste bron van de mislukking. En op de lange duur moet, geloof ik, Kroatië streven naar economische integratie met alle omringende economieën. U moet niet vergeten dat we hier nog steeds over markteconomische- en financiële instituties beschikken, waarover de landen uit het vroegere Sovjet-blok slechts konden dromen. Daarin ligt de toekomst, we moeten ons dus niet isoleren.

“Maar de regerende partij doet dat nu juist - nationalisme, dat is in de eerste plaats jezelf isoleren. Niets vinden ze mooier dan grensposten optrekken en handelstarieven opstellen. In werkelijkheid zou je er alles aan moeten doen, de handel met Servië en Slovenië weer op gang te brengen. De Slovenen zien dat beter in dan de regeerders in Zagreb, maar daar hebben ze dan ook een betere kwaliteit politici, niet het soort dat nonsens-beslissingen neemt.”

Is er in het bedrijfsleven voldoende kader voor een moderne economie?

“Drie of vier jaar geleden deed een collega van mij, professor in de sociologie, een onderzoek onder 25 ondernemers in de regio Zagreb, die destijds als de meest belovende werden beschouwd. Twee jaar later, waren er van hen nog maar vijf op hun post, nu geen één meer. De HDZ, net als het vorige regime trouwens, werkt bijna alleen met politieke criteria en maalt niet om kundigheden. Een oud-studente van mij, van Macedonische afkomst en niet genteresseerd in politiek, had een baan bij INA (de Kroatische oliemaatschappij, red.) Onlangs had ze een gesprek met haar directeur. Die stelde in het geheel geen belang in haar werkresultaten, in de extra opleidingen die ze volgde. Hij vroeg alleen maar: steunt u de politiek van president Tudjman? Mijn oud-studente wist niet precies wat ze daarop moest antwoorden, vooral ook omdat ze dus Macedonische is. "Politiek niet betrouwbaar', dacht de directeur. En daar vloog ze al de laan uit.”

In Servië kan de regerende partij, de SPS, in vele opzichten worden beschreven als een voortzetting van de communistische partij onder nationalistische vlag. Het gebrek aan economische hervorming daar lijkt mede uitdrukking van een succesvolle poging van de oude kaders, hun macht over het economisch leven te conserveren. Hoe staat dat met de Kroatische HDZ? In hoeverre conserveert die partij de macht van de oude kaders?

“De omstandigheden zijn nu niet slecht vanwege het communisme. Inderdaad, in Servië is sprake van personele continuteit, in de slechtst mogelijke vorm. Misschien moet je zeggen dat het communisme en socialisme in Servië niet zeer diep gingen, dat ze makkelijk tot nationalisme omgebouwd konden worden. Maar als je iets goeds kunt zeggen van het communisme dan is het misschien wel dat het niet leidde tot nationalistische bewustzijnsvernauwing. Stalin, een Georgiër nota bene, kon dictator over Rusland worden. Veranderingen in mentaliteit en traditionele houdingen gaan langzaam in Servië, en de oude vormen zijn bij de eerste mogelijkheid teruggekeerd.

“Bij ons in Kroatië is het beeld anders, hier is een hoop revanchisme. Al die emigranten die voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog naar Kroatië zijn teruggekeerd, lijden vaak zeer sterk aan revanchistische gevoelens. Velen van hen zijn in het buitenland economisch helemaal niet zo succesvol geweest, als ze het wel willen doen voorkomen. Maar ze spelen in de regerende partij een grote rol.”

Hoe gaat de Kroatische leiding om met het Internationale Monetaire Fonds en andere internationale instituties als de Europese Investeringsbank, die het land uit de put zouden kunnen halen?

“De HDZ voert een politiek van volledige isolering. Het IMF komt niet in beweging voordat het financieringstekort van een land onder de vijf procent ligt. Wij hebben hier echter een financieringstekort van zestien procent, waarmee de oorlog wordt betaald. En zolang het IMF niet met standby leningen over de brug komt, kun je bijstand van andere internationale instituties wel vergeten. Tudjman is er wel in geslaagd een Turkse lening van honderd miljoen dollar los te peuteren, curieus. En het schijnt dat de Europese investeringsbank nadenkt over mogelijke steun aan Kroatië.”

Tudjman en de zijnen voeren ter rechtvaardiging van het feit, dat het gemiddelde inkomen nu onder de tegenwaarde van honderd mark per maand gedaald is, vooral de bezetting door de Serviërs van een derde van Kroatië aan. Is dat een valide argument?

“Het is minder dan een derde, maar enfin. De bezette gebieden zijn voor het grootste deel economisch onderontwikkeld, veelal agrarisch en zonder veel belangrijke industrie. Maar toch is de industriële produktie onder het bewind van de HDZ gehalveerd. Dat kan dus niet door de bezetting komen”.