Soeharto: G-7 moet hulp niet koppelen aan mensenrechten

TOKIO, 6 JULI. President Soeharto van Indonesië, op bezoek in Tokio aan de vooravond van de wereldtop van de G-7, heeft er bij Japan op aangedrongen dat de G-7 de kwestie van de mensenrechten niet koppelt aan Westerse ontwikkelingshulp.

Soeharto deed dat in zijn hoedanigheid van voorzitter van 108 zogeheten niet gebonden landen tijdens een ontmoeting met de Japanse premier, Kiichi Miyazawa; hij is voorzitter van de wereldtop die morgen in Tokio begint. De niet gebonden landen zijn de landen die tijdens de Koude Oorlog noch partij voor Amerika wilden kiezen noch voor de Sovjet-Unie.

In een tien bladzijden tellende boodschap, getiteld 'Uitnodiging tot dialoog', zegt de club van Soeharto dat zij bezorgd is dat meer en meer hulp naar Rusland en de landen in Oost-Europa gaat ten koste van de traditionele ontwikkelingslanden. Ze waarschuwt voor de contraproduktieve gevolgen die de economische regionalisering in het Westen heeft op de arme landen in het zuiden.

Soeharto, die graag namens zijn club had willen deelnemen aan de wereldtop maar dat niet mocht van de G-7, vertelde Miyazawa dat de G-7 zich zou moeten concentreren op de schulden van de ontwikkelingslanden en de vastgelopen wereldhandelronde van de GATT.

Waarnemers menen dat de Japanse (demissionaire) regering zeer blij is met de komst van Soeharto naar Tokio. Ze kan nu de overige leden van de G-7 (Amerika, Duitsland, Frankrijk, Groot-Brittannië, Italië en Canada) tonen dat althans Japan het beste voor heeft met de arme landen. Zo zou de Japanse regering een substantieel deel van het Japanse handelsoverschot willen uitlenen aan deze landen, om zo de Westerse kritiek op de Japanse handelspraktijken te pareren en mooi weer te spelen in de arme landen. Maar uit de arme landen is ook kritiek gekomen op Japan. We hebben geen behoefte aan nieuwe leningen, maar aan open markten in de rijke landen, zo luidt die kritiek.

Japan werpt zichzelf graag op als de grootste verlener van hulp aan de arme landen, maar dat is alleen in absolute bedragen zo, niet in procenten van het bruto nationale produkt. In dat geval komt Japan flink lager uit op de lijst van de twintig grootste hulpverleners. Daarbij bekritiseert het Westen Japan dat het grootste deel van diens hulp bestaat uit leningen en niet uit gratis hulp. Maar Japan werpt tegen dat gratis hulp vaak tot nutteloze projecten leidt en dat het de discipline van de arme landen verzwakt.

In de boodschap van Soeharto wordt bij het pleidooi voor ontkoppeling van de mensenrechten en ontwikkelingshulp niet expliciet verwezen naar Amerika, noch naar enig ander land van de G-7. Maar het is bekend dat de Japanse regering geen principieel tegenstander is van dit standpunt, al zal ze dat niet graag bekennen. Zo was Japan het eerste land dat na de bloedig neergeslagen studentenopstand in Peking zijn financiële hulp aan China hervatte. Economische groei is de beste remedie tegen onderdrukking, zo zeggen velen in Japan, vooral ondernemers. Economische groei schept een brede middenklasse en die vormt puur uit eigen belang de grootste garantie dat dictaturen geen lang leven zijn beschoren, zoals vorig jaar in Thailand nog werd bewezen, zo zeggen zij.