Registratie "allochtonen' dient integratie niet

Het wetsontwerp dat werkgevers met meer dan vijfendertig werknemers voortaan verplicht op te geven hoeveel allochtonen ze in dienst hebben, vertoont een merkwaardige onduidelijkheid. Een onduidelijkheid waarop ook door redacteur Kees Caljé in zijn beschouwing van 3 juli niet wordt gewezen. Dit is de definitie wat in dit verband onder allochtonen moet worden verstaan. Dit gebrek aan een duidelijke definitie zal het ook voor werkgevers niet eenvoudig maken gehoor te geven aan het besluit van de Tweede Kamer; verschillende werkgevers kunnen er zelfs een verschillende interpretatie van geven.

Allochtoon - een samenstelling van de Griekse woorden "allos' - ander en "chtoon' - grond/aarde, betekent feitelijk niet meer dan iemand uit een ander land, dus een buitenlander. Het is echter zonder meer duidelijk dat in het huidige spraakgebruik niet iedere buitenlander een allochtoon wordt genoemd. Burgers van onze naaste buurlanden, Belgen en Duitsers, vallen niet onder het begrip allochtoon, evenmin als Engelsen of burgers van de Scandinavische landen.

Anderzijds kan ook niet worden gezegd dat allochtonen gelijkgesteld kunnen worden aan niet-Europeanen. Niet alleen worden de burgers van de Verenigde Staten, Canada, Australië en dergelijke die zich hier vestigen niet als allochtonen beschouwd, maar sommige burgers van bepaalde Europese landen of landen die ten dele in Europa liggen worden dit wel. Zo geldt een Turks staatsburger, geboren en getogen in het Europese deel van Turkije, en bovendien geheel Westers georiënteerd, niettemin als allochtoon. De woordvoerder van de PvdA voor het minderhedenbeleid, ook in het recente debat over de allochtonen, Apostolou, die afkomstig is uit Griekenland, en bovendien tot Nederlander genaturaliseerd, geldt niettemin in veler ogen als allochtoon.

De definitie van allochtoon als iemand die in het buitenland of zelfs in een Derde-wereldland is geboren biedt evenmin een oplossing. Vele kinderen van Nederlandse ouders zijn elders geboren, in de tijd dat hun ouders daar verbleven, soms reeds generaties lang. Anderzijds worden tegenwoordig talloze kinderen van allochtone ouders in Nederland geboren. Naar bekend is thans in de grote steden reeds ongeveer de helft van alle leerlingen op basisscholen allochtoon.

Ook het bezit van de Nederlandse nationaliteit biedt geen steun bij de definitie van de term "allochtoon'. Het aantal naturalisaties van personen met oorspronkelijk een andere nationaliteit neemt steeds toe. Anderzijds bezitten de Antillianen, die een niet onaanzienlijk deel van de allochtonen vormen, de Nederlandse nationaliteit.

Dan is er de vrij omvangrijke groep van personen van "gemengd' bloed, zoals de Indo-Europeanen uit het voormalige Nederlands-Indië, en kinderen van een Nederlandse vader of moeder en een Creoolse moeder of vader. Een bekend voorbeeld is Ruud Gullit, die in Amsterdam is geboren en getogen, als zoon van een Amsterdamse moeder en een Surinaamse vader. Veel van deze kinderen vertonen in hun uiterlijk iets dat wijst op hun allochtone afkomst. Maar zijn zij daarom allochtoon? En stellen allen er prijs op als allochtonen te worden beschouwd? Het is denkbaar dat velen die slechts voor de helft of voor een kwart "allochtoon' zijn, liever voor 100 procent autochtoon willen doorgaan, al is daar de laatste jaren misschien enige kentering in gekomen.

Een vijfde mogelijk criterium, de achternaam, om niet te spreken van de voornaam, blijkt ook al ondeugdelijk. Niet alleen bestaat hier te lande de mogelijkheid tot naamswijziging. Maar bepaalde groepen, zoals de "burghers' in Sri Lanka, en bepaalde families uit Ghana, hebben Nederlandse achternamen, teruggaand op een verre voorvader die zich in dat land vestigde. Anderzijds dragen immigranten uit de Antillen en Suriname en uit de Kaap Verdische Eilanden vaak Portugese achternamen die men ook vindt bij Portugese joden die hier reeds sinds de zeventiende eeuw zijn gevestigd.

Ook de godsdienst geeft geen uitsluitsel. Inderdaad zijn de meeste Marokkanen en Turken, en een deel van de Surinamers, moslim. Maar vele andere Surinamers, en de meeste Antillianen zijn christenen, terwijl zich onder de moslims hier te lande ook Nederlandse mannen en vrouwen bevinden, die tot de islam zijn overgegaan.

Het duidelijkste kenmerk van een allochtoon is misschien zijn huidskleur. Maar dan komt men heel dicht bij rassendiscriminatie.

De Duitse bezetter eiste in 1941 van de burgemeesters van alle Nederlandse gemeenten een opgave hoeveel "vol-joden' zich in hun gemeente bevonden, hoeveel half-joden en hoeveel kwart-joden. Deze eis werd met boze bedoelingen gedaan, om aldus de joden van de rest van de plaatselijke bevolking te scheiden en later te kunnen deporteren. De eis van de oppositie, gesteund door de PvdA dat werkgevers moeten opgeven hoeveel allochtonen zich onder hun werknemers bevinden, is ongetwijfeld met de beste bedoelingen gedaan, namelijk teneinde hun integratie, althans economisch, te bevorderen.

Het is echter zeer de vraag of door deze maatregel, die de allochtonen apart zet, deze integratie werkelijk wordt gediend, terwijl bovendien zelfs geen poging is ondernomen tot definitie van de term allochtoon. Met het oog op het zomerreces was daarvoor blijkbaar geen tijd.