Nelissen vindt baat bij harde aanpak van ploegleider

VANNES, 6 JULI. De nieuwe gele-truidrager van de Tour de France komt uit Belgisch Limburg. De voordeur van zijn woning behoort tot de gemeente Alken, zijn slaapkamer tot het plaatsje Wellen. In beide dorpen heeft Wilfried Nelissen al een supportersclub, want de 23-jarige renner van Novémail-Histor is niet de minste. Hij heeft een aardige staat van dienst opgebouwd, met name dank zij zijn ijzersterke eindschot, dat hij ook gisteren in Vannes hanteerde.

Alles wat België was juichte in Bretagne. De Vlaamse winnaar van de tweede Tour-etappe was de eerste Belgische Tour-aanvoerder sinds acht jaar: in 1985 kreeg Eric Vanderaerden het geel na de eerste etappe om de schouders - opmerkelijk overigens dat diezelfde Vanderaerden nu laatste staat in het algemeen klassement.

Nelissen werd in 1991 prof bij de formatie-Weinmann. Begin vorig seizoen verhuisde hij naar Peter Post. De Amstelveense manager van Novémail moest toen een afkoopsom betalen aan Walter Godefroot, bij wie Nelissen nog onder contract stond. “We hadden een sprinter naast Olav Ludwig nodig”, zei zijn ploegleider Walter Planckaert in Vannes. En toen Ludwig afgelopen winter naar Duitsland vertrok, werd Nelissen tot eerste man gepromoveerd.

Nelissen is bepaald grillig. De ene dag is hij een en al onzekerheid, de andere dag blaakt hij van zelfvertrouwen. Zoals op 5 juli 1993. In de tussensprints - waar kostbare seconden tijdsvergoeding zijn te verdienen - toonde hij zich al de meerdere van de snelste mannen. En bij de finish in Vannes gaf hij zijn zes medevluchters, weggesprongen door indrukwekkend sleurwerk van wereldkampioen Gianni Bugno, geen enkele kans.

“Die Nelissen heeft nog veel meer in zich”, zuchtte Planckaert bij de finish. “Ten minste als je hem goed begeleidt. Ten eerste moet hij een niet te zwaar programma afwerken.” Planckaert kreeg het bij zijn baas Post voor elkaar dat Nelissen, eerder nummer één in de Omloop Het Volk, na de Amstel Gold Race van mei drie weken complete rust mocht houden. De Vlaming startte daarna in de Ronden van Asturië en Zwitserland, alsmede het Belgische kampioenschap, waar hij het met Planckaert aan de stok kreeg. “Hij stapte na 100 kilometer af”, wist de ploegleider nog. “Ik zei hem dat dat zo kort voor de Tour verschrikkelijk verkeerd was. Hij keek daar raar van op. Hij is een aparte - zegt iemand tegen hem dat hij zo veel klasse heeft dat drie weken training volstaat, dan gelooft hij dat.”

Van Planckaert kreeg Nelissen na de Belgische titelstrijd een straftraining. Op maandag en dinsdag moest hij op pad voor een tocht van tweehonderd kilometer, waarbij collega Guy Nulens als controleur meefietste. “Nelissen was niet boos op me”, vervolgde Planckaert, “hij weet dat ik het goed met hem voor heb.”

Nelissen luistert doorgaans goed naar Planckaert, maar sputtert ook wel eens tegen. Zoals bij de Tourproloog van afgelopen zaterdag in Le Puy du Fou. Planckaert adviseerde zijn renner zo hard mogelijk te gaan, ook al had hij op het golvende parcours geen kans op de zege. “Elke seconde die je hier sneller rijdt kan binnenkort van groot belang voor je zijn om de gele trui te pakken”, riep Planckaert. “Geef ik alles in dat tijdritje, dan zijn mijn poten een dag later naar de knoppen”, snauwde Nelissen terug, “en dan ben ik dus machteloos in een eventuele massasprint.” “Dat ben je niet, als je na die proloog tien minuten op de rollers gaat zitten”, antwoordde Planckaert, “geen enkele massage kan na zo'n inspanning tegen een home-trainer op.”

Nelissen, die in de lente na de Grote Scheldeprijs op doping werd betrapt (verboden neusdruppels), is nu uiteraard blij naar de goede raad van de vakman Plankaert te hebben geluisterd. De ploegleider: “Hij is eigenlijk best een aardig ventje, maar ook een pallieter, een losbol. Geen losbol die in het café rond hangt, maar een levensgenieter. Een speelvogel, zeggen we in Vlaanderen. Een zorgeloos iemand. Hij is wat dat betreft nog erger dan onzen Eddy. Die had op de fiets veel meer kunnen bereiken als hij serieuzer was geweest. Enfin, laat ik niet te lang zeuren. Het is een feestdag voor Novémail. En voor het Belgische wielrennen, dat hard aan een opkikkertje toe was. Wat een malaise hebben we beleefd. Er is nog maar één grote ploeg in ons land.”