Nederland telt nog geen "foamkeepers'

KUALA LUMPUR, 6 JULI. Wat hockeyer Jacques Brinkman zich vooral herinnert van zijn maandje in de competitie in Duitsland zijn de vele blessures die zich daar in de strafcirkels voordeden. Om de vijf minuten was het raak, aldus de middenvelder. Wonden en pijnlijke plekken aan hoofd, armen en benen. Brinkman liep zelf in zijn eerste oefenwedstrijd voor Mönchengladbach een snee in zijn gezicht op.

De oorzaak van het leed in de cirkels is het nieuwe materiaal van de keepers in de Duitse Bundesliga. Zij dragen legguards - beenbeschermers - en klompen van foam, een soort piepschuim. Als daar een bal tegenaan wordt geschoten schiet die als een katapult terug en is hij onberekenbaar voor de spelers. Hoog, laag, stijgend, dalend, er kan van alles gebeuren. Het is een kwestie van wennen, weet international-verdediger Dave Smolenaars. De keeper van zijn club Bloemendaal, Erik Jan de Rooij, gebruikt het nieuwe materiaal. Hij was de eerste in Nederland.

Smolenaars kreeg in het begin van de afgelopen competitie zo'n vreemd wegspringende bal in zijn gezicht. Een dikke bult op zijn voorhoofd was het gevolg. Toch oordeelt de Bloemendaler niet negatief over het piepschuim. Inmiddels draagt De Rooij legguards en klompen waarvan de bal minder opspringt. Volgens Smolenaars maakt het materiaal het werk van de verdediger er makkelijker op. Voorheen moest hij op zijn hoede zijn voor ballen die naast de keeper bleven liggen, tegenwoordig springen de ballen vanzelf weg.

De keepers die het nieuwe materiaal gebruiken verklaren allen dat ze zich veel beter kunnen bewegen. Het piepschuim is behoorlijk lichter dan het leer van de "oude' legguards en klompen. Het scheelt samen zo'n vier à vijf kilo. De Duitse nationale doelman Michael Knauth zegt het gevoel te hebben dat hij tegenwoordig kan vliegen.

Het is bij het toernooi om de Champions Trophy in Kuala Lumpur opvallend dat alleen de Nederlandse keepers nog geen gebruik maken van het nieuwe materiaal. De anderen hebben óf klompen van foam, óf klompen en legguards. Bart Looije, de nummer één van Oranje, heeft de nieuwe legguards zelfs nog nooit aangehad. De klompen wel, tien minuutjes, niet langer. Op zich is dat vreemd. “Ik heb nog geen tijd gehad. Ik had het gewoon te druk met HGC en het Nederlands elftal.”

Tweede keeper Richard Lemaire probeerde het nieuwe spul wel in zijn geheel aan, zo'n anderhalf jaar terug in Schiedam. “Maar één van de riempjes was kapot en daarom kreeg ik een bal keihard op mijn wreef. Heb ik het meteen maar weer uitgedaan.”

Looije en Lemaire zijn best benieuwd naar het nieuwe materiaal. “Het zal wel iets goeds hebben. Dat wil ik weten”, aldus Looije. De twee denken het in augustus samen eens uit te proberen. Het komt goed uit dat ze dezelfde keeperstrainer hebben. Met name Looije is nog sceptisch over de uitvinding. Hij ziet nu nog even veel voor- als nadelen. “Ik vind het er ook niet uitzien. Het materiaal niet, net twee matten voor je benen, en de techniek ook niet. Mijn techniek ziet er mooier uit.” Lemaire: “Ach, het is natuurlijk geen modeshow.”

Bloemendaal-doelman De Rooij, een fanatiek promotor van het foam, heeft zijn collega's conservatief genoemd. Van Looije is dat best voor te stellen. Hij keept bijna elke wedstrijd de sterren van de hemel met het oude materiaal en voor hem is er geen enkele aanleiding iets te veranderen. “Je moet je zelf met dat foam een hele andere techniek aanleren. Dat kost tijd.” Looije wijst er op dat hij zijn benen een beetje naar buiten pleegt te draaien. Met de nieuwe legguards zou dan een deel van zijn kuiten onbedekt blijven. Dat vindt hij geen prettige gedachte. De ouderwetse "spijlen-legguards' sluiten veel beter om de benen.

In landen als Duitsland en Engeland zijn zonder uitzondering alle keepers in de hoogste klassen inmiddels overgestapt op het nieuwe materiaal. In Nederland gaat dat langzamer. Afgezien van De Rooij draagt in de hoofdklasse alleen Ronald Jansen van Oranje Zwart het en hebben Van Exel (KZ) en Boehmer (Hattem) de klompen van foam aangeschaft. Amsterdam-doelman Jesse keerde weer terug naar het oude materiaal. Hij ervoer, met het foam aan zijn benen, de onberekenbare rebounds af en toe als “levensgevaarlijk” voor zijn eigen verdedigers.

Volgens HGC'er Looije volgen veel collega's in hun keuze van materiaal de doelman van de nationale ploeg. En ook zijn illustere voorganger Frank Leistra was geen liefhebber van foam. Het was ook niet te verwachten dat de Brabander in zijn laatste jaar op ander materiaal zou overstappen. Looije: “Vergeet niet dat wij in Nederland technische keepers hebben. Wij hebben de bal graag onder controle.”

Bondscoach Roelant Oltmans bemoeit zich niet met de keuze van zijn keepers. Hij kan zich goed voorstellen dat Looije huiverig is om te switchen. “Hij heeft nu een stijl waar hij honderd procent op vertrouwd.” “Maar”, weet Oltmans, “foam heeft wel de toekomst.” Vooral als er steeds beter materiaal wordt ontwikkeld waardoor de bal minder wegspringt. Oltmans adviseert de jeugd foam te gebruiken. Een foamkeeper is niet alleen bewegelijker en dus sneller, maar het nieuwe materiaal is ook goedkoper en gaat langer mee dan de leren spullen. Ook het feit dat een keeper minder kilo's van huis naar het veld hoeft mee te slepen geldt als een sterk argument.