Kok: 1,1 mld bezuiniging ten koste van koopkracht

DEN HAAG, 6 JULI. Het kabinet moet volgend jaar 1,1 miljard gulden extra bezuinigen om nieuwe financiële tegenvallers (extra uitgaven asielzoekers en EG, minder aardgasbaten) te compenseren.

Een “daling van de koopkracht is onvermijdelijk”, schrijft minister Kok (financiën) in zijn zogeheten Hangpuntenbrief aan het kabinet. Volgens het Centraal Planbureau daalt de koopkracht van de sociale minima, zonder aanvullend beleid, volgend jaar met 3,75 procent. Mensen met een modaal inkomen (40.000 gulden) zien hun koopkracht met 2 procent afnemen en twee keer modaal 1,3 procent. De Hangpuntenbrief vormde vanmorgen de opening van het kabinetsberaad over de Miljoenennota 1994. De komende twee weken praat het kabinet over de uitgavenkant, na de zomervakantie van de ministers wordt in augustus over inkomsten en inkomensverdeling gesproken. Volgens Kok is “een uiterste inspanning” nodig om de “koopkrachtverslechtering binnen verantwoorde grenzen te houden en bovendien gelijkmatig te verdelen”. De PvdA-fractie in de Tweede Kamer heeft als eis gesteld dat de koopkracht van de minima niet méér daalt dan de koopkracht van mensen met een inkomen van twee keer modaal.

Het bedrag van 1,1 miljard gulden komt bovenop de 8 miljard gulden aan bezuinigingen waarover het kabinet in april al een besluit heeft genomen. In mei gingen de regeringsfracties van CDA en PvdA in hoofdlijn akkoord met de bezuinigingsvoorstellen van het kabinet; met uitzondering van de bezuinigingen op de bijstand die op veel verzet stuitten bij de sociaal-democraten.

Door de tegenvallende economische groei wordt het kabinet volgend jaar ook geconfronteerd met een belastingtegenvaller van 2,4 miljard gulden. Vorige maand zei Kok al dat hij deze tegenvaller niet wil compenseren met extra bezuinigingen. Volgens de minister van financiën trekt dit een te zware wissel op de werkgelegenheid, overheidsvoorzieningen en inkomensontwikkeling.

Omdat het kabinet niet alle financiële tegenvallers compenseert, stijgt het financieringstekort van het rijk van 3,25 procent van het bruto binnenlands produkt in 1993 tot 3,5 procent volgend jaar. In april verwachtte men nog dat volgend jaar de norm van de Economische en Monetaire Unie, 3 procent van het binnenlandse produkt, zou worden gehaald.

Pag 2: Kok: minder adviseurs

Uitgedrukt als percentage van het nationaal inkomen bedraagt het financieringstekort volgend jaar 3,9. In zijn brief schrijft Kok dat dit “werkelijk de grens” is. Volgens het regeerakkoord tussen CDA en PvdA zou het tekort volgend jaar moeten worden teruggebracht naar 3,25 procent.

De afspraak die in het regeerakkoord is gemaakt over de belasting- en premiedruk wordt wel gehaald. Deze zogenoemde collectieve-lastendruk daalt van 53,9 dit jaar naar 53,3 procent van het nationaal inkomen in 1994. In het regeerakkoord is een maximum afgesproken van 53,6 procent.

De kosten van de opvang van asielzoekers stijgen met 600 miljoen gulden. Het kabinet hield al rekening met een tegenvaller op dit punt van 300 miljoen gulden. De afdrachten aan de EG vallen volgend jaar 300 miljoen hoger uit. Verder komen de aardgasbaten volgend jaar 500 miljoen gulden lager uit. Dit komt door de lagere olieprijs waaraan de prijs van het aardgas is gekoppeld. Voor 1995 en 1996 moet volgens Kok rekening worden gehouden met een tegenvaller in de aardgasbaten van respectievelijk 600 en 200 miljoen gulden.

In zijn Hangpuntenbrief houdt Kok geen rekening met claims van de verschillende ministers. Zo wil bijvoorbeeld CDA-minister Hirsch Ballin (justitie) geld voor de bouw van tweeduizend extra cellen. Deze cellen komen bovenop de al eerder afgesproken duizend cellen. Ook heeft Kok geen rekening gehouden met salaris-eisen van de ambtenaren. De bonden eisen 2,5 procent, het kabinet heeft de rijksambtenaren 1 procent geboden. Een verhoging van één procent voor alle 850.000 ambtenaren kost de schatkist 500 miljoen gulden.

Kok doet een paar suggesties om de tegenvaller van 1,1 miljard gulden op te vangen. Hij wil paal en perk stellen aan het inhuren van externe adviseurs door het rijk. De uitgaven voor deze zogenoemde dienstverlening door derden stegen in tien jaar tijd van 0,7 miljard gulden tot 2,2 miljard gulden per jaar.