Inhoudelijke taken geven stedelijke overheden democratische impuls; Om het behoud van de menselijke maat

De rijksoverheid moet zich terugtrekken om de steden meer armslag te geven. In principe moeten uitsluitend die taken die aantoonbaar het stedelijk bestuur te boven gaan, toevallen aan de rijksoverheid. Zo snijdt het mes aan twee kanten. Aan de ene kant kan de rijksoverheid zich tot beleid op hoofdlijnen beperken door decentraal de keuzes te laten maken. Aan de andere kant krijgen de steden die middelen en bevoegdheden waardoor ze zelfstandig op problemen en uitdagingen kunnen reageren. Niet door nieuwe stedelijke bureaucratieën op te tuigen, maar door nieuwe coalities met nieuwe groepen te sluiten. Burgers kunnen zien op welke punten hun stadsbestuur in staat is problemen op te lossen en waar het heeft gefaald. Door het zwaartepunt inhoudelijk naar de steden te verschuiven, krijgt de lokale democratie de sterkste impuls.

Buurten waar de mensen op warme zomeravonden stoelen buiten zetten om met elkaar te kletsen, waar nog een ouderwetse buurtsaamhorigheid heerste, waar de mensen iedere dag hun stoepje veegden en elkaar goed in de gaten hielden: die tijd komt nooit meer terug. "De buurt' in de oude zin van het woord is als sociaal integratiekader een definitief gepasseerd station.

De belangrijkste doelstelling van een stedelijke revitaliseringspolitiek is het tegengaan van verloedering en maatschappelijke ontworteling. Het gaat in de eerste plaats om aandacht voor de directe leefomgeving. Wie de huisdeur verlaat, betreedt de openbare ruimte. Binnenshuis is een ieder verantwoordelijk voor de eigen inrichting en gang van zaken, buitenshuis is die zorg uitbesteed en - zo lijkt het wel - ook de verantwoordelijkheid. Die kloof is te groot geworden en er is een niemandsland ontstaan.

Door actief en inventief beheer kan verloedering en criminaliteit worden tegengegaan. Het niemandsland tussen het privégebied en de openbare ruimte, kan creatief worden opgevuld door de inzet van mensen in toezichthoudende functies. De ervaring is dat deze het meest tot hun recht komen in duidelijk afgebakende gebieden: de conducteurs op de tram, huismeesters in wooncomplexen, tunnelwachten in de Maastunnel in Rotterdam. Stadswachten vormen een aanspreekpunt voor het publiek, werken preventief en signaleren tekortkomingen en mankementen in de openbare ruimte.

Criminaliteitsbestrijding vergt een sterke nadruk op de ontplooiingsmogelijkheden in buurten. Zijn er voldoende sportfaciliteiten, is er goed onderwijs met naschoolse opvang? Is er stedebouwkundig en architectonisch rekening gehouden met de kwetsbaarheid van de stadsbewoner in de directe leefomgeving? Een veilige omgeving ontstaat wanneer in ruime mate aandacht aan de leefbaarheid is besteed. Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de dienstverlening van de overheid. De straten moeten schoon en opgeruimd zijn door een goed functionerende reinigingsdienst. En schade aan gebouwen en voorzieningen moet direct worden hersteld. Als wordt voldaan aan dergelijke simpele maar essentiële randvoorwaarden wordt de toegankelijkheid van en de verantwoordelijkheid voor de leefomgeving vergroot.

In de tweede plaats gaat het om de stedelijke ontwikkeling. De politiek moet een organische visie op de stad ontwikkelen: architectuur en stedebouw dienen zich te voegen naar de sociale karakteristieken van de stedelingen, in plaats van omgekeerd. Toetssteen is of de stedelijke omgeving sociale activiteiten stimuleert, of juist smoort. Een goed openbaar vervoer is bij uitstek een teken van de vitaliteit van de stad. Functionalistische stedebouw en allure-denken zijn wat dat betreft uit den boze. Het gaat om het behoud van de menselijke maat, kleinschaligheid en eigenzinnigheid in de strijd tegen de "steden zonder stedelijkheid' en de "glazen confectiebouw'. De versterking van kunst en cultuur is een wapen in die strijd. De sociaal-culturele voorzieningen zijn het zout in de pap. Nieuw en wisselend cultureel aanbod wekt de nieuwsgierigheid van binnen- en buitenstaanders. Het creëert een atmosfeer in de stad waarin het andere, het afwijkende en informele, een plaats krijgt en bij een breder publiek aandacht verwerft. Daardoor wordt de stad ook in immateriële zin open en doorzichtig.

De belangrijkste opgave is echter te zorgen dat er geen afgescheiden delen van de stad ontstaan, wijken, waar zich naar economische positie afgescheiden subculturen vormen en waar de sociale afstand tot de rest van de samenleving ook ruimtelijk doorwerkt. De bevolkingssamenstelling van buurten is uiterst lastig te sturen, maar het uitgangspunt dat alle delen van de stad voor alle stadsbewoners toegankelijk moeten zijn, moet tot elke prijs gehandhaafd blijven. Als een slechte gezondheid, korte levensverwachting, werkloosheid en criminaliteit rechtstreeks aan de postcode kan worden gerelateerd, is er fundamenteel iets mis. Dan dreigen er "vergeten' en "afgeschreven' gebieden in de stad te ontstaan.

Vooral het "sociaal isolement' van een wijk geeft daarbij de doorslag. In de wijken kan de eenzijdige samenstelling van de woningvoorraad worden doorbroken, bijvoorbeeld door het afstoten van woningbezit door woningcorporaties, zodat ook leden van de middengroepen zich kunnen vestigen. In de nieuwbouw dreigt een tegengestelde ontwikkeling waardoor nieuwbouwwijken onbereikbaar worden voor lage inkomens.

Het voorkomen van sociaal isolement staat of valt met goed onderwijs en voldoende werk. Sociaal isolement begint al met de kloof tussen geschoold en ongeschoold. De beschikbaarheid van werk blijft een groot probleem. Vooral de tegenstrijdige economische ontwikkeling in de steden leiden tot een tekort aan hoogopgeleiden en een grote werkloosheid van laagopgeleiden.

De steden moeten zich daarom op onconventionele wijze gaan bemoeien met het scheppen van werk. Als de gemeente in versterkte mate verantwoordelijk wordt gesteld voor de sociaal-economische ontwikkeling, komt de verantwoordelijkheid voor de werkgelegenheid centraal te staan.

Er is een nieuwe fase in de stadsvernieuwing noodzakelijk om het proces van segregatie te stoppen. Nederland is niet af! De naoorlogse wijken hebben nu extra aandacht nodig , maar ook flatwijken waar de verloedering op de loer ligt. Terwijl de stadsvernieuwing in de jaren zeventig met leuzen als "bouwen voor de buurt' als een laatste appèl aan de homogene identiteit van de Nederlandse arbeidersbuurt kan worden gezien, gaat het nu om een nieuw type stadsvernieuwing dat het sociale weefsel in de steden kan versterken en nieuwe sociale structuren in de stad introduceert.

De steden staan voor de uitdaging de komende geboortegolf onder de allochtone burgers en de groeiende instroom van migranten een volwaardige plaats in de Nederlanse samenleving te bieden. Een tolerant en humanitair vluchtelingenbeleid moet daarbij het uitgangspunt zijn. Vluchtelingen die naar Nederland komen, moeten een eerlijke kans krijgen zich een positie in ons land te verwerven. Daarvoor moet een evenwichtig systeem van opvang worden georganiseerd, dat begint met onderwijs in de Nederlandse taal en gerichte beroepsscholing. Wie een - onwenselijke - discussie over instroombeperking wil voorkomen, is verplicht alles op alles te zetten - ook in internationaal verband - om een sluitend pakket van voorzieningen voor vluchtelingen en reguliere migranten te organiseren.