Hulporganisaties luiden de noodklok over Bosnië; Strijdende partijen maken bevoorrading onmogelijk; Sarajevo zit zonder water, voedsel en brandstof

ZAGREB, 6 JULI. De belegerde stad Sarajevo staat aan de vooravond van "een ramp', aldus zegslieden ter plaatse, en gebrek aan water in de stad maakt het uitbreken van epidemieën zeer wel denkbaar. In andere delen van Bosnië-Herzegovina wordt de situatie eveneens nijpender, nu de oorlogspartijen steeds vaker het transport van voedsel en andere hulpgoederen belemmeren en de internationale gemeenschap niet voldoende voedsel ter beschikking stelt om de geplande hulp uit te voeren.

Zoef Allatras, van de hulporganisatie "Artsen zonder Grenzen', beschrijft in een noodkreet uit de belegerde Bosnische hoofdstad dat vuilnis zich ophoopt in de straten, en steeds meer ratten en loslopende honden worden gesignaleerd. Het vuilnis wordt niet meer opgehaald door gebrek aan diesel bij de stadsreiniging. Het gebrek aan brandstof zorgt er ook voor dat de naar schatting 380.000 inwoners van Sarajevo hun door de humanitaire luchtbrug gebrachte maaltijden met rijst, bonen en pasta niet meer kunnen bereiden.

Brandstofgebrek ligt ook ten grondslag aan het watergebrek in de stad, omdat de pompen waarmee de waterleiding van water wordt voorzien niet meer kunnen werken. Bovendien verhinderen zowel als Servische als moslim-sluipschutters de reparatie van een belangrijk waterreservoir op de heuvel Momcilo.

Slechts één zelfspuitende bron in het centrum van Sarajevo functioneert nog, genoeg om elke inwoner per dag van 2,5 liter te voorzien, gesteld dat dezen de niet op de waterleiding aangesloten bron zouden kunnen bereiken. Een huishouden heeft per dag evenwel gemiddeld honderd liter water nodig. Gezien de door de slechte voedselsituatie afgenomen weerstand onder de bevolking van de stad vrezen artsen voor epidemieën, met name het in Bosnië endemische tyfus. Een eerdere waterloze periode in Sarajevo, in september, had naar schatting 4.000 gevallen van dysenterie ten gevolge, en enkele tyfus-gevallen.

Het gebrek aan dieselolie is een gevolg van het feit dat de op het vliegveld aanwezige voorraden door hulporganisaties niet naar de stad kunnen worden getransporteerd. Servische soldaten hebben nabij het vliegveld een barricade opgeworpen en eisen een tribuut in de vorm van vier van de negen tankwagens met diesel waarover de UNHCR (vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties) beschikt. De UNHCR wil op deze eis niet ingaan.

Servische chicanes zijn ook de oorzaak van het feit dat de humanitaire hulp aan de moslim-enclaves in Oost-Bosnië sinds enkele dagen geheel tot stilstand is gekomen. De UNHCR gelastte gisteren opnieuw een konvooi naar de belegerde enclave Srebrenica af, omdat aan de Servisch-Bosnische grens van de UNHCR tol in de orde van honderden dollars per voertuig werd gevraagd. Eerdere beloften van de Bosnisch-Servische president, Radovan Karadzic, dat de tol uitsluitend betrekking zou hebben op militaire voertuigen zijn zonder waarde gebleken.

Overigens maakt een gebrek aan voedselvoorraden het de UNHCR thans onmogelijk de hulpplannen voor Bosnië-Herzegovina volgens plan uit te voeren, aldus woordvoerder Ron Redmond in Genève. Bij de huidige voorraad zou het plan voor Sarajevo voor twintig procent worden uitgevoerd, voor Centraal-Bosnië voor vijftig procent en voor de moslim-enclaves in Oost-Bosnië voor honderd procent. De toenemende chicanes, diefstal van transportladingen in Centraal-Bosnië en steeds toenemende reisduur maken de uitvoering van dit schema echter voor een groot deel imaginair. Een schenking van de Europese Gemeenschap aan het World Food Programme in Rome, de VN-organisatie die het voedsel inzamelt, brengt enige verlichting in de situatie. Eind vorige maand dacht de UNHCR, vanuit haar centrale voorraden in Zagreb, Belgrado en Metkovic, in juli nog maar voor zestig procent in de Bosnische behoefte aan meel te kunnen voorzien, en voor augustus nog maar voor dertig procent.

De situatie voor eiwithoudende produkten, eiwithoudende biscuits en melkpoeder is nog slechter. Een bijkomend probleem voor de UNHCR is dat veel donorlanden bepalen dat het voedsel niet vanuit de Servische hoofdstad Belgrado mag worden aangevoerd, vanwaar ook de konvooien naar moslim-enclaves als Gorazde en Srebrenica en de stad Tuzla vertrokken, tot het conflict over de Servische tolheffing deze stroom tot staan bracht. De situatie in Srebrenica, waar 46.000 mensen al maandenlang de gehele dag niets doen, is zo slecht dat binnen de VN-organisatie opnieuw stemmen opgaan deze bevolking te evacueren naar de stad Tuzla. Het plan is echter omstreden en geen officiële politiek van de organisatie, aldus UNHCR-woordvoerder Redmond. Een van de grootste problemen in Srebrenica is dat de belegerende Serviërs de UNHCR niet toestaan tenten voor de vluchtelingen naar het stadje te brengen, omdat tenten militaire objecten zouden zijn. Verder is ook in Srebrenica het water schaars.

Op de route van de Kroatische kust naar Centraal-Bosnië worden nog steeds ladingen gestolen en chauffeurs van hulporganisaties gentimideerd. Zo werd vrijdag de inhoud van drie trucks met medicijnen van de Franse hulporganisatie Atlas in Busovaca in beslag genomen door soldaten van het Bosnisch-Kroatische leger HVO. De route vanaf de Kroatische kust voert langs deels zeer smalle en gemproviseerde wegen langs de plaatsen Prozor en Gornji Vakuf, omdat de hoofdweg Metkovic-Mostar-Sarajevo door de moslim-Kroatische vijandelijkheden onbruikbaar is geworden. Aan deze route, de enige die onder winteromstandigheden operationeel is, is door het opblazen van bruggen en dergelijke inmiddels aanzienlijke schade toegebracht, zodat hulpverleners vrezen voor de komende winter.