Het schoolse pad

Over weinig dingen zijn mensen het zo eens als over het belang van onderwijs.

Als kinderen hun diploma maar halen zien ouders en opvoeders veel gedrag dat hen niet bevalt door de vingers, en als dat dreigt te mislukken, proberen ze via een systeem van straf en beloning hen weer in het onderwijsgareel te brengen: het gareel dat later zijn vruchten zal afwerpen in de vorm van betere positie en beloning. Deze eindexamenperiode brengt weer die schifting teweeg tussen tevreden en ongeruste ouders, want zonder diploma zullen hun kinderen het maatschappelijk niet ver brengen.

Dit belang van onderwijs geldt ieder afzonderlijk, maar ook de maatschappelijke betekenis is groot, want onderwijs geldt als de weg naar meer sociale gelijkheid. Het past in het gelijkheidsstreven van een democratische samenleving, omdat onderwijs kansen tot sociale stijging biedt; voor iedereen toegankelijk, voor iedereen gelijkelijk, op grond van eigen verdienste.

Maar werkt het ook zo? Bevordert het primaat van diploma's als maatschappelijke waardepapieren (in plaats van geld of aandelen) wel de sociale gelijkheid? Deze overtuiging wordt krachtig aangevochten door de socioloog Geert de Vries in zijn onlangs verdedigde proefschrift Het pedagogische regiem. Groei en grenzen van de geschoolde samenleving. (De handelseditie verschijnt pas in september, maar dan is dit boek ook meteen een leerzaam begin van het nieuwe schooljaar.)

Al is er in sociologische kring wel eens meer getwijfeld aan het gelijkheidsbevorderend effect van onderwijs als voornaamste kanaal van sociale stijging, toch heb ik zelden deze twijfel zo overtuigend verwoord gezien.

Het is een boodschap die velen onwelgevallig zal zijn, omdat wij zo doordrenkt zijn van het idee dat leren goed is en een eerlijker systeem van maatschappelijke plaatsing biedt dan de traditionele kanalen van afkomst en bezit. Menig socialist zal zich bij lezing van dit boek vertwijfeld de ogen uitwrijven, maar een gewaarschuwd mens telt voor twee.

De toename van de maatschappelijke macht van diploma's en de gelijktijdige ontwaarding ervan hebben een algemene statusonzekerheid met zich meegebracht, aldus De Vries. Het zwaartepunt van de strijd om maatschappelijke posities ligt in de jeugdfase en het onderwijs is de arena geworden waar deze strijd zich afspeelt. Wie eenmaal vroegtijdig de school verlaat krijgt daarna steeds minder mogelijkheden om gebrek aan papieren langs andere wegen te compenseren. Zo draagt onderwijs bij aan de vergroting van de sociale ongelijkheid. De onderwijskansen zijn wel gelijker geworden, maar daarmee nog niet de verdeling van maatschappelijke kansen. Want voor mensen zonder diploma's blijven de goede banen en daarmee de goede inkomens onbereikbaar.

Met de massale stijging van de deelname aan het onderwijs gaat een diploma-inflatie hand in hand - je moet steeds meer halen om hetzelfde te bereiken - en degenen die het niet halen zijn slechter af dan toen er nog meer mogelijkheden waren voor sociale stijging dan louter het onderwijs. Toen kortom de macht van diploma's nog niet zo overheersend en alles bepalend was. Het komt er op neer dat als iedereen op zijn tenen moet lopen om nog iets te zien of iets te bereiken, daarmee voor niemand de kans groter wordt op beter zicht of vooruitzicht. Stilstand wordt dan achterblijven, en er zijn nauwelijks andere manieren om mee te komen dan langs dat nauwe, dwingende schoolse pad.

Een deprimerend boek? Ik vind van niet. De Vries laat heel mooi zien hoe een maatschappelijke ontwikkeling als de groei van het onderwijs door iedereen in principe wordt toegejuicht maar op collectief niveau gevolgen heeft die nadelig kunnen uitwerken. Maar naast deze sociologische kick bevalt ook de boodschap mij goed: een pleidooi voor een bezinning over welk belang een verdergaande verschoolsing van de samenleving dient. De beschreven nadelen, zoals diploma-inflatie en de ongelijkheid vergrotende werking van het onderwijs, zijn immers groot. De macht van diploma's zou moeten verminderen. Dan gaan de mensen misschien ook weer meer voor hun plezier leren en studeren.