Geen massagraf in Appèlbergen

DELFT, 6 JULI. De speurtocht naar een massagraf uit de Tweede Wereldoorlog in het natuurgebied Appèlbergen bij het Groningse Haren heeft niets opgeleverd. Dit heeft J.T. Fokkema, hoogleraar mijnbouwkunde aan de TU Delft, vandaag bekendgemaakt. Onder zijn supervisie heeft een groep studenten met een zogeheten grondradar plaatsen onderzocht waar volgens eerder onderzoek mogelijk een graf zou kunnen liggen.

In mei 1943 zijn in het noorden van het land zestien mensen doodgeschoten, omdat ze staakten tegen het wederom in gevangenschap nemen van Nederlandse militairen. Waar de stoffelijke resten zijn begraven is onbekend. Het terrein Appèlbergen in Haren was tijdens de bezetting Duits oefengebied. Het was bekend dat er mensen waren begraven, aldus de gemeentevoorlichter van Haren. Na de oorlog is er ook een massagraf aangetroffen met 19 lijken van mensen die bij de radarpost Trimunt waren doodgeschoten. In 1986 kreeg de gemeente een tip dat er meer mensen begraven moesten zijn.

Archiefonderzoek en het uitkammen van het terrein leverde niets op. Enkele nabestaanden hebben toen de minister van defensie verzocht een fotoverkenning uit te laten voeren. Een F-16 van het 306 fotoverkenningssquadron van de vliegbasis Volkel heeft eerder dit jaar die verkenning uitgevoerd. Op basis van infraroodopnamen hebben ze twaalf locaties aangewezen waar mogelijk bodemverstoringen hadden plaatsgevonden.

Een maand geleden hebben zeven studenten mijnbouwkunde van de TU Delft onder leiding van hun hoogleraar J.T. Fokkema die locaties onderzocht met een grondradar. Dat is een apparaat dat elektromagnetische golven de bodem instuurt en de reflecties daarvan weer opvangt. Uit het patroon van die reflecties kunnen zowel objecten die zich in de bode bevinden, als verstoringen in de gelaagdheid worden vastgesteld. Met de grondradar, die door TNO tegen een "vriendentarief' ter beschikking is gesteld, kan tot vijf meter diep worden gekeken. De metingen werden gecontroleerd aan de hand van bodemmonsters en metingen met andere apparatuur. Ook werd een proefgraf gegraven en weer dichtgegooid, om na te gaan of een dergelijke bodemverstoring inderdaad met de apparatuur zou kunnen worden opgespoord. Dat bleek het geval.

Twee door de luchtmacht aangewezen locaties konden niet worden onderzocht, omdat ze in een moeras liggen. Bij de overige was de grondverstoring niet van dien aard dat er een graf zou kunnen liggen. Wel werd de precieze locatie van het in 1946 gevonden Trimunt-graf teruggevonden. Fokkema is heel stellig over het onderzoeksresultaat: “Waar wij niks hebben gevonden ligt niks. Daar durf ik mijn nek voor uit te steken.”