Financier De Bruin stapt uit olie- en gaswinning

ROTTERDAM, 6 JULI. De Nederlandse financier Cees de Bruin is begin mei uit het off shore-bedrijf Holland Sea Search (HSS) gestapt. Het "controlerend belang' van 37,36 procent dat De Bruin en zijn zakenpartners indirect in HSS hadden, is verkocht aan de Amerikaanse belegger Schneider.

In een vraaggesprek met deze krant heeft De Bruin gezegd niet meer te geloven in de winstgevendheid van de olie-en gaswinning in de Noordzee. “Ons concept voor HSS is achterhaald. Toen wij erin stapten leek de Noordzee een boom-market te worden, maar sindsdien zijn de olie- en gasprijzen niet voldoende gestegen. Daarbij komt dat onze Australische partner zich vooral op de mijnbouw wil richten”, zegt De Bruin.

In 1988 kochten De Bruin en zijn zakenpartner R. Champignon de Crespigny, een Australische mijnbouwmagnaat, zich nog met veel publicitair geweld in bij HSS. De bedoeling van De Bruin en De Crespigny was het destijds noodlijdende beursfonds weer tot leven te wekken, waarbij het Britse Lasmo beide heren als voorbeeld voor ogen stond: deze oliemaatschappij groeide destijds in enkele jaren tijd van 20 miljoen tot 1,3 miljard pond sterling. De eerste jaren werden echter vooral gedomineerd door ruzies met aandeelhouders, onder wie de financiers J.J. Kuijten en L.W. Jenezon.

Het eigendom van de stukken-HSS berust bij het Australische Command Petroleum, dat tot voor kort in handen was van de eveneens Australische houdstermaatschappij Poseidon en - “voor enkele procenten” - van De Bruin zelf. “Toen Poseidon zijn aandelen in Command verkocht aan Schneider heb ik hetzelfde gedaan met mijn stukken”, zegt De Bruin die overigens ook enkele procenten bezit in Poseidon.