Een verhelderend hoorcollege over opera en film

Alle zendtijd die wordt ingeruimd voor de gesel van de televisie, het praatprogramma, mogen ze voor mij meteen omruilen tegen nog een hoorcollege opera en film door de jonge Amerikaanse regisseur Peter Sellars, gevolgd door een derde college enzovoort. Gewoon wat gisteravond te zien was voortzetten; zo eenvoudig zijn goede dingen nu eenmaal. Sinds enkele jaren geleden Sellars' enscenering van Ajax in het Holland Festival te zien was, is er veel en met verwondering geschreven over de energieke regisseur, bij wie de ideeën in ogenschijnlijk tomeloze vaart komen aangewaaid. Voeg bij dit arsenaal aan ideeën een buitensporig analytische geest en een onwaarschijnlijke gevoeligheid voor beeld en muziek, en het kan niet anders of hij slaat de toeschouwer in de ban van zijn artistieke wereld.

Peter Sellars heeft niets anders nodig dan een videorecorder en banden om zijn fascinatie uit te drukken voor Mozart, Händel, Godard, Fred Astaire & Ginger Rogers en Tarkovsky. De beelden kunnen naar believen stilgezet en voortgeswingd worden, telkens weet hij aan elke sequentie betekenis te ontlokken. Nooit eerder hoorde ik iemand zo verhelderend spreken over Godard en de manier waarop hij beeld en geluid splitst, gevolgd door de bijna jaloerse opmerking dat de "onhandige mise-en-scène' van Godard hem altijd als voorbeeld voor ogen heeft gestaan. “Want”, zo betoogde Sellars, “ook in het dagelijkse leven gebeurt alles onhandig en is er sprake van melodrama en kitsch. Wie een bankoverval pleegt, doet dat per definitie onhandig. Mensen beelden in hun werkelijke leven een film na.”

Mozart heeft zijn grote voorliefde. Omdat, volgens Sellars, in de Figaro en in Don Giovanni bijna elke aria gebaseerd is op dansmuziek, die de sociale verhoudingen weerspiegelt. De boerendans voor de lagere klasse, menuet en gavotte voor de hooggeplaatsten. Het drama van Don Giovanni barst los als de titelheld het weerloze meisje van de lagere klasse verkracht, en dat betekent in de muziek: zich haar dans toeëigent. Dan heb ik nog een bladzijde nodig om Sellars visie op Rogers & Astaire toe te lichten: “Ze doen de Griekse mythologie even dunnetjes over.” En sinds gisteravond zal ik altijd aan zijn woorden denken bij de aria "Erbarme Dich' uit de Matthäus Passion. De melodische lijnen van de mezzosopraan verbeelden het huilen. De ritmiek van de basso continuo daaronder, dat zijn de tranen die vallen: plonk, plonk.

Sellars denkt in beelden en hoort bij elk beeld muziek, en hoort almaar door muziek en denkt daarbij in beelden. Of hij nu wel of niet actualiseert, doet niet werkelijk ter zake, zo blijkt uit dit gesprek. Het gaat hem om de emotionaliteit van het heden, om de waanzin van deze tijd waarin wij leven èn met Mozart èn met de opzichtige Trump Tower in New York. Hij heeft een afkeer van kunst, mensen en televisie die handelen in "droge ogen'; voor alles en iedereen die zijn eigen tijd en de gebeurtenissen in de nabije omgeving afstandelijk en zonder kennis of betrokkenheid, slechts klinisch, ervaren. Tot slot kan hij zijn eigen tranen niet bedwingen bij het zien van filmbeelden van Tarkovsky en het beluisteren van Bach. Dan volgt de mooiste opmerking, die getuigt van eerbied voor mensen die iets maken: “Tarkovksy heeft zich het recht verworven muziek van Bach te gebruiken.” De interviewer, die zich aldoor op de achtergrond hield, raakt in de war. Wat is dat, het recht verwerven? Sellars' antwoord schiet tekort. Hij is met zijn hart en ziel verdwenen in zijn emoties. De toeschouwer kan het, na tweeënhalf uur, met gemak voor zichzelf verwoorden.