Economie in Kroatië gehalveerd

De nationalisten die in 1990 overal in ex-Joegoslavië overal aan de macht kwamen, beloofden hun volgelingen zonder uitzondering gouden bergen.

Maar drie jaar verder, en twee jaar oorlog in Kroatië en Bosnië-Herzegovina later, lijkt het inmiddels in vijf afzonderlijke staten opgedeelde Joegoslavië, tot voor kort verreweg het rijkste en kansrijkste van de socialistische landen in Oost-Europa, hard op weg naar de ondergang. Op de verbreking van de economische contacten tussen de verschillende republieken, voor het uitbreken van de oorlog al ingezet met een reeks onderlinge boycots maar vroeger in alle republieken goed voor een derde van de handelsomzet, is niet de beloofde groei van de betrekkingen met het buitenland gevolgd. Integendeel: het buitenland mijdt ex-Joegoslavië als de pest.

Het best is de toestand nog in Slovenië, waar dan ook sprake is van een schoorvoetend begin van buitenlandse investeringen: slechts 200 procent inflatie in 1992, 15 procent werkloosheid, een daling van vijftig procent in het gemiddeld inkomen over de laatste drie jaar en een daling van 42 procent van de industriële productie ten opzichte van 1987.

Daarna wordt de situatie pas echt bedroevend, volgens een onderzoek van het Oostenrijkse Instituut voor Oost- en Zuidoost-Europa. Kroatië, eens beschouwd als de meest veelbelovende republiek, heeft in drie jaar het bruto nationaal produkt zien halveren. De werkloosheid is ongeveer 20 procent, de voor dit jaar voorziene infaltie in de orde van tweeduizend procent.

De Federale Republiek Joegoslavië (Servië en Montenegro), door een internationaal embargo getroffen, ziet in 1993 voor het derde achtereenvolgende maal de industriële productie dalen, met veertig procent, tegen min dertig procent vorig jaar en min tien procent in 1991. De werkloosheid ligt rond de dertig procent, de inflatie is, vooral dankzij het lustig draaien van de bankbiljettenpers, de hoogste ter wereld, vele tientallen miljoenen op jaarbasis. In Bosnië-Herzegovina is op het moment van een meetbare volkshuishouding geen sprake meer.

De verantwoordelijke politici in al deze republieken wijten de ramp het liefst aan externe factoren: de oorlog, die buitenlandse investeerders weghoudt, de bezetting van gebieden, de embargo's etc. Maar wat doen ze eigenlijk in termen van economisch beleid? Een voorbeeld: het eens veelbelovende Kroatië.