Duitsland of Europa

DE VEILIGHEIDSRAAD van de Verenigde Naties kent twee categorieën leden: de vijf permanente leden ofwel de overwinnaars uit de Tweede Wereldoorlog, door een speling van het lot tevens de erkende bezitters van atoombommen, en de wisselende leden.

De permanente leden hebben een vetorecht, zij kunnen ieder besluit van de raad tegenhouden. Dat vetorecht gekoppeld aan de permanente aanwezigheid is uitdrukking van de machtspositie die deze vijf mogendheden in de wereld innemen. Zij beschikken zogezegd over de militaire middelen om raadsbesluiten te blokkeren, het vetorecht mag worden gezien als een volkenrechtelijke verpakking van die positie.

De theorie heeft de werkelijkheid overigens niet altijd gedekt. De Korea-oorlog (1950) werd tegen de wil van de Sovjet-Unie gevoerd en de Suez-crisis (1956) was ook anders verlopen indien de permanente leden Frankrijk en Groot-Brittannië het voor het zeggen hadden gehad.

DE POSITIE VAN de zogenoemde grote mogendheden is praktisch gesproken dus niet altijd eenduidig geweest. Dat is goed om in gedachten te houden bij de op gang gebrachte discussie over uitbreiding van het aantal permanente raadsleden. Het pleidooi van minister Kinkel vorig jaar in de Algemene Vergadering voor een Duits permanent lidmaatschap van de raad kreeg vorige week steun in een officiële verklaring van de Amerikaanse vertegenwoordiging bij de VN. De VS noemen zich daarin voorstander van een ononderbroken aanwezigheid in de raad van Duitsland en Japan, de twee nieuwe economische grootmachten in de wereld. In de verklaring bleef opvallend genoeg het vetorecht van nieuwe permanente leden onbesproken.

Bij de Amerikanen gaat het waarschijnlijk niet uitsluitend om een erkenning van de economische betekenis van beide genoemde landen. Nieuwe leden dienen hun constitutionele problemen met het beschikbaar stellen van blauwhelmen uit de weg te ruimen.

DE DOELMATIGHEID van de raad zou intussen aanmerkelijk worden vergroot als niet Duitsland, maar ingevolge het Verdrag van Maastricht de Europese Unie tot de Veiligheidsraad zou toetreden. Het Verenigde Europa zou dan in het hoogste internationale forum met één stem spreken, aangenomen dat Londen en Parijs als permanent lid terugtreden, wat objectief gezien voor de hand ligt. Als minister van buitenlandse zaken heeft Van den Broek, momenteel lid van de Europese Commissie, al eens gesuggereerd dat de Gemeenschap in de Veiligheidsraad thuishoort. Voor Europa zou formele indiening van een dergelijk voorstel een proef op de som betekenen. Want het beoogde gemeenschappelijke buitenlandse en veiligheidsbeleid zou bij het innemen door de Unie van een permanente zetel in de Veiligheidsraad realiteit moeten zijn.

Natuurlijk, erg realistisch is zo'n plan op dit moment niet. Maar anderzijds voert de discussie die Duitsland en de Verenigde Staten aanzwengelen en waarover Parijs en Londen uitvoerig zwijgen, precies de andere kant uit dan de ontwikkeling van "Maastricht'. Bonn, Parijs en Londen zijn de rest van de Gemeenschap toch in elk geval eerst een analyse schuldig.