De lessen van Cambodja: trainen en samenwerken; “Mag ik de mannen die onze mariniers zware verwondingen toebrachten achterna gaan? Nee.”

Ruim een jaar zitten Nederlandse mariniers in Cambodja ten dienste van de Verenigde Naties. Volgens de huidige plannen kan het bataljon in de loop van de herfst terugkeren naar huis. Wat leren de ervaringen in Cambodja voor de VN-ambities van Nederland?

SISOPHON, 3 JULI. Over enkele weken zouden een paar officieren van de nieuwe luchtmobiele brigade van de landmacht op bezoek komen bij de mariniers in Cambodja om te zien wat de vredestaak van de Verenigde Naties in een ver land inhoudt. Maar het bezoek gaat niet door omdat Nederland in de late herfst zijn militairen terugtrekt. De militaire taak van de VN in Cambodja loopt dan nagenoeg af. Op het hoofdkwartier van UNTAC (het VN-overgangsbewind in Cambodja) maakt men haast om de voorlopige regering van Cambodja en het nieuw te vormen nationale leger te stimuleren om snel eigen verantwoordelijkheid te nemen.

De mariniers in Sisophon zijn er niet rouwig om dat de kersverse stafleden van de luchtmobiele brigade niet in hun keuken komen kijken. Wat moet je met zo'n nieuwe club, die nog nauwelijks getraind heeft in het stof en de hitte van Cambodja, waar wapens ook bij de burgers nog steeds ruim voorhanden zijn, vragen zij zich af. Zij niet alleen.

Minister Ter Beek van defensie is de afgelopen week langs de buitenposten van de mariniers gegaan in het noordwesten van Cambodja en heeft zich op de hoogte gesteld bij het bataljon van 749 mannen en 1 vrouw die uit verschillende eenheden van de mariniers is samengesteld. Toch krijgt Ter Beek de indruk dat het derde bataljon mariniers dat naar Cambodja werd uitgestuurd desondanks homogeen is en zijn taak goed aan kan. Over het gebruik van de term "sprokkelbataljon' maakt hij zich dan ook kwaad.

Maar ook voor hem werd deze week duidelijk dat het korps mariniers geen nieuwe eenheden meer kan leveren. De laatste anderhalf jaar is bijna iedere marinier of in Cambodja of op de Antillen geweest. De Tweede Kamer heeft Defensie gevraagd te onderzoeken of het niet mogelijk is dit elitekorps uit te breiden. Maar Ter Beek deed vrijdagmiddag bij zijn vertrek uit Sisophon geen enkele toezegging. Een derde bataljon kost op jaarbasis 60 miljoen gulden en door de miljarden die aan nieuw materieel voor alle krijgsmachtonderdelen worden uitgegeven, is die ruimte er niet in de begroting, ondanks de wensen van de meerderheid van de Tweede Kamer.

“Wat wij moeten hebben is een groot "kogelvrij vest' voor vredestaken”, zegt de commandant van de mariniers, generaal-majoor R. Spiekerman van Weezelenburg. “Ik bedoel: lichtbewapend, maar beschermd door pantservoertuigen, en helikopters ter beschikking. Landmacht, luchtmacht en marine zullen beter moeten leren om samen te werken. Maar tegelijk waarschuw ik dat de specifieke taken van de mariniers niet verwaarloosd mogen worden. Waarom lukte het in de 40 graden van Cambodja? Omdat we met 30 graden onder nul jarenlang in Noorwegen oefenden. Dat klinkt gek, maar zelfs onze sneeuwwagens deden het hier goed in de moessonmodder.”

Ook Ter Beek en de verkenners van zijn defensiestaf kregen deze week diezelfde indruk. Onder extreme omstandigheden hebben de mariniers al jaren getraind om als hechte eenheid op te kunnen treden. Nergens in de krijgsmacht is de afstand tussen officieren, onderofficieren en manschappen zo klein als bij de mariniers. De oefeningen in de Schotse Hooglanden, voor de kust van Texel, in Noorwegen en voor speciale bijstand in Nederland, gaven de ervaring en teamgeest die de operatie in Cambodja tot een succes maakte.

Nederland heeft het op zich genomen om vier VN-vredestaken tegelijk te kunnen uitvoeren. Uit de ervaringen in Cambodja blijkt dat het niet zeker is of de regering die belofte kan nakomen. Bij de landmacht lopen in de komende jaren meer dan 500 hervormingsprojecten. De luchtmobiele brigade moet het paradepaardje worden van die afgeslankte landmacht. Dat kost meer dan 6 miljard gulden. Nu al spreekt minister Ter Beek van verschillende opdrachten voor die nieuwe luchtmobiele brigade: Bosnië, Cambodja, NAVO- en WEU-taken, samenwerken in de multinationale luchtmobiele divisie. Maar de mannen die met Camel-achtige advertenties zijn geworven hebben nog geen enkele ervaring. Pas deze zomer oefent een aantal eenheden in internationaal verband. En in ander terrein. Vanwege Joegoslavië moeten zij een snelcursus pantserverplaatsing krijgen. Helikopters zijn pas over een aantal jaren in voldoende mate beschikbaar. Begin volgend jaar is er misschien wel een bataljon dat klaarstaat, maar na zes maanden zullen die 700 man ook moeten worden afgelost.

Duidelijk werd deze week in Cambodja dat de Nederlandse krijgsmacht, wil zij voor VN-taken geschikt zijn, op tactisch, administratief, medisch en logistiek terrein dwars door de gescheiden wereld van landmacht, luchtmacht en marine heen moet lopen. Heeft Ter Beek niet zelf gezegd vorig voorjaar dat de krijgsmacht in de toekomst alleen in samenwerking met andere landen kan optreden? Die "aanvullende rol' geldt ook binnen de eigen organisatie, al zijn er maar weinig admiraals en generaals die daar aan willen.

Ook bleek deze week in Cambodja dat de vage richtlijn van "vrede bewaren' een dilemma inhoudt. “Goed, we mogen schieten als we zelf bedreigd worden. Maar wat doe ik tegen inkomend mortiervuur, tegen granaten, tegen sluipschutters? Mag ik die mannen die onze mariniers op 4 mei laf zware verwondingen toebrachten achternagaan? Mag ik mortiervuur met mortiervuur beantwoorden”, vraagt overste Cammaert van het tweede Cambodja-bataljon dat enkele weken geleden naar Nederland terugkeerde. “Nee, dat mag ik niet. Maar bij een VN-operatie in een land waar huurlegers rondtrekken die niet betaald worden, en honderdduizenden burgers over wapens blijven beschikken, is die scheidslijn tussen vrede bewaren en vrede opleggen niet goed te trekken. Je zult de vrede een handje moeten helpen om hem goed te kunnen bewaren en vast te houden.”

Dat is zijn ervaring uit het veld. Maar Cammaert en andere commandanten van de mariniers zijn zich er heel goed van bewust dat dat een politieke beslissing is die veel meer eigen mensenlevens zou kunnen eisen. Is Nederland dan nog wel gereed om op vier plekken tegelijk in de wereld aanwezig te zijn voor vredestaken? Zal de Tweede Kamer dan nog bereid zijn om aan VN-taken die meer geweld kunnen inhouden, haar fiat te geven?

De bijdrage van de Nederlandse mariniers bepaalde mede het succes van de verkiezingen in Cambodja eind mei. Maar de vraag hoe Nederland de toekomstige taken in VN-verband wil uitvoeren en tot welke prijs, blijft even groot aanwezig als bij het vertrek van de mariniers naar Cambodja, nu dertien maanden geleden.