De Bruin spot met het type "snelle zakenman'

Hij heeft niet de naam van een Joep van den Nieuwenhuyzen of een Torstein Hagen. Maar het netwerk van de creatieve bedrijfsfinancier Cees de Bruin omspant wel de hele wereld. De Rotterdammer grossiert in de meest uiteenlopende deelnemingen, van bedrijven voor baby-artikelen tot drukkerijen.

Een kleine honderd bedrijfsnamen telt het bord in de hal van een statig herenhuis aan de Rotterdamse Veerkade. Illustere namen als Dagobert BV geven aan dat hier papieren vennootschappen een verblijfplaats hebben. Het is de zetel van Cees de Bruin, specialist in miljoenenfinancieringen.

Hij financiert net zo makkelijk tientallen miljoenen guldens in de Franse baby-artikelenfabriek Prenatal als de overname van een bouwmaterialenhandel voor de beursgenoteerde bouwer NBM-Amstelland. En ook voor een aardigheidje is De Bruin niet te beroerd zijn geldbuidel te trekken: hij is de financier van Vreugd en Rust in Voorburg, een buitenplaats die gelauwerd met een Michelin-ster de pretentie heeft het beste restaurant van Nederland te zijn.

Insiders meten De Bruin meer financiële armslag toe dan in Nederland veel bekendere entrepeneurs zoals Jan Kuijten, Joep van den Nieuwenhuyzen en Jan Bernard Wolters van Wolters Schaberg. De Bruins netwerk omspant de gehele wereld. Zijn Rotterdamse kantoor is niet meer dan een nederzetting. Het hoofdkantoor van Indofin staat in Geneve, van waaruit een wereldomspannend netwerk wordt bestuurd.

De Bruin wil eigenlijk niet met journalisten praten. “De mensen die ik nodig heb, kennen mij. Zij weten hoeveel geld ik kan genereren.” Omdat De Bruin een bijzondere constructie bij een publiek bedrijf als NBM Amstelland heeft opgetuigd is hij bereid een kleine uitzondering te maken, maar cijfers van zijn conglomeraat houdt hij voor zich. Over de omvang zijn netwerk en de opbrengsten van de deelnemingen bewaart De Bruin altijd het stilzwijgen.“Nee, ook in Genève zult u bij de Kamer van Koophandel niets wijzer worden.”

Als bebrilde, enigzins onhandig overkomende en licht stotterende man lijkt De Bruin te spotten met het type "snelle zakenman'. Zijn scherpe blik en gedegen woordkeus verraadt dat De Bruin een onorthodoxe enterpreneur is. Onder de paraplu van Indofin houdt De Bruin met een groep buitenlandse zakenlieden belangen van doorgaans vijf tot tien procent in bedrijven in Australië, de Verenigde Staten en het Europese vasteland; Europa is goed is voor minder dan de helft van het aantal deelnemingen. De Bruin heeft een lichte voorkeur voor off shore-bedrijven (olie- en gasexploratie). Voor het overige vormen de participaties een bont geheel van ondernemingen, van drukkerijen, goudmijnen, computerfirma's en producenten van transportbanden tot het reeds genoemde Prénatal en het Voorburgse restaurant. De creatieve bedrijfsfinancier, zoals hij zichzelf noemt, heeft tussen de veertig en vijftig commissariaten.

Hoewel de lettergrepen van zijn investeringsmaatschappij Indofin staan voor industrie, onroerend goed en financiering is De Bruin niet actief in het vastgoed en hij is dat ook niet plan te worden. “Ik heb er geen verstand van. Ik vind het ook saai. Het is het verhaal van de kip die tegen het varken zegt: zullen we samen ham-and-eggs maken? Ik geloof niet dat je er echt geld mee kan verdienen, tenzij je gaat handelen.”

De ondernemingsstrategie van De Bruin lijkt gezien de lappendeken van zijn deelnemingen op het eerste gezicht niet veel meer dan het lukraak kopen van belangen in bedrijven. De Bruin: “Er is wel degelijk sprake van strategie: we willen altijd bedrijven met een bijzondere en min of meer beschermde positie op zijn eigen markt. Een bepaalde exclusiviteit van een onderneming is safer voor ons als investeerder. Dat exclusieve kan zitten in een dominante positie die een bedrijf met zijn produkt heeft op een deel van de markt. Of in een sterk eigen merk. Dan wel in een patent of in een produkt dat zo ver is ontwikkeld dat het moeilijk is na te maken.”

Pag 14: "Directies beschermen hun positie'; "Een onderneming is niet meer dan een tijdelijke voorsprong op de concurrentie'

In Nederland heeft De Bruin de meeste bekendheid verworven door zijn activiteiten bij het off shore-concern Heerema en zijn bemoeienissen met de olie- en gaszoeker Holland Sea Search (HSS) en - recentelijk - het bouwconcern NBM-Amstelland.

Als financieel directeur van Pieter Heerema kocht De Bruin eind jaren zeventig grote pakketen aandelen van de bouwconcerns Hollandsche Beton Groep, Ballast Nedam en Volker Stevin, tot grote ergenis van deze bouwers, die de gedachte aan één grote mammoetbouwer verwierpen. “In die tijd heb ik veel contacten opgedaan in financiële kringen, vooral doordat ik vaak in Genève zat. Zonder Heerema had ik mijn huidige relatie-netwerk nooit gehad”, zegt De Bruin. Over de met elkaar gebrouilleerde Heerema-broers wil De Bruin niet meer kwijt dan dat hij “met alle leden van de familie nog contact” heeft.

In 1989 veroorzaakte De Bruin op enkele aandeelhoudersvergaderingen van HSS rumoer bij zijn pogingen om als grootaandeelhouder ook zeggenschap te krijgen in het beursfonds en zijn strategie door te drukken. Inmiddels blijkt De Bruin uit HSS te zijn gestapt, of preciezer gezegd: uit Command Petroleum een maatschappij die weer een 37 procent-belang had in HSS. Dit is typerend voor De Bruin. Nooit is hij een gewone aandeelhouder, altijd heeft hij meer invloed door een buitengewone constructie. Bovendien werkt hij altijd met bevriende partijen. Zo werkte hij in Command Petroleum samen met de Australische mijnbouwmagnaat Champignon de Crespigny. Momenteel wordt De Crespigny tot de rijkste Australiërs gerekend, vooral dankzij florerende goudmijnen. De oprichtersaandelen van de mijn zijn behalve van Crespigny in het bezit van De Bruin.

De Bruin: “Ons concept voor HSS is achterhaald. Toen wij erin stapten leek de Noordzee een boom-market te worden, maar sindsdien zijn de olie- en gasprijzen niet voldoende gestegen. Daarbij komt dat de Australische partner zich vooral op de mijnbouw wil richten.”

Even makkelijk als De Bruin uit een onderneming stapt, komt hij er binnen. In bouwer NBM-Amstelland bouwde hij een aandeel van iets meer dan vijf procent op. Een doorsnee-belegger zou in de Haagse bouwer niet direct een strong buy onderkennen. De markt voor aannemers is in mineur en NBM zelf heeft na jaren van sterke expansie een slechtere vermogenspositie dan veel concurrenten.

De Bruin meent echter dat NBM een bijzondere positie heeft op de doe-hoe-zelf-markt en de bouwmaterialenhandel. NBM wilde graag die laatste poot versterken door het Drentse Roelfsema over te nemen, maar had daarvoor geen geld. Dat zijn momenten dat De Bruin in actie komt: een leuk bedrijf dat zelf niet aan geld kan komen. Hij bedacht een onorthodoxe constructie waarbij Roelfsema met twee handelsdochters ondergebracht wordt in een nieuwe onderneming, NBM-Amstelland Handel en Beheer. Daarin heeft De Bruin met zijn partner Charterhouse een belang van 35 procent. “Op een creatieve manier hebben we de verborgen good will weer zichtbaar gemaakt. De beleggers zijn blijkbaar ook tevreden, want de beurskoers is de laatste tijd flink gestegen”, zegt De Bruin tevreden. “We hopen dat het geen eenmalige transactie is geweest en willen een langdurige investorsrelation met NBM. Als zich in de toekomst bij NBM weer investeringsmogelijkheden voordoen, kan het heel goed zijn dat we weer meedoen.”

Het selecteren van dergelijke "unieke' ondernemingen gebeurt door een groep "buitengewoon goede' analisten op het hoofdantoor in Genève. Het geld voor de aankopen komt uit de kas van Indofin of van mede-participanten, maar wordt niet geleend. “We doen heel weinig met vreemd vermogen en als we schulden maken is dat voor de korte termijn. We werken met veel mede-participanten zoals Charterhouse en grote Franse banken, bij wie we een naam hebben opgebouwd door de grote omvang van de deals die we hebben gedaan”, zegt De Bruin.

De Bruin zegt niet uit te zijn op korte-termijn-beleggingen: “We streven naar duurzame samenwerkingen met een belang van vijf tot tien procent in een bedrijf. Voor een periode van ongeveer vijf jaar zijn we dan kapitaalverschaffer. In Europa zijn we daarin misschien uniek, in de Verenigde Staten zeker niet. KKR bijvoorbeeld (de raiders Kravis, Kohlberg en Roberts die met de miljarden-overnemingen van RJR Nabisco geschiedenis schreven, red.) doet niets meer in buy outs en koopt zich ook met minderheidsdeelnemingen in bij bedrijven”. Veel langer dan vijf jaar duurt de betrokkenheid van De Bruin bij een onderneming doorgaans niet, omdat hij niet gelooft in een langdurig bestaan van een onderneming. “Niets is voor de eeuwigheid. De economie verkeert voortdurend in een dynamisch proces. Kijk naar Philips dat in drie jaar tijd van zijn voetstuk is gevallen. Een onderneming is niet meer dan een tijdelijke voorsprong van een produkt op de concurrentie, waarbij het bedrijf het omhulsel is van mensen die samen iets hebben. Een holding- of concernstructuur zoals de Begemann-groep van Van den Nieuwenhuyzen is een ouderwetse vorm die niet past in een proces van verandering en alleen maar een obstakel is voor noodzakelijke veranderingen: bedrijven verzinnen produkten en diensten om het omhulsel in stand te houden.”

“Wij zoeken alleen naar een financieringsvorm die op dàt moment past bij diè activiteit, maar dat is nooit voor een heel lange termijn vast te leggen.” Tijdens zijn bemoeienissen met een bedrijf wil De Bruin ook graag een vinger in de pap hebben in de directie-kamer, zoals het HSS-management enkele jaren geleden merkte. Nederlandse concern-directies verschansen zich volgens De Bruin achter de muren van beschermingsconstructies en de structuurvennootschap waar commissarissen elkaar benoemen.

De Bruin: “De huidige structuur waarbij de grootaandeelhouders niets te zeggen hebben is negatief: het is goed als er op wordt toegezien dat een directie de winst maximaliseert. Nu beschermt een directie zijn positie en houdt goede ideeën buiten de deur.”

Zo kreeg De Bruin een aantal jaren geleden nul op request bij het staalkabelbedrijf Verto, dat vorige week gedeeltelijk failliet ging. “We hadden een aantal scenario's om de onderneming weer levensvatbaar te maken. Eén van de fabrieken van Verto is de modernste van Europa en heeft daarmee een geweldige positie. De Belgische vestiging was daarentegen een blok aan het been. Die zouden we hebben afgestoten. Maar de directie luisterde niet.”

Hij treurt niet om een gemiste kans. Hij onderneemt geen pogingen om bedrijven open te breken. De Bruin heeft aanbiedingen genoeg. “Ik heb geen zin om als Don Quichotte te vechten tegen windmolens zoals Hagen heeft gedaan bij Nedlloyd.”