Chantage in de liefde

Ahmed Aydin, een 21-jarige man van Turkse afkomst, zit gespannen op zijn stoel voor het hekje.

Er is een forse aanklacht tegen hem ingediend, en hij is niet van plan zich zonder slag of stoot over te geven. Een verkrachter, hij? Wis en waarachtig niet, lijkt hij met elke vezel van zijn lichaam te willen uitdrukken. Maar Aydin heeft op zijn minst de schijn tegen, zoveel wordt snel duidelijk bij de behandeling van zijn zaak door de meervoudige strafkamer van de Haagse rechtbank.

Aydin heeft vier jaar lang verkering gehad met Chama El Fahmi, een Marokkaans meisje. Chama beweert dat ze in die periode ettelijke malen is verkracht en mishandeld door haar vriend. Hij zou haar zelfs tot geslachtsgemeenschap hebben gedwongen met een geladen pistool tegen haar hoofd. Ze durfde niet eerder naar de politie te gaan, omdat Aydin haar zou hebben gechanteerd. Als zij hem zou aangeven, zou hij alles over hun seksuele relatie vertellen aan haar vader. “Dat zou mijn dood zijn geweest”, beweerde Chama later tegen de rechter-commissaris.

“Chama heeft ten slotte toch zelf aangifte gedaan”, zegt de voorzittende rechter, mevrouw mr. J. de Vries, tegen Aydin. “U zegt: het is niet waar.”

“Daar blijf ik bij. Leugens zijn het.”

“U heeft wel bevestigd dat u haar baas bedreigd heeft?”

“Ik heb die man niet echt bedreigd. Ik gebruikte een neppistool en ik heb nooit gezegd dat ik hem zou doodmaken.”

De bedreiging van Chama's baas is niet het belangrijkste onderdeel van de tenlastelegging, maar ze werpt wel een scherp licht op de agressiviteit van Aydin. Op een dag had Aydin zich vervoegd in de winkel waar Chama werkte. Hij eiste haar op en toen haar baas zich ermee bemoeide, begon Aydin te dreigen.

Geen frisse jongen dus, die Aydin, maar dat betekent nog niet dat hij een verkrachter is. De rechter confronteert hem met de verklaringen van Chama en van haar vriendin bij de rechter-commissaris. Die liegen er, op het eerste gehoor, niet om. Chama was vijftien toen ze Aydin leerde kennen. Hij zou zich in de loop van de daaropvolgende vier jaar hebben ontpopt als een ware seksmaniak.

In een kelder bij zijn zuster zou hij haar steeds weer tot seksueel contact hebben gedwongen. Hij kneep haar keel dicht, liet haar een geladen pistool zien en drukte het tegen haar slaap terwijl ze hem oraal moest bevredigen. Chama lijdt aan astma en haar piepende geluiden tijdens de gemeenschap zouden voor Aydin een speciale bekoring hebben gehad. Navrante details waarvan je je bijna niet kunt voorstellen dat een Marokkaans meisje van negentien ze verzint.

Volgens Chama moest ze tot viermaal toe een abortus ondergaan, omdat Aydin en zij geen voorbehoedmiddelen gebruikten.

“Wist u dat ze in verwachting was?” vraagt de rechter.

“Nee.”

“Uw relatie was vaak aan en uit. Klopt dat?”

“Nee.”

In februari 1993 raapte Chama al haar moed bij elkaar en maakte een einde aan de relatie. Toen deed Aydin waar hij al die jaren mee had gedreigd: hij ging naar haar vader en vertelde alles. Chama had toen al het ouderlijk huis verlaten om bij haar vriendin in te trekken. Die vriendin speelt een sleutelrol in de bewijsvoering, omdat zij blauwe plekken bij Chama heeft geconstateerd na ontmoetingen met Aydin. Tegen deze vriendin en tegen haar twee zussen heeft Chama ook verteld over de gedwongen seksuele contacten.

De advocaat van Aydin, mr. H. Knottenbelt, heeft de vader van Chama als getuige laten komen. Hij is een versleten man in een colbertje van twintig jaar geleden. Op sandaalachtige schoenen sleept hij zich voort. Zevenentwintig jaar is hij nu in Nederland, maar nog steeds heeft hij een tolk nodig. De advocaat vraagt hem of hij wel eens blauwe plekken bij zijn dochter heeft gezien. “Ik niet”, zegt hij, “maar haar moeder wel.”

“U zag haar toch regelmatig?” vraagt de advocaat.

“Ze zat vaak op haar eigen kamer.”

Desgevraagd vertelt hij dat Chama al uitgehuwelijkt was aan een jongen in Marokko. Saillant detail is dat óók Aydin al getrouwd is. “Met een tante uit Turkije”, meldt Aydin. “Gewoon iemand die ik niet kende.” Die tante wilde graag naar Nederland en Aydin was bereid een handje te helpen - verder had hij geen boodschap aan haar.

Aydins huwelijk is niet relevant voor deze zaak, maar dat van Chama wèl - althans, volgens de advocaat van Aydin. Hij betoogt dat Chama er belang bij had Aydin verkachting en mishandeling in de schoenen te schuiven. Zij had immers veel tegenover haar ouders te verbergen nu ze geen maagd meer was. Was zij geen gehuwde vrouw die haar eer bezoedeld had?

De advocaat vindt het verder onaannemelijk dat Chama zo vaak verkracht is in de kelder van het huis van Aydins zuster. Die zuster is getrouwd met een man die werkloos thuis zit. Hoe kan het - vraagt de advocaat zich af - dat niemand in dat huis ooit iets gemerkt heeft van de verkrachtingen, die soms meerdere keren op één dag zouden hebben plaatsgevonden?

Volgens de advocaat heeft Chama haar vriend aangegeven om op die manier van hem af te komen. Ironisch genoeg spreekt Aydin zijn advocaaat tegen door met een andere verklaring te komen. Chama had hem met een ander meisje gezien en zou daarom wraak op hem hebben willen nemen. “Ze dacht dat ik haar in de maling nam.”

De stellingen zijn betrokken, de posities liggen vast. Chama (die overigens niet in de zaal aanwezig is) beweert dat Aydin een chanteur en een verkrachter is, Aydin houdt vol dat ze een alibi zoekt voor vrijwillig seksueel contact.

De officier van justitie, mevrouw mr. H. van Verschuer, laat weinig van Aydin heel. Ze noemt zijn gedrag walgelijk. “Hij heeft Chama als een gebruiksvoorwerp behandeld met een absolute minachting voor de persoon.” Ze eist een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van drie jaar.

“Dit heb ik nog nooit meegemaakt”, zegt Aydin in zijn laatste woord dat hij van een papiertje voorleest. “Ik heb veel pijn gehad. Ook mijn ouders. Ik ben nooit eerder in aanraking geweest met de politie. Chama is een leuk meisje, maar sinds ik een ander had, begonnen de problemen. Ik ben geen mishandelaar. Ik hoop dat u ziet wat hier gaande is.”

Zijn advocaat vraagt om opheffing van de voorlopige hechtenis, maar de rechters wijzen dat verzoek na kort beraad af.

(Het vonnis, twee weken later: een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van dertig maanden.)

De namen van de verdachten en getuigen in deze rubriek zijn om redenen van privacy gefingeerd.