Banengroei nadert het nulpunt

ROTTERDAM, 6 JULI. De werkgelegenheid groeit niet meer. In wat het oogstjaar van het kabinet-Lubbers/Kok had moeten worden, blijft de banengroei ver verwijderd van de doelstelling die het bij zijn aantreden koos. In plaats van 100.000 banen erbij, moet dit jaar zelfs rekening worden gehouden met een afname. Daarop wijzen althans de arbeidsmarktgegevens die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gisteren tot en met het eerste kwartaal 1993 presenteerde.

In de vier kwartalen tussen april vorig jaar en dit jaar kwamen er per saldo weliswaar nog 4.000 banen bij, maar sinds september zit de banengroei al in de min en er zijn geen aanwijzingen dat het tweede kwartaal van dit jaar, waarover nog geen cijfers beschikbaar zijn, niet opnieuw rode cijfers zal laten zien.

Er zijn twee arbeidsmarkt-indicatoren waaraan wat dit betreft enige voorspellende betekenis mag worden toegekend: het aantal vacatures en het aantal mensen met een werkloosheidsuitkering. Stabilisatie zou kunnen wijzen op (het begin van) herstel, maar daarvan is geen sprake.

Het aantal vacatures bevindt zich met 47.000 (maart) op het laagste niveau sinds 1984. In absolute aantallen waren het er weliswaar 2.000 meer dan eind december, maar in het recente verleden placht het aantal vacatures in het eerste kwartaal tamelijk sterk toe te nemen. Uit het feit dat zo'n toename zich nu niet voordeed, concludeert het CBS dat er in het aantal vacatures nog steeds een dalende tendens zit.

Ook het aantal werkloosheidsuitkeringen loopt nog steeds op. De toename betreft al maanden vrijwel uitsluitend de WW-uitkeringen (ontslagwerklozen). Eind februari hadden 316.000 mensen een WW-uitkering. Dat was 49.000 meer dan een jaar eerder. De daarop volgende maanden maart, april en mei liep het verschil ten opzichte van het voorgaande jaar op tot respectievelijk 54.000, 57.000 en 59.000 WW-uitkeringen. De toename zet zich dus ook hier nog door.

Vooral in de industrie en in de bouwnijverheid is de ontwikkeling van het aantal banen ongunstig. In beide sectoren verdwenen tussen april vorig jaar en dit jaar samen 30.000 banen, 26.000 in de industrie en 4.000 in de bouwnijverheid. De industriële werkgelegenheid is daarmee verder gedaald tot 1 miljoen banen. Dat komt overeen met 18,1 procent van het totaal van 5,535 miljoen banen.

In de twee grootste banensectoren was in de overeenkomstige periode nog sprake van groei. In de sector overige dienstverlening (met name overheid, gezondheidszorg en onderwijs) nam het aantal banen nog met 21.000 toe tot 1,908 miljoen (34,5 procent van het totaal aantal banen). En in de sector handel, horeca en reparatiebedrijven voor gebruiksgoederen groeide het aantal banen met 15.000 tot 1,075 miljoen (19,4 procent).

Het CBS heeft ook weer een top tien van de meest gevraagde beroepen in particuliere bedrijven en instellingen opgesteld. Het gaat om een telling per ultimo september. Winkelbedienden en verkopers bleven onbedreigd aan kop, net als het jaar daarvoor. Verpleegkundigen en verplegenden rukten op van de derde naar de tweede plaats en boekhouders, kassiers en lokettisten stegen met stip van de achtste naar de derde positie. Werksters en glazenwassers wisten zich op de vierde plaats te handhaven, gevolgd door laders, lossers en magazijnknechten, die in september 1992 nog de tweede plaats bezetten.