Aziz Nesin valt aan Listen, Heft 32. 50 blz. DM ...

Aziz Nesin valt aan Listen, Heft 32. 50 blz. DM 6,80. Jordanstrasse 14, 60486 Frankfurt

De mythe van de typografie De Gids 1993 nr. 4/5. Uitg. Meulenhoff, 447 blz. Prijs ƒ 29,50.

Dwang moet Ons Erfdeel 93/3. 157 blz. ƒ22. Murissonstraat 260, 8931 Rekkem België.

Aziz Nesin valt aan

“Ik denk, dat Turken geen moord zullen plegen uit naam van het geloof” zegt de communistische schrijver en uitgever Aziz Nesin in een interview met het linkse literaire tijdschrift Listen uit Frankfurt. Het vraaggesprek, een aaneenschakeling van aangevertjes, werd al in mei in zijn eigen krant Aydinlik gepubliceerd, om de eerste aflevering van Salman Rushdie's in Turkije verboden Satanic Verses in te leiden. Zoals we nu weten vielen bij de derde aflevering zo'n duizend fundamentalisten het gebouw van Aydinlik binnen, waar ze de boel kort en klein sloegen en enkele medewerkers verwondden. En afgelopen vrijdag bracht een opmerking van Aziz Nesin over de achterhaaldheid van de Koran, op een schrijversfestival in Sivas, een tien keer zo grote menigte op de been - met de burgemeester vooraan - die Nesin wilde lynchen en tenslotte zijn hotel in brand stak: 36 doden en tientallen gewonden. “Ik denk, dat Turken geen moord zullen plegen uit naam van het geloof.”

Nesin, zich welbewust van de rellerige reputatie die hij heeft, zegt in het interview meer dan vijfduizend steunbetuigingen van Turkse intellectuelen uit de hele wereld te hebben ontvangen toen hij bekendmaakte het verboden The Satanic Verses toch te willen publiceren. Natuurlijk was een buiten Turkije gedrukte illegale editie ook mogelijk geweest, maar Nesin (78) wilde nadrukkelijk de regering uitdagen, “omdat Turkije anders steeds verder wegzakt in het moeras van almaar erger wordend fundamentalisme en fanatisme”.

Salman Rushdie toonde zich in het weekeinde verbazingwekkend kalm. Voor de BBC en in The Observer formuleerde hij beheerst zijn verwijten tegen de fundamentalistische moordenaars en tegen Aziz Nesin. Rushdie schrok er daarbij niet voor terug om Nesin voor de voeten te werpen de ramp in Sivas stomweg te hebben uitgelokt. Voor het publiceren van fragmenten uit zijn boek, dat Nesin toegeeft slechts gedeeltelijk gelezen te hebben, is voor de vorm kort tevoren toestemming gevraagd. De vertaler gaf volgens hem niet veel om de Duivelsverzen maar gebruikte het boek als "kanonnenvoer' en "politiek voetbal'.

In Listen zegt Nesin inderdaad niet genteresseerd te zijn in esthetische kwaliteiten. Zijn volgende project is het vertalen en publiceren van een verboden roman van de Egyptische Nobelprijswinnaar Naguib Mahfoez. (M.E.) Listen, Heft 32. 50 blz. DM 6,80. Jordanstrasse 14, 60486 Frankfurt

De mythe van de typografie

Het nieuwste nummer van De Gids is geheel aan typografie gewijd. De 21 auteurs die er aan meewerken lopen echter zó uiteen - van koopman tot geleerde, van twintiger tot tachtiger - en de exclusiviteit van hun stukken is zó beperkt - van het meervoudig gepubliceerde artikel tot de niet meer krakendverse "voorpublicatie' - dat het gemakkelijker is te doorgronden wat de schrijvers tot medewerking heeft bewogen (publiciteit!) dan wat redacteur Theodor Duquesnoy voor ogen heeft gestaan. Het bonte gezelschap bereikt, onbedoeld, vooral een relativering van het thema, maar dat is, zeker gezien het overwegend literaire karakter van De Gids, ook wel op zijn plaats.

Bij drie auteurs, typografen met een gezonde handelsgeest, leidde de opdracht tot een dosis onversneden reclame voor de eigen zaak. In één geval zelfs met vermelding van een kunstsubsidie. De meeste andere contribuanten kozen een bredere invalshoek. Cees van Dijk - auteur van het genoeglijk standaardwerk over de uitgever A.A.M. Stols - schreef over de samenwerking van Stols met John Buckland Wright, snijder van zinneprikkelende nimfen in hout. Kunsthistoricus Marc Adang analyseerde het redactioneel beleid van het modernistentijdschrift 110 (1927- 1929). Typografie speelt in zijn bijdrage geen rol, maar wat doet het ertoe, zijn kroniek van de autocratische schermutselingen van oprichter-hoofdredacteur Arthur Leohning is er niet minder smakelijk om.

Van typograaf Gerrit Noordzij kwam de weerbarstige alleenspraak die van hem verwacht mocht worden. Van Kurt Löb, typograaf en illustrator, een niet minder vertrouwd aandoend fragment uit zijn dissertatie-in-wording over de emigrant-ontwerpers van het interbellum, in dit geval over de oude en bewonderde Henri Friedlaender en de minder bekende en spoorloos verdwenen Paul Urban.

Germaanse materie ook bij Meulenhoff-redacteur Klaus Siegel die opnieuw de relatie beschrijft tussen de estheet/vormgever Melchior Lechter en de dichter Stefgan George, een vroege apostel van de schreefloze letter. Peter Mertens orakelt over het verhoudingsgewijs jeugdige maar steeds exclusiever verschijnende tijdschrift Typ. De enige "typographie pure' leverde Swip Stolk onder een motto van Wim Crouwel: "Typografie is onzichtbaar. Geen gepraat in het ontwerp.'

Wat De Gids als gids duidelijk maakt, is dat typografie geen genoegen hoeft te nemen met een neutrale rol. Integendeel, ze blijkt een effectief instrument bij selectie van lezers en een onweerstaanbare prikkel tot mythevorming. “Het leesplebs dat stellig mijn letter niet kan lezen, zal het boek waarschijnlijk niet kopen. Voor hen zal de inhoud van het werk even raadselachtig blijven als mijn letter.” Melchior Lechter zei het, De Gids citeert het. (K.S.)

De Gids 1993 nr. 4/5. Uitg. Meulenhoff, 447 blz. Prijs ƒ 29,50.

Dwang moet

In Ons Erfdeel kijkt Freddy de Schutter, leraar en pedagogisch begeleider, naar het leesgedrag van Vlaamse scholieren. Een enquête naar niet-verplicht lezen van leerlingen liet zien dat 10 % van hen de literatuur op de voet volgt, 10% regelmatig leest, 20 % af en toe, en 60 % zelden of nooit. De Schutter vraagt zich af of de noodklok geluid moet worden van wege die 60 %, maar eerlijk gezegd lijken die andere 40% af en toe tot vaak lezende scholieren bijna te mooi om waar te zijn. Dat zijn ongeveer 12 enthousiaste leerlingen per klas in de literatuurles!

De Schutter verwijst het verbod op moderne auteurs voor Vlaamse katholieke scholieren naar het rijk der fabelen, en stelt bovendien dat er nu door jongeren beslist niet minder gelezen wordt dan in de jaren zestig. De populaire schrijvers zijn Elsschot (het meest en het langst), Mulisch en Hermans, Couperus en Buysse, Daisne, Hemmerechts en Lanoye. Weinig bemind zijn Claus (moeilijk), Minco (saai), Wolkers (passé), Streuvels, Conscience, Timmermans, Vestdijk (moeilijk), en eindelijk ook Ruyslinck en Vandeloo. Leerlingen mogen volgens De Schutter best gedwongen worden tot lezen; immers "treuren helpt niet', evenmin als paaien, smeken en overreden. Dwang moet zelfs - waarmee hij de verantwoordelijkheid weer bij de leraar legt. (M.E.)

Ons Erfdeel 93/3. 157 blz. ƒ22. Murissonstraat 260, 8931 Rekkem België.