Aspirant-Kamerleden voorzichtig de boer op; Elke partij heeft trucs om ongewenste kandidaten te weren; VVD zit in haar maag met kandidatuur van makelaar H. Mens

De Tweede Kamer is verlaten, het reces begonnen. Maar voor veel politici zal het geen zorgeloze vakantie worden: overleven ze de verkiezingen van volgend jaar? Nieuwe kandidaten liggen op de loer.

DEN HAAG, 6 JULI. Het Nederlandse partijenlandschap is op drift en een grote doorstroming in Kamer waarschijnlijk. Vele politici vragen zich af of ze wel hoog genoeg op de kandidatenlijst voor de verkiezingen van volgend jaar komen, terwijl aspirant-Kamerleden op de loer liggen om lege plaatsen in te nemen. Namen beginnen "te zoemen' in de partijkringen. Een jongere, een vrouw, de regio of een allochtoon: aan selectiecriteria geen gebrek. “Je moet met jezelf de boer op”, zegt A. Romijn die voor de VVD in de Kamer wil. Geboren in 1966 en lid van de jonge vrouwen in de VVD heeft het raadslid van Geldrop twee troeven in hand. Maar veel profileren is gevaarlijk in een politieke subcultuur waar gespeelde bescheidenheid regel is. “Je moet ongemerkt erg veel mensen leren kennen omdat je kandidaat bent, maar niet op iemand afgaan en zeggen: ik ben kandidaat”.

Romijn behoort tot een nieuwe generatie. Het door de VVD verfoeide kabinet-Den Uyl is voor haar geschiedenis, de bewierookte VVD-leider Wiegel kent ze uit overlevering. De Haagse politiek lijkt haar “leuk”, “zakelijkheid” vindt ze de juiste benadering. In de liberale jongerenvereniging, de JOVD, deed ze al ervaring op. Maar van leeftijdsgenoten buiten het politieke circuit krijgt ze steevast dezelfde vraag: “Vind je politiek niet vreselijk saai”. Romijn is de jongste op de groslijst van de VVD die onlangs is opgesteld. En andere partijen, zoals PvdA en CDA, zijn daar deze zomer mee bezig. Bij D66 sluit de aanmeldingstermijn pas eind september. De animo onder de Democraten is groot, ruim 250 D66-leden hebben het formulier aangevraagd om zich als kandidaat te melden. Het valt de politieke partijen echter niet mee om veel jongeren hoog op de lijst te krijgen. Een "baanbrekende generatie' ontbreekt.

Toch is nu de kans het grootst om jongeren op prominente plaatsen te zetten omdat bijna alle partijen de kandidaatsstellingsprocedure centraler hebben gemaakt. Bepaalde kandidaten kunnen vanuit het partijcentrum naar voren worden geschoven, of worden weggedrukt. Zo zit de VVD op het ogenblik in haar maag met kandidaat H. Mens, de makelaar-miljonair uit Lisse die voor de VVD Kamerlid wil worden en meteen daarop minister. Hij gaat een voorkeurscampagne voeren en koopt advertentieruimte in grote bladen. De VVD-top ziet de actie met lede ogen aan omdat het “patserige optreden” van Mens “beeldbevestigend” zou zijn. Men wil liever af van de makelaar die Pavarotti naar Nederland haalde. Mens moet nog verschijnen voor de sollicitatiecommissie onder leiding van ex-minister Van Aardenne die een indeling naar "geschikt' en "ongeschikt' maakt. Als de commissie-Van Aardenne Mens "ongeschikt' verklaart, komt hij niet op de lijst en kan hij niet worden verkozen.

Zo heeft elke partij procedurele truukjes ontwikkeld om protégés te helpen, jongeren en vrouwen wat hoger op de lijst te zetten en ongeleide projectielen buiten de Kamer te houden. Bij de PvdA is de omslag het sterkst. Ooit was bij de sociaal-democraten de "basisdemocratie' heilig en werd de lijst voor de verkiezingen volledig decentraal opgesteld via gewesten. “Dat leidde tot een soort erfopvolging onder gewestelijke PvdA-bestuurders”, zegt R. Hillebrand, wetenschappelijk medewerker aan de Leidse Universiteit die een proefschrift schreef over het proces van kandidaatstelling. PvdA-voorzitter Rottenberg brak de macht van de gewesten en centraliseerde de kandidaatstelling om greep te krijgen op de samenstelling van de toekomstige PvdA-fractie.

In feite is de macht in de PvdA verschoven van de partijbaronnen naar de "vriendjescultuur' om Rottenberg. De ontwerp-lijst wordt opgesteld door het partijbestuur, maar in de praktijk bepaalt de trojka Kok-Wöltgens-Rottenberg de volgorde van de lijst die door het congres in december wordt vastgesteld. Het is de bedoeling dat bij elke tien plaatsen een aantal nieuwelingen zit. Maar Hillebrand denkt dat van die “vele nieuwe gezichten” niet veel terechtkomt. “Er is weinig ruimte en de ervaring leert dat de positie van zittende leden sterk is. Die mensen hebben contacten en zijn moeilijk te passeren. Als Rottenberg zijn hand overspeelt komen er kongsi's op het PvdA-congres voor zittende leden”. Rottenberg heeft intussen functioneringsgesprekken gevoerd met de zittende PvdA-Kamerleden: de meesten willen terugkeren.

Op vragen over zijn zoektocht naar nieuwe gezichten heeft Rottenberg steevast hetzelfde antwoord: “geen commentaar”. Klinkende namen als M. van Dam of A. van der Zwan klinken niet naar vernieuwing. In Rottenbergs eigen intellectuele Umfeld is niet bijster veel animo voor het Kamerwerk te bespeuren. F. Crone, beleidsmedewerker bij VROM en prominent programschrijver, “moet er niet aan denken”. J. de Beus, ook prominent programschrijver en hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam, voelt er evemin iets voor: “Voor politiek moet je een roeping hebben en eelt op de ziel. Het parlement is vaak zelf anti-parlementair. Open debatten vinden plaats in zaaltjes in het land, in de krant of op televisie maar niet in het parlement”. De combinatie van PvdA-adviseur en wetenschapper bevalt hem beter. Dat geldt ook voor R. van de Ploeg, hoogleraar aan de universiteit van Amsterdam en lid van het bestuur van de PvdA. Alleen de Amsterdamse publicist P. Scheffer heeft “gereflecteerd” aan de kandidaatsstellingscommissie van de PvdA. Hij maakt echter duidelijk dat hij zich niet wil storten op inkomensplaatsjes maar de grote discussies wil aanzwengelen in een vrije “Van Mierlo-achtige rol”.

Een andere bron kan het gezelschap PvdA-wethouders zijn. De PvdA-voorzitter prijst geregeld het "wethouderssocialisme'. De afgetreden Haagse wethouder A. Duivesteijn - verantwoordelijk voor een miljoenentekort in de residentie - vindt een plaats op de Kamerlijst “nog niet aan de orde”, terwijl de Deventerse wethouder J. Bugter kiest voor Deventer. Succesvolle PvdA-wethouders staan voor de lastige keus: óf hoog op de lijst bij de raadsverkiezingen óf een ongewis Haags avontuur tegemoet.

Het selecteren van jongeren is voor de PvdA eveneens moeilijk omdat de Jonge Socialisten (JS) - Rottenberg was ooit zelf JS-voorzitter - zich vooral in de marge beweegt als bestrijder van de PvdA. De JS heeft bij de recente plannen voor verandering van de bijstandswet zelfs de officiële banden met de PvdA verbroken. “De PvdA mist gewoon een generatie”, zegt Hillebrand. “Op de vergaderingen zie je de generatie veertigers uit de tijd van Nieuw Links. Die groep is in veel functies blijven zitten, en vormde een gesloten circuit. De opvolgende generatie is er niet”. De JS is volgens hem te veel “luis in de pels” en te weinig een reservoir om nieuw talent te recruteren. “De JOVD en het CDJA voeren in de VVD en het CDA een effectieve lobby. Ze werken al in een partijcultuurtje”.

Het CDJA voert al campagne voor zijn kandidaten binnen het CDA dat deze zomer zijn groslijst opstelt. Een precair proces dat van onderop wordt gevoed met de kandidaten van CDA-afdelingen of CDA-leden die zich direct aanmelden maar dat sterk van bovenaf wordt gestuurd. Het CDJA moet, zoals het Vrouwenberaad van het CDA, sterk lobbyen bij het partijbestuur dat de ontwerp-lijst maakt, in nauw overleg met de fractieleider. Het CDA heeft de meest centrale sturing: partijvoorzitter W. van Velzen en fractieleider Brinkman sonderen, polsen en praten met kandidaten uit CDA-reservoirs zoals maatschappelijk organisaties in onderwijs, landbouw, of gezondheidszorg. Te veel met eigen ambitie in het CDA te koop lopen is niet verstandig: hogere CDA-machten beslissen immers over het lot. En het meest gevoelige is, zeker aan de partijtop, de "bloedgroepvraag': protestant of katholiek? Volgend jaar moet Brinkman (protestant) lijsttrekker worden - en daarmee de tweede op de lijst automatisch katholiek -, gaat Van Velzen (katholiek) weg als voorzitter, terwijl de leider van het CDA-smaldeel in het Europarlement, de katholiek J. Penders, ook weggaat. Het wordt een hele puzzel om de strookjes protestant en katholiek in eerlijke volgorde te leggen.

Het CDJA heeft van deze etiketten minder last. Bij de verkiezingen van 1989 kreeg het CDJA H. Huibers en A. Bijleveld via lobbywerk in de Kamer. Nu is het Groningse raadslid R. Paas (26) CDJA-kandidaat, terwijl J. Bouw (26) volgens het CDJA voor het Europarlement is voorbestemd. In Straatsburg komt een plek voor de CDA-jeugd vrij omdat Europarlementslid M. Verhagen - en dat is reeds door partijmachten geregeld - doorschuift naar de Kamerlijst van het CDA.

Is bij het CDA lobby een dagelijkse vaardigheid, bij D66 is het nog een vies woord. De mogelijkheden voor lobbywerk zijn reglementair aan banden gelegd, het partijblad de Democraat biedt nauwelijks ruimte. De Democraten - die bij de Kamerverkiezingen een grote prijzenpot te verdelen hebben - kennen de meest decentrale procedure. Elk D66-lid mag zich kandideren, over de lijstvolgorde beslissen de leden schriftelijk. De regel is ideaal-democratisch maar sturing is onvermijdelijk: de stemadviescommissie stuurt haar advies met de lijst van kandidaten mee, anders zit de D66-fractie vol met juristen en zonder economen.

Vrijwel het hele D66-hoofdbestuur van ruim twintig leden loopt warm voor een plaats op de lijst, evenals lokale en regionale bestuurders die het hogerop gaan zoeken. “Waar ga jij voor”, is de meest gestelde vraag in D66-kring. “Ik ga voor de Kamer”, zegt N. van 't Riet, de afgetreden wethouder van Utrecht. Voor gevallen D66-wethouders is de Kamer een herkansing.

Ook voor fractiemedewerkers biedt de winst van D66 een kans om zelf parlementslid te worden. A. Bouter, medewerker van de D66'er in het Europarlement J.W. Bertens, maakt van zijn ambitie geen geheim: “ik ga voor Europa”. De procedure van D66 biedt echter jongeren of mensen die weinig bekend zijn aan de partijbasis niet veel kans. “Wie niet door de stemadviescommissie hoog op de lijst wordt gezet heeft geen schijn van kans”, zegt Hillebrand. Want zijn onderzoek wees Hillebrand op een paradox. De volgelingen van Van Mierlo hebben weliswaar een grote afkeer van het verschijnsel lobby maar ze zijn uiterst loyaal tegenover het resultaat ervan. “Als de D66-leden het stemformulier invullen, volgen ze volledig het stemadvies”.