Asbest vooral gebruikt als isolatiemateriaal

Asbest is de aanduiding voor een groep van siliciumhoudende natuurlijke mineralen (silicaten) die vooral in de voormalige Sovjet-Unie, Canada en Brazilië gewonnen worden. Opvallendste kenmerken van de mineralen zijn hun (microscopische) vezelvorm en hun grote chemische stabiliteit en hittebestendigheid.

De toepassing van asbest als isolatiemateriaal (in schepen, maar ook in treinstellen, de industrie en de bouw) en als frictiemateriaal voor remvoeringen en koppelingsplaten nam na de Tweede Wereldoorlog een hoge vlucht. Pas begin jaren zestig werd uit het frequente voorkomen van stoflongen (asbestose) en longkanker onder werknemers in de scheepsbouw die langdurig aan hoge concentraties asbeststof hadden bloot gestaan duidelijk dat inademing van asbestvezels gevaarlijk is. De ongewoon grote latentietijd (de tijd tussen blootstelling en het uitbreken van ziekteverschijnselen) van asbest had dat tot dan verborgen gehouden. Nog steeds speelt die latentietijd (20 tot 40 jaar) een ongunstige rol bij het vaststellen van veiligheidsnormen voor asbest. In de loop van de decennia zijn de te aanvaarden luchtconcentraties asbest (MAC-waarden) regelmatig verlaagd.

Inmiddels geldt de samenhang tussen asbestose, longkanker en mesothelioom (kanker aan long- en buikvliezen) als bewezen. Daarbij schijnt het risico eerder door de fysische dan de chemische eigenschappen van het asbest te worden bepaald. De karakteristieke vezelstructuur van het zogenoemde blauwe asbest is bij uitstek gevaarlijk. Toepassing van blauw asbest is in Nederland daarom verboden in het Asbestbesluit dat in 1978 in werking trad en, onder meer, grenzen stelt aan de concentratie asbestvezels in lucht. Het Asbestbesluit van de Warenwet (1983) stelt verdere eisen aan de verwerkingswijze van asbest. In 1987 verscheen een EG-richtlijn over toepassing van asbest.

Omdat het niet moeilijk bleek veilige vervangers voor asbest te vinden (vooral glas- en steenwol) is de toepassing van asbest in Nederland sterk verminderd. Mondiaal zouden gebruik en produktie echter nog steeds toenemen. (Bron: Chemische feitelijkheden, KNCV)