Afspraken over beschermen Utrechtse Heuvelrug en Veluwe; Minder boeren in Gelderse Vallei

EDE, 6 JULI. Honderden agrarische bedrijven in de Gelderse Vallei zullen moeten worden verplaatst, nog veel meer zullen moeten worden opgeheven. Dat staat in het "Plan van Aanpak voor de Gelderse Vallei' dat gisteren in Ede door de ministers Alders en Bukman en landbouwvertegenwoordigers werd ondertekend.

De ministers verplichten zich met hun handtekeningen de komende 15 jaar 750 miljoen gulden in het gebied te investeren. De landbouworganisaties beloofden van hun kant te gaan werken aan een "duurzamer landbouw'.

De Gelderse Vallei is het 58.000 hectaren grote gebied rond en tussen de gemeenten Amersfoort, Ede, Veenendaal, Barneveld, Nijkerk en Putten. Het ligt precies tussen twee kwetsbare natuurgebieden: de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe. De landbouw in de Vallei zorgt voor ernstige milieuproblemen: de totale zure neerslag is zes tot zeven maal zo hoog als de maximumgrens van het Nationaal Milieubeleids-Plan (NMP). Er zijn op 5000 boerderijen (samen 45.000 hectaren) nu nog zo'n 10.000 boeren en boerinnen actief in vooral de melkveehouderij en de intensieve veeteelt. Sommigen hebben grote, gezonde bedrijven, anderen zijn echter "keuterboeren'. Hun bedrijven zijn zo klein dat het boerenbedrijf slechts een nevenberoep is.

Veel bedrijven voldoen niet aan de normen die het NMP stelt. Ze zouden in de toekomst uiteindelijk toch moeten verdwijnen. De overheid heeft op zo'n "koude sanering' echter geen grip en juist in dit gebied kan ze veel langer duren dan noodzakelijk wordt geacht om de Utrechtse Heuvelrug en de Veluwe te beschermen. “Het zijn taaie boeren in de Vallei”, zegt A. van den Bos van de Regionale Inspectie Milieuhygiëne. “Er zijn bedrijven die bedrijfseconomisch gezien nog geen droge boterham opleveren, maar de boeren willen niet van ophouden weten. Ze hebben geen schulden, dus ze zingen het gewoon uit. Die krijg je alleen weg als je de ME het gebied in stuurt en dat wil natuurlijk niemand.”

Rijk, provincies en gemeenten zijn met de boeren om tafel gaan zitten in de zogeheten Valleicommissie. Er is meer dan vier jaar vergaderd, ruzie gemaakt, voorgelicht en ingesproken. Volgens alle betrokkenen was het een uniek proces omdat de overheid nu eens niet met een kant en klaar plan kwam. “Het was een avontuur”, zegt Gelders gedeputeerde J. van Dijkhuizen. “Wij hebben ook onze nek uitgestoken”, stelt R. Robbertsen, boer en lid van de Valleicommissie. “We hebben als landbouw zaken geaccepteerd die verder gaan dan het geldende beleid.”

Er is in het plan inderdaad voorzien in regio's waarbinnen strengere milieunormen gelden dan de rijksoverheid voorschrijft. Daar staat tegenover dat elders in het gebied soms coulanter wordt opgetreden. Binnen het totale gebied zijn nu zo'n 7000 hectaren als beschermd natuurgebied aangemerkt. De meest "vervuilende' landbouwbedrijven zullen zoveel mogelijk in bepaalde minder zuurgevoelige gebieden geconcentreerd worden.

Voor de verplaatsing krijgen de boeren flinke financiële ondersteuning. De invoering van het Verplaatsingsbesluit - dat de mogelijkheid tot verkoop van mestrechten schept - biedt boeren die willen stoppen daartoe betere mogelijkheden dan voorheen. Verder wordt geld gestoken in omscholingsprogramma's, gaan voorlichters bedrijfsanalyses opstellen met boeren en worden proefbedrijven opgericht waar boeren zich kunnen informeren over duurzamer landbouwmethoden.