Weren van minister d'Ancona is "pr-stunt'; Nederlandse architecten vinden BNA-protest fout

DEN HAAG, 5 JULI. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA) heeft zich vergaloppeerd met zijn kritiek op minister d'Ancona en de Amerikaanse architect Michael Graves, die betrokken is bij de nieuwe huisvesting van het ministerie in het centrum van Den Haag.

Bij de architectuur-talkshow waarmee de stichting Toren van Oud zaterdagavond de Dag van de Architectuur vierde in het nieuwe Theater aan het Spui in Den Haag, werd een "openbare stemming' gehouden. Graves mag blijven. Niet zozeer om de waardering voor zijn werk, lijkt het, maar eerder omdat de actie van de BNA _ minister d'Ancona mocht de BNA-kubus niet komen uitreiken omdat een buitenlandse architect juist voor het cultuurministerie was gevraagd _ verkeerd is gevallen. Overigens was de toespraak die de minister bij de uitreiking van de kubus had zullen gehouden, getiteld "Voorbeeldig opdrachtgeverschap van de overheid'.

Al eerder op de dag had Herman Hertzberger in hetzelfde, door hemzelf ontworpen theater, beide partijen een veeg uit de pan gegeven. De woede van de BNA vond hij een pr-stunt en een staaltje "broodwinningsideologie'. Maar het echte schandaal is het aantrekken van een "prutser' als Graves met zijn "pulparchitectuur van twintig centimeter diep'. “Buitenlandse architecten binnenhalen die Nederlanders laten zien hoe ze moeten bouwen _ dat zou pas een stunt zijn!”

's Avonds in de wandelgangen kwamen de cynische commentaren los. “Graves is over zijn hoogtepunt heen, om niet te zeggen uitgerangeerd. Het tekent vooral de slechte economische situatie op de Amerikaanse bouwmarkt dat hij uberhaupt zo'n opdracht aanvaardt. Tenslotte is het niet meer dan een nieuwe gevel op een bestaand gebouw,” merkte een van de aanwezigen op. En over de rol van de BNA: “Kennelijk is de BNA onder voorzitterschap van Carel Weeber niet meer de Koninklijke Maatschappij ter Bevordering van de Bouwkunst, maar gewoon een vakbond.” De BNA had ook al eerder iets van zich kunnen laten horen, “bijvoorbeeld toen de postmoderne Luxemburger Rob Krier werd uitgenodigd het stedebouwkundige plan voor de LaVi-kavel te maken. Of toen Meier de opdracht voor het Haagse stadhuis kreeg. Is het stadhuis van de hoofdstad van zo veel minder belang dan een verbouwing voor een ministerie? Toch hadden d'Ancona en de Rijksbouwmeester de mogelijkheid van deze weerstand tijdig moeten onderkennen.”

Volgens grafisch vormgever Gert Dumbar waait nog steeds de geest van Calvijn door de Nederlandse architectuur. “Altijd dat vingertje!” Hij draaide de vraag om: “Heren architecten, hoe zit het met uw opdrachten in het buitenland? Met de Nederlandse grafische vormgeving gaat het uitstekend. Als Europa straks groot is, moet u ook ervoor zorgen dat u er werk krijgt.” Uit een onderzoek dat het tijdschrift De Architect in maart publiceerde naar opdrachten van Nederlandse architecten in het buitenland blijkt dat liefst een derde van bijna zeshonderd geenqueteerde bureaus in het buitenland werkt _ vooral in de utiliteitsbouw _ en dat hun aantal toeneemt. Zij ontlenen gemiddeld een vijfde van hun omzet aan die projecten in het buitenland, met name Belgie, Duitsland en Oost-Europa.

Dat er thuis in Den Haag nog een en ander te verbeteren valt, wil de stichting Prix de P. aantonen met haar jaarlijke bekroning van een architectonische of stedebouwkundige gruwel. Dit jaar wonnen twee projecten: de nieuwe kantoren aan de Hoge Nieuwstraat, die zowel in schaal als in uitwerking volgens de jury ver beneden de maat zijn, en de driehonderd meter lange "goot' van de Zwolsestraat, “een luidruchtige, benauwde achterkant” van de Haagse zeekant.