Welbespraakte Rosenmöller maakt diepe indruk

Hij stond als een welbespraakte bewindsman op het spreekgestoelte van de Tweede Kamer.

Paul Rosenmöller, ooit stakingsleider in de Rotterdamse haven en sinds 1989 lid van het parlement voor GroenLinks. Vorige week verdedigde hij met verve het wetsvoorstel van de VVD, D66 en GroenLinks voor meer banen voor allochtonen.

Welgemeende complimenten, van links tot rechts, waren zijn deel. Meindert Leerling, voorman van de Reformatorisch Politieke Federatie en in het Kamerdebat een tegenstander: “Zou Rosenmöller deel uitmaken van een kabinet dan zou hij werkelijk een goed communicator zijn.”

Rosenmöllers gloedvolle, anderhalf uur durende betoog op woensdagmorgen was naar ieders oordeel het aanhoren alleszins waard. Hij verhaalde van een garagehouder in Appingedam die weigert een Turk, Surinamer of Marokkaan met diploma aan te nemen. “Meneer Rinnooy Kan kan hem overtuigen geschoolde allochtonen in dienst te nemen, maar niet verplichten.” In zo'n geval moest een publiek debat over eventuele discriminatie mogelijk zijn.

Het droge verhaal van minister De Vries van Sociale Zaken, die na hem het kabinetsvoorstel verdedigde, vormde met de gloedvolle rede van de linkse parlementariërs die mede namens de (neo)liberalen sprak, een schril contrast.

De kandidaat-lijsttrekker-in-deeltijd voor Groen Links - Rosenmöller heeft zich samen met Leonie Sipkes kandidaat gesteld voor een duo-lijstrekkerschap - werd door alle lof bijna in verlegenheid gebracht. “Ik had liever minder complimenten en meer succes gehad. Er zijn krachten in het spel die door mij niet te benvloeden zijn”, zei hij in tweede termijn, toen hij er nog vast van overtuigd was dat de PvdA met het CDA mee zou stemmen vóór het kabinetsvoorstel.

Om kwart voor drie in de nacht van donderdag op vrijdag kon Rosenmöller alsnog victorie kraaien. Maar hij deed het niet. Hij stelde zich nu plotseling ingetogen op, en vroeg het CDA - dat er op dat moment wel heel bedremmeld bij zat - constructief mee te werken. Toen minister De Vries, wiens wetsvoorstel een publiek debat over individuele bedrijven uitsloot, zich inderdaad constructief opstelde werd hij door de oppositie en de PvdA met geroffel op de Kamerbankjes beloond.

Eén aspect bleef onderbelicht in het debat. GroenLinks, anders op de bres voor het individu en sterk gekant tegen een algemene identificatieplicht, verplicht allochtone werknemers nu zich voortaan als zodanig aan de werkgever kenbaar te maken. (KC)