WAO brengt kabinet in hoogste alarmfase

DEN HAAG, 5 JULI. Het lot van 17.000 chronisch zieke werknemers kan de val betekenen van het kabinet Lubbers/Kok. Hoe onwaarschijnlijk ook, onmogelijk is dit niet, nu verzekeraars en kabinet nog altijd geen akkoord hebben bereikt over het (bij)verzekereren van deze groep en in de Eerste Kamer de neiging om voet bij stuk te houden niet is afgenomen.

De senaat vergadert morgen verder over de wetsvoorstellen voor een vernieuwde Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO). Staatssecretaris Wallage (sociale zaken en werkgelegenheid) heeft vorige week met de portefeuille gezwaaid en hij deed dat namens het kabinet. Komt hij niet met een of ander akkoord of uitzicht op een akkoord met de verzekeraars, dan verkeert het kabinet in de hoogste alarmfase. Dan moet Wallage of afzien van zijn eis dat de Eerste Kamer morgen akkoord gaat met de WAO-plannen, of de Senaat moet inbinden en genoegen nemen met het ontbreken van een adequate regeling voor chronisch zieke werknemers.

Wallage zelf houdt de spanning er in, al was met maar door zwijgzaamheid op dit moment als de grootste deugd te beschouwen. Dat heeft al tot lichte irritatie geleid bij de woordvoerders van CDA en PvdA in de Eerste Kamer, Van der Meulen en Van de Zandschulp, die sinds afgelopen dinsdag niets meer van de bewindsman mochten vernemen. Zij hebben, net als de overige fracties, van de staatssecretaris geëist dat hij iets voor de chronisch zieken regelt, sterker nog: het liefst moet hij morgen een “bindend akkoord op hoofdlijnen” presenteren.

De schatting, van de Verzekeringskamer, dat het hierbij om 17.000 zieke werknemers gaat is een ruwe en niet onomstreden. De verzekeraars zelf houden het op 50.000 en belangenorganisaties komen zelfs op 200.000 uit. De Verzekeringskamer denkt verder dat er jaarlijks ongeveer 1.000 werknemers met een "verhoogd arbeidsongeschiktheidsrisico' bijkomen.

In elk geval is de positie van de meeste chronisch zieken of andere werknemers met een "progressief ziektebeeld' niet in het geding. Bijvoorbeeld niet voor werknemers die onder een CAO vallen waarin het "WAO-gat' is gerepareerd, hetzij via een verzekeraar, hetzij via een pensioenfonds. Zij betalen daarvoor, net als andere werknemers een premie die is afgestemd op de situatie van het bedrijf. Bij grote bedrijven - boven de vijftig werknemers - gebeurt dat zonder enige vorm van keuring of gezondheidsverklaring.

Net als voor andere werknemers geldt voor chronisch zieken ook dat bijverzekeren zinloos is voor de groep van 57 jaar en ouder. Zij krijgen straks, wanneer ze arbeidsongeschikt worden, een WAO-uitkering die even hoog is als de bestaande. Ook voor de leeftijdsgroep daaronder geldt eigenlijk dat zij door anciënniteit een dusdanig hoge WAO-uitkering heeft opgebouwd dat het nut van bijverzekeren twijfelachtig is. Dat laatste geldt ook voor de laagstbetaalden - al dan niet chronisch ziek.

Het "WAO-gat' dreigt wel te ontstaan voor de beter betaalde werknemer van onder de vijftig die (nog) niet is afgekeurd, maar daarop in de toekomst wel een grote kans loopt en voor wie per arbeidsovereenkomst niets is geregeld. Het klassieke voorbeeld vormen patiënten met multiple sclerose. Dat zijn werknemers met een "progressief ziektebeeld': nu nog volop tot werken in staat, maar de kans dat hij of zij dat over tien jaar ook nog is, is meestal klein. Verzekeraars zien hen niet graag komen: slechts tegen onaantrekkelijke premies kan zo'n werknemer zich individueel bijverzekeren.

De schatting van de omvang van deze groep wordt verder bemoeilijkt door de definitie: wanneer is iemand eigenlijk chronisch ziek? Als er een wettelijk geregeld waarborgfonds komt, zoals verzekeraars wensen, zullen zij de neiging hebben zoveel mogelijk werknemers "waar een vlekje op zit' onder deze collectiviteit te laten vallen. Dat beperkt het risico voor de individuele verzekeraar.

Een wettelijke regeling bindt ook buitenlandse verzekeraars die in Nederland actief worden en de pensioenfondsen aan een opslagpremie voor een waarborgfonds, denken de verzekeraars. De pensioenfondsen zijn hun grote concurrent op de markt van de aanvullende verzekeringen tegen arbeidsongeschiktheid. Zij voelen niets voor de opslagpremie, omdat zij via hun collectieve regelingen de positie van de chronisch zieke werknemers al hebben veilig gesteld.

Ondanks alle onzekerheden sluiten de verzekeraars de laatste weken voor miljoenen guldens contracten af. Dat meldt directie-voorzitter drs. J.C. van Ek van de Amersfoortse Verzekeringen. Hij schat dat de commerciële verzekeraars tot dusver samen ongeveer 25 procent van de markt voor reparatie van het WAO-gat hebben veroverd.

De verzekeraars hebben er het afgelopen half jaar fors in genvesteerd. Ze hebben volgens Van Ek gezamenlijk zo'n 150.000 offertes uitgebracht. Uitgaande van een potentiële "reparatiemarkt' van ongeveer vijf miljard gulden is dus tussen de 1 en 1,5 miljard gulden terecht gekomen bij de verzekeraars. “Dat is meer dan ik aanvankelijk had verwacht. De mate waarin het WAO-gat wordt gerepareerd, is me meegevallen, zeker gezien de onzekerheid over de uiteindelijke politieke beslissing”, aldus Van Ek.

Tevredenheid over de WAO-reparatie is er ook bij de bedrijfstak-pensioenfondsen. Ze hebben met ruim 40 procent het grootste aandeel in de reparatie-markt verworven. Nederland telt tachtig bedrijfstak-pensioenfondsen. Ze worden overkoepeld door de Vereniging van Bedrijfspensioenfondsen (VB). “Onze pensioenfondsen tellen ongeveer drie miljoen deelnemers. Voor 2,1 miljoen deelnemers is het WAO-gat gerepareerd via de pensioenregeling. Het bewijst dat we de concurrentie met de verzekeraars goed aan kunnen”, aldus een woordvoerder.

Ongeveer 1.000 bedrijven in Nederland hebben een eigen pensioenfonds. De 250 grootste zijn aangesloten bij de Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen. Volgens secretaris mr. W.A. van Zelst spelen de ondernemingspensioenfondsen in de strijd om de reparatiemarkt nauwelijks een rol. In de eerste plaats omdat het om bedrijven gaat die veelal zijn aangesloten bij de grote werkgeversorganisaties NCW en/of VNO, die van meet af waren gekant tegen collectieve reparatie van het WAO-gat via de pensioenregeling.

En in de tweede plaats omdat de Verzekeringskamer - die toeziet op verzekeraars en pensioenfondsen - liet weten dat pensioenfondsen niet zomaar tot WAO-reparatie op individuele basis mochten overgaan, omdat ze zich dan op verboden terrein zouden begeven. Ze moesten eventuele compensatie van het WAO-gat inbedden in hun pensioenregeling voor het hele collectief.

De opgaven van de verzekeraars en de pensioenfondsen komen erop neer dat voor ongeveer 30 procent van de werknemers in loondienst geen collectieve regeling ter reparatie van het WAO-gat is getroffen. Het gaat daarbij om ruim anderhalf miljoen werknemers, vooral werkzaam in de handel, horeca en automatisering.