"Wachtgelder te zijn is een raar gevoel'; Interview met ROEL IN 'T VELD

Acht dagen duurde het staatssecretariaat van prof. dr. R.J. In 't Veld. Na een politieke rel over zijn neveninkomsten als "bijklussende hoogleraar' trad hij af. “Wat ik de afgelopen jaren heb gepresteerd is vies gemaakt.”

Als je objectief kijkt naar het geld ben ik natuurlijk oneindig beter af dan die ontslagen DAF-arbeider. Maar je zou ook kunnen kijken naar de krenking daarnaast. Ik voel me beduimeld, ik voel ook mijn werk beduimeld. Wat ik de afgelopen jaren heb gepresteerd is vies gemaakt en daar was geen enkele reden voor”. Roel in 't Veld praat aangeslagen, een beetje verdoofd zelfs over zijn achtdaagse carrière als staatssecretaris op het ministerie van onderwijs. “M'n reputatie is aangetast, m'n werk is aangetast en m'n mogelijkheden zijn aangetast.” Hij heeft voor zichzelf alles nog niet op een rijtje gezet. Vaak gingen z'n gedachten uit naar de bestseller van Tom Wolfe, Het vreugdevuur der ijdelheden. “Een paar van die kleine, onaanzienlijke factoren die bij elkaar een ramp veroorzaken.”

De generaal die kwam, zag, maar niet overwon, raapt de brokstukken bijeen. “De hardheid van de politieke subcultuur kende ik, het gebrek aan nuance ook. Maar de mate van weerloosheid niet. Zijn jullie wel eens wachtgelder geweest? Het is een raar gevoel.”

Zondagochtend in een zonovergoten tuin in Leiderdorp. Dezelfde plek waar In 't Veld exact vier weken geleden met zijn gezin aan het barbecuen was toen de telefoon ging. Wim Kok aan de lijn, hoewel hij dat aanvankelijk niet door had. “Hij praatte zo hard dat ik niet goed wist wie het was, dus ik zei maar zoiets van hoe gaat het met je. Pas toen ik begreep wie het was, besefte ik hoe bespottelijk die vraag was.”

Tot dat moment had In 't Veld er geen seconde rekening mee gehouden dat hij gevraagd zou worden. Er werd immers een nieuwe staatssecretaris van sociale zaken gezocht; dat Wallage van onderwijs naar sociale zaken doorschoof was slechts in een zeer kleine kring bekend. Zelf had In 't Veld gegokt op zijn "vakgroepgenoot' Wolfson als opvolger van Ter Veld.

Vijf kwartier bedenktijd nam hij alvorens Kok terug te bellen. De condities waren extreem ongunstig, stelde In 't Veld voor zich zelf vast. Het kabinet had nog maar elf maanden te gaan, plus een behoorlijke kans op een voortijdig einde. Toch zei hij ja. “Mijn vak is bestuurskunde, dat gaat over het functioneren van het openbaar bestuur. Ik leg steeds aan studenten uit waarom je de staat niet mag haten of verguizen. Dan is het toch een beetje lullig om nee te zeggen als je zelf ergens voor wordt gevraagd.”

Een “taxatiefout” stelt In 't Veld nu vast. Maar wel de enige die hij in zijn twaalf dagen durende nachtmerrie heeft gemaakt, vindt hij. “Ik vind dat ik het had moeten voorzien. Ik heb de fase waarin dit kabinet verkeert miskend. Er is de hoog opgelaaide irritatie, dan de eerdere uitlatingen van Kok over bijstandfraude en bijklussende hoogleraren en dan nog de potentiële kwetsbaarheid van wat ik zelf had opgetast in mijn curriculum. Die drie factoren hadden mij er toe moeten brengen om te zeggen: je moet het niet doen. Vooral ook omdat je als eenling binnenkomt. Dat is wat anders dan met veertien ministers en twaalf staatssecretarissen tegelijk beginnen. Waar ik me ook in vergist heb, is de venijnigheid waarmee sommige mensen zich mij herinneren. Dat betekent toch dat in mijn optreden naar hen toe iets heeft gezeten dat ze of diep heeft verontrust, of diep heeft geraakt.”

De enige voorwaarde die In 't Veld aan Kok stelde was een terugkeergarantie bij de universiteit. Dezelfde garantie die prof. Kooijmans eind vorig jaar kreeg toen hij Van den Broek opvolgde als minister van buitenlandse zaken . In 't Veld: “Het is natuurlijk zonde als je vijftien jaar werkloos moet blijven omdat je elf maanden iets anders hebt gedaan.”

In 't Veld reisde nog dezelfde zondagavond af naar het huis van Kok in Amsterdam om samen met hem en minister Ritzen de zaak verder te bespreken. Het befaamde woord "kwaliteitsimpuls' viel die avond niet in de woning van de partijleider. Wel werd er gesproken over een "bredere inzet' die van In 't Veld werd verwacht. “Daar kon ik met wel iets bij voorstellen omdat ik in mijn nevenfuncties op tal van departementen dus adviezen verstrekt had. Toen dacht ik nog, god ja dat is een asset. Misschien kan ik wat intellectuele kracht toevoegen aan argumentatieprocessen en heb ik ook een beetje overzicht van wat er speelt.”

De volgende ochtend zette In 't Veld op verzoek van de secretaris-generaal van het ministerie van onderwijs een brief aan Ritzen zijn nevenfuncties nog eens op een rij met als laatste zin dat hij ze onmiddellijk na aanvaarding van het staatssecretariaat zou opgeven. Vervolgens ging hij naar de notaris om zijn, naar eigen zeggen, “schamele aandelenbezit” van zijn advies-bv in een constructie onder te brengen. “Het is natuurlijk volkomen amusant, ooit was er die kwestie met Lubbers dat ging toen over veel geld.” Hij duidt op het aandelenpakket van Lubbers in het familiebedrijf Hollandia Kloos. “Bij mij ging het maar om twintigduizend gulden. En daarvoor had ik nog een prachtige constructie gemaakt ook.”

Zijn eerste ontmoeting met de pers als staatssecretaris van onderwijs stond bijna geheel in het teken van de uitspraken die hij een week tevoren ijdens een symposium had gedaan over de de rol van de Tweede Kamer. Een interview dat Den Haag Vandaag hem had afgenomen zag In 't Veld met verbazing terug. “Het was verknipt en de volgorde omgedraaid. Maar de politiek reageert wèl op Den Haag Vandaag. Niet op antwoorden op Kamervragen. Als het beeld bepalend is voor wat politici gaan doen, dan ben je een eind van huis. Politici horen zichzelf een beeld te vormen van de werkelijkheid.”

Het is ook wat In 't Veld het meeste stoort in het rumoer naar aanleiding van de publikatie in Vrij Nederland over zijn nevenfuncties, het artikel dat uiteindelijk tot zijn aftreden zou leiden. Ook toen constateerde hij weer de beeldvorming bij de media. “Ik begrijp niet waarom een deel van de journalistiek niet gaat kijken naar het prestatieniveau. Is dat geen interessante vraag? En waarom maakt het geen indruk dat ik van mijn reguliere salaris 100.000 gulden heb terugbetaald aan mijn werkgever? Als een soort compensatie. Ik heb dat van journalisten die zelf bijverdienen nooit gehoord. Maakt dat geen indruk? Waarom was dat geen aanleiding om te zeggen: waar hebben we het eigenlijk over? Dat argument heeft bij niemand indruk gemaakt, bij mij wel.”

Niet bekend

In 't Veld wilde zelf doorgaan. “Ik had met de Kamer kunnen debatteren als Ritzen zou hebben besloten het oordeel op te schorten.” Dat In 't Veld zelf wankelmoedig was, zoals later door Kok in het Kamerdebat over de affaire is gezegd, beaamt hij niet. “Ik blijf bij wat ik in mijn verklaring tegenover de Kamercommissie heb gezegd. Ritzen had een oordeel en Kok heeft zich daardoor laten leiden.” Kortom, hij ging weg omdat hij weg moest van zijn minister. In 't Veld: “Zo is het formeel geregeld.”

“Ritzen heb ik na die donderdag niet meer gezien. Ik heb hem telefonisch nog eens gesproken en we hebben afgesproken dat we er nog over zullen praten. Van Kok heb ik niets meer gehoord. Elke familie heeft zo zijn eigen cultuur”, zegt In 't Veld over zijn partij. In de PvdA wordt weinig tijd besteed aan de nazorg van politici: in 1991 verliet senator De Rijk de Eerste Kamer na 35 jaar, zonder eerbetoon van zijn partij. “Niemand weet nog wie bij wie hoort en dat heb je toch nodig in een organisatie, anders word je een soort postorderbedrijf. Het CDA is als partij het best georganiseerd. Daar zal het nooit gebeuren dat een senator weggaat en geen bloemen krijgt. Dat is er onderdeel van een routine en dat is professioneel aangepakt. Maar de VVD is slordig met mensen, Groen Links is amateuristisch en D66 een beginneling”.

Toch vindt In 't Veld de Nederlandse samenleving “armetierig” zonder PvdA. “Als Rottenberg erin slaagt zijn fantasierijke lijn voort te zetten en de PvdA ruimte schept, heeft de sociaal-democratie een kans. Als er een oorzaak is van het verval van de PvdA, is dat het idee dat die partij de mensen ruimte wil afnemen. De mensen willen af van die betutteling. Ze willen goede scholen, vinden het fijn als de PvdA daar voor zorgt, maar ze willen niet worden doodgedrukt door de overheid.

“De PvdA moet dus anders gaan denken over verdelingsvraagstukken. Ik heb het idee dat in Nederland de sociaal-democratie een soort van "interval-denken' heeft over verdeling. Mensen mogen verdienen tussen x en y. Als het boven y uitkomt dan is er iets vreselijks aan de hand. Dat mag eigenlijk niet. Het idee over wat rechtvaardig is, heeft een interval-karakter en is erg statisch. Je hebt van onderop vangnetten nodig, maar aan de bovenkant moet je niet een deksel op de pot doen. Als ik bij mijn baan wat extra doe, mag ik daar toch wel voor beloond worden. Maar nee hoor, er is een disciplinering zo van: "Mijnheer, u heeft een baan van 38 uur en u wordt niet geacht om daarbuiten iets te doen'.

“De reden dat ik een eigen rechtspersoon had opgericht was dat er binnen de universiteit geen mogelijkheid was om die inkomsten te reserveren. Daarop zei de universiteit: als je een reserve hebt die groter is dan tien procent van het budget dan romen we die af. Enerzijds heb je die klassieke, ambtelijke overheidsorganisatie, maar anderzijds weet je, als je kijkt naar incentives, dat mensen het anders gaan doen. Wat me geweldig stoort is de hypocrisie in die discussie. Er bestaan duizenden bv'tjes, stichtingen en maatschappen rond Nederlandse universiteiten. En weinigen hebben het zo netjes geregeld als ik. Maar die mensen zwijgen natuurlijk als muizen. Je kunt tegen universiteiten niet zeggen: houd je eigen broek maar op want we kunnen als overheid niet genoeg geld geven, maar je mag niet de markt op. Dat wringt. Veel mensen zetten graag alles in twee categoriën, je bent ambtenaar of ondernemer. Maar daarmee misken je een ontwikkeling die zich al tientallen jaren voltrekt in Nederland en zie je niet hoe een toekomstige overheid met een verstandige en slimme samenleving kan omgaan. Je kunt niet gewoonweg terug naar een samenleving anno 1970. Ik vind al die rechtspersonen om universiteiten ook niet zo fraai, maar je moet universiteiten zodanig maken dat je die rechtspersonen niet nodig hebt.

“Er moet veel meer plaats zijn voor ruimtescheppende arrangementen. In het oorspronkelijk socialistische gedachtengoed komt dat "interval-denken' niet voor, daar gaat het om arbeid en kapitaal. De PvdA maakt de fout incentives te miskennen maar het is voor de PvdA essentieel om daar anders over te gaan denken.”

In 't Veld voelt zich het slachtoffer van het interval-denken dat in de PvdA bon ton is. “In een beetje luchtig concept had je kunnen zeggen: die In 't Veld weet veel van bijklussen, hij is dus de ideale man om dat vraagstuk te regelen. Dat kun je waarschijnlijk in België net wel zeggen, in Nederland net niet”.