Turkse schrijver krijgt de schuld van aanslag in Sivas

PAG. 4 PORTRET NESIN SIVAS, 5 JULI. “Aziz Nesin moet worden gestraft”, zegt Ahmet Özturk heftig. “Met zijn provocerende opmerking dat de Koran achterhaald is, heeft hij de islamitische wereld beledigd.” Özturk omschrijft zichzelf als een gematigde sunniet, maar hij wijt de dood van zijn 20-jarige broer, die als receptionist in het vrijdag door moslim-fundamentalistische betogers aangestoken en uitgebrande Madimak hotel in de Oostturkse stad Sivas werkte, wel degelijk aan het optreden van de Turkse schrijver. Met zijn redevoering tijdens een cultureel festival in Sivas gedroeg hij zich als een olifant in een porseleinkast. Sivas, een stad met een kleine half miljoen (grotendeels religieus-georiënteerde) inwoners, kent uiterst gespannen verhoudingen tussen zijn (fundamentalistische) sunnieten en zijn alevieten (de liberalen onder de moslims).

Maar advocaat Süleyman Ates, die uit Ankara is gekomen om zijn bij de brand omgekomen nicht te identificeren, maakt met overslaande stem duidelijk dat dit allemaal onzin is. “Ik betwijfel of het verstandig was van Aziz Nesin om zich in Sivas zo te profileren, maar ik denk dat het in elk geval tot incidenten was gekomen. Rondom het Pir Sultan Abdal-festival, ter herdenking van de 16de-eeuwse dichter en omstreden alevietenleider, was al dagenlang een hetze aan de gang. De aanwezigheid van Nesin was een prachtig excuus voor de religieus-fundamentalisten om met de alevieten af te rekenen.”

De officier van justitie onderbreekt de discussie, die plaatsheeft in de hal van het universiteitsziekenhuis in Sivas, met de mededeling dat de stoffelijke overschotten worden vrijgegeven. In het mortuarium van dit ziekenhuis liggen 17 van de 36 slachtoffers. Aan de achterkant van het gebouw staat een wagen opgesteld van het directoraat voor religieuze aangelegenheden, waar de lijken volgens islamitisch gebruik worden gewassen alvorens ze worden gekist. Ahmet Özturk wordt ondersteund door familieleden en buren als hij zich voor in de lijkwagen zet, waarmee zijn broer naar de moskee en de begraafplaats wordt vervoerd.

De straten van Sivas waren gisteren vrijwel leeg. Soldaten en politiemannen controleren de stad sinds de gebeurtenissen van vrijdag. De bevolking kijkt vanachter de ramen toe. Alleen lukte het groepen jongeren in de alevieten-wijken in het weekeinde om ondanks het uitgaansverbod dat vrijdagavond werd ingesteld maar vandaag gedeeltelijk is opgeheven, tweemaal de straat op te gaan en te protesteren. Hun haat richt zich niet alleen tegen fundamentalisten maar ook tegen de politie, die te laks zou zijn opgetreden tegen de fundamentalistische betogers, die vrijdag massaal het hoofd van Nesin eisten.

Pag 4: Demonstranten in Sivas hadden weinig aanmoediging nodig

De zwartgeblakerde resten van het Madimak hotel in het centrum van Sivas doen sterk denken aan het huis in de Untere Wernere strasse in het Duitse Solingen, waar eind mei vijf Turken door brandstichting om het leven kwamen. In beide gevallen zijn de slachtoffers mensen die ongewenst zijn. Opvallend is dan ook dat de Turkse overheid sterk protesteerde na de moord in Solingen, maar nu doet alsof het hier vooral om een ordeprobleem gaat. Slechts vice-premier Erdal Inüon bracht zaterdag bij een bezoek aan Sivas in de herinnering dat Turkije een islamitische staat is met wereldlijke wetten en dat ook zal blijven. President Süleyman Demirel liet gisteren weten dat er in elk land problemen zijn, waarmee hij weigerde in te gaan op de aard van het probleem: de vrijheid van meningsuiting is in het geding.

Regeringswoordvoerders in Ankara hameren erop dat de brandstichting in Sivas beslist geen uiting is van de spanningen tussen de sunnieten en alevieten. Zij beschouwen het als een incident dat op zichzelf staat. Maar de islamitisch georiënteerde pers - evenals delen van de bevolking - stelt Aziz Nesin expliciet verantwoordelijk. Volgens haar heeft hij zich met zijn opmerkingen van donderdag dat dat de Koran even achterhaald is als de literaire nagedachtenis van Pir Sultan Abdal, als een athest geprofileerd. “En daardoor werden we gedwongen”, zegt de jonge taxi-chauffeur die me met zaterdagnacht van het busstation naar het hotel vervoert, “om hem te doden”.

Dit idee werd ook uitgedragen in de lokale kranten in Sivas die de redevoering van de schrijver tijdens het Pir Sultan Abdal-festival vrijdag met vette koppen op de voorpagina's brachten. Er was dan ook weinig voor nodig om de moslim-fundamentalisten na het wekelijkse vrijdaggebed op de been te krijgen. Na protestdemonstraties leek het erop dat de rust in de loop van de middag terugkeerde, maar in het begin van de avond waren opnieuw duizenden woedende mensen op de been, wat uiteindelijke resulteerde in de brandstichting in het Madimak hotel.

De Turkse pers meldt dat in inlichtingenkringen al wekenlang rekening werd gehouden met incidenten tussen sunnieten en alevieten. Sivas wordt als een belangrijke schakel beschouwd in de strijd voor de invoering van de shari'a, de islamitische wetgeving, in Turkije.

De fundamentalistische moslims zouden zich bovendien gesteund weten door de uitspraken van premier Tansu Çiller (hoewel ze niet accepteren dat een vrouw de regering leidt) tijdens haar verkiezing tot leider van de conservatieve Partij van het Juiste Pad, vorige maand. Çiller liet zich in de afgelopen weken voortdurend ontvallen dat ze de oproep tot gebed (ezan) in elke wijk in Turkije zou willen horen. Anderen wijzen er juist weer op dat de overeenkomst in het regeerakkoord dat het religieuze onderwijs op de lagere en middenscholen niet langer verplicht is, haar prestige in religieuze kringen heeft aangetast.

De brand in hotel Yenigun in de Oostturkse stad Van, waarbij vorige week elf doden en 27 gewonden vielen, is door de eigenaar aangestoken om het verzekeringsgeld op te strijken. Hij had het geld nodig om zijn schulden af te betalen, zo heeft hij bekend. Het hotel werd voornamelijk gebruikt door Russische prostituées, en aanvankelijk werd aangenomen dat lokale fundamentalisten, die de vrouwen hadden gemaand de stad te verlaten, voor de brand verantwoordelijk waren.