TRILLENDE HANDEN, PANISCHE ANGST

In golf heet het de yips, trillende handen die het onmogelijk maken het balletje van geringe afstand in de hole te slaan. In het onderwijs wordt het examenvrees genoemd, de blokkade die alle aanwezige kennis plotseling tegenhoudt. En in het tennis staat het bekend als choken (tsjoken), van het Engelse werkwoord to choke. Op belangrijke momenten elk balgevoel verliezen, twijfelen over iedere slag, panische angst voor elke return. Jana Novotna verloor daardoor zaterdag in drie sets de Wimbledon-finale van Steffi Graf.

Donderdag aan de rand van baan drie van Wimbledon. Een groepje belangstellenden volgt een partij in het juniorentoernooi. Het Zwitserse wonderkind Martina Hingis is hard op weg de ten minste een kop grotere Nino Louarsabishvily uit de Oekrane uit te schakelen. Ze is jonger dan de ballenjongens en -meisjes, veel jonger dan haar tegenstandsters. Toch won de twaalfjarige Hingis een maand eerder de Open Franse kampioenschappen voor junioren op Roland Garros. Er is kritiek dat ze op zo'n jeugdige leeftijd al die zware toernooien afreist.

Zelfs Martina Navratilova naar wie Hingis is vernoemd heeft er een hard oordeel over uitgesproken. Op deze zonnige dag zijn ze tegelijkertijd aan het spelen. Navratilova op het centre court in de halve einstrijd, Hingis in de kwartfinale op een aanpalende baan. Van daaruit is zelfs het verloop van de vrouwenpartij te volgen op het scorebord dat tussen de weelderige klimop aan de muur van de gebouwen in het hart van het park hangt. Novotna heeft de opslag van Navratilova gebroken. Het wordt schouderophalend vastgesteld, want Novotna - weet iedereen die een beetje verstand van tennis heeft - krijgt altijd de zenuwen als ze dreigt te winnen. Ze gaat choken op beslissende momenten, ze kan niet met die druk omgaan.

Naarmate de partij vordert worden zelfs die kenners onrustig, verleggen ze hun interesse naar de hoofdpartij van de dag. Novotna wint, omdat ze fel is blijven spelen en haar voordeel heeft uitgebuit. Een uitgelaten jonge blonde vrouw verschijnt op de persconferentie. Zelfverzekerd, ze was absoluut de beste, had geen medelijden met Navratilova. Kennelijk kun je de choke ontgroeien.

“Het is plezierig te zien dat het haar niet alleen op de training lukt maar ook als het er echt omgaat”, roemde Betty Stöve de 24-jarige speelster met wie ze nog zes maanden heeft gewerkt voordat Hana Mandlikova de coaching op zich nam. Want aan de technische kwaliteiten van Novotna heeft nooit iemand getwijfeld. De in Brno geboren en in het Belgische Schoten (bij Antwerpen) woonachtige speelster heeft het talent, de slagen en de bevlogenheid om een topper te worden.

Met haar agressieve spel, dat snelle opkomen naar het net, brengt ze in het vrouwencircuit heel wat tegenstandsters aan het schrikken waardoor die nauwelijks meer weten hoe ze de bal van achteruit langs haar moeten spelen. Alleen winnen wil niet altijd even makkelijk lukken. Vorig jaar won ze, ondanks haar tiende plaats op de wereldranglijst, niet één toernooi. En in de grand-slams haalde ze tot dit weekeinde slechts één keer de eindstrijd, in 1991 in Australië toen ze van Monica Seles verloor.

Op Wimbledon leverde ze tot aan de finale slechts een set in: aan de Nederlandse Miriam Oremans. Het liep allemaal zo vlot. Misschien kwam het wel omdat de druk vooraf niet zo groot was geweest, zei ze. Na Roland Garros kreeg ze griep, waardoor ze op het grastoernooi van Eastbourne alleen dubbelspel speelde. “Normaal gesproken begint de pers in Eastbourne al naar Wimbledon toe te schrijven, vragen ze aan je: "jij hebt een serve- en volleyspel, hoe denk je dat je het volgende week zal doen?”

Kon ze dat zelfvertrouwen maar eens tot het einde toe volhouden. Maar zoals Boris Becker deze week zijn mentale kracht goeddeels verspeelde in de beladen match tegen zijn landgenoot Michael Stich, zo had de zege in de halve eindstrijd op Navratilova heel veel geestelijke weerstand uit haar gehaald. Die overwinning was een mijlpaal, het betekende - zei ze zelf - misschien wel meer dan het bereiken van de finale.

In zo'n stadium liggen de oude zwakheden op de loer, demonische krachten die de adrenaline in je lichaam neutraliseren, je concentratievermogen oplossen en je hoofd veranderen in een staafmixer waarmee de zo ordelijke gerangschikte gedachten wild door elkaar worden geslagen tot een onbruikbare brei.

Zo ging dat met Jana Novotna in de derde set van haar partij tegen Steffi Graf. Ze had de eerste set nipt, in de tie-break, verloren, speelde in de tweede messcherp, aanvallend en doortastend. Veranderde de drievoudige Duitse Wimbledon-winnares tot een wanhopige finaliste die alleen maar kon hopen dat deze afstraffing kort zou duren. De 6-1 winst van de Tjechische wees daarop, net als de wijze waarop ze naar 4-1 doorstootte in de derde en beslissende set waar ze met 40-30 voorsprong haar eigen opslaggame en daarmee nog maximaal twee games van haar eerste grand-slamzege verwijderd was.

Tot ze door de complete verwarring werd getroffen. Met een dubbele fout, een mislukte volley en een smash in het net schonk ze de cruciale game aan Graf (4-2). Het was een dramatische ommekeer in de partij. Graf was verbouwereerd, vooral toen Novotna in de daaropvolgende game nog eens twee breekpunten onbenut liet (4-3), in haar volgende opslagbeurt drie dubbele fouten sloeg (4-4), geen weerwerk meer bood op Grafs service (4-5) en geheel in de stijl van een instortend gebouw capituleerde op eigen opslag (4-6).

Het was in de traditie geweest van Stöve en Mandlikova werd er gezegd. Stöve verloor haar enige Wimbledon-enkelfinale in 1977 tegen Virginia Wade, Mandlikova verloor in 1986 van Navratilova in de eindstrijd, waardoor dit haar enige grand-slamtoernooi bleef dat ze nooit won. De metamorfose van Novotna sloeg echter alles. Haar tegenstandster was er bijna beschaamd onder. “Ik had eigenlijk al verloren. Je geeft het dan weliswaar niet op, maar je gelooft er ook niet echt meer in”, zei Graf.

Novotna ontkende dat dit een typisch geval van choken was geweest. “Ik heb deze Wimbledon bewezen dat ik op belangrijke momenten de goede spelers kan verslaan. (...) Graf ging in die laatste set plotseling een stuk beter spelen. (...) Nee, ik geloof niet dat dit nu een afschuwelijke ervaring is geweest.”

Hoe anders haar werkelijke gevoelens waren had de wereld toen al gezien. Ze had zich nog maar net ontworsteld aan dat ellendige monster dat de armen en benen verlamt, de logica uit elke beweging haalt en het centrale coördinatiesysteem ontregelt toen de hertoging van Kent de zilveren bonbonschaal onder de arm haar er bij wijze van troost aan herinnerde hoe dicht ze toch wel niet bij de hoofdprijs was geweest.

Ze barstte in tranen uit, kreeg zelfs de vorstelijke schouder aangeboden om op uit te huilen en snikte nog tot laat in de middag na. Tsjechen wisten te vertellen dat haar tranen nog niet op waren toen ze aan het begin van de avond in de kleedkamer zat om de baan op te gaan voor de finale van het vrouwendubbelspel. Die, hoe kan het anders, verloren ging. Want choken is een chronische aandoening, een kwaal die zelden geneest.