Traditie en jury obstakel voor Van Grunsven

AKEN, 5 JULI. Het blijft tobben bij sporten die het moeten hebben van een jurywaardering. Neem nu de dressuursport. Al twintig jaar maakt Duitsland de dienst uit in deze sport. Na de Olympische Spelen van Munchen in 1972, waar de Sovjet-Unie het teamgoud opeiste, zijn de gouden teammedailles op EK's, WK's en Olympische Spelen uitsluitend nog aan Duitsland uitgereikt. Daar zijn natuurlijk verklaringen voor.

Duitsland heeft een rijke cavalerie-traditie, waaruit grote leermeesters zijn ontsproten die rijscholen hebben gesticht en leerlingen onder hun hoede namen. Duitse dressuurruiters staan daarom nu nog steeds bekend om de preciesie in hun rijden. Duitsland beschikt over een benijdenswaardig groot aantal goede ruiters en trainers en over vele opleidingsmogelijkheden voor de jeugd. Aan goede paarden of middelen geen gebrek.

Toch is er nog een andere verklaring mogelijk waarom Duitsland zo lang onaantastbaar aan de top is en blijft. Die verklaring ligt in het aanzien dat de Duitse dressuursport geniet bij juryleden. In Aken leek het soms wel of alleen de Duitse vlag op het zadeldekje van een dressuurpaard een waarborg is voor een hoge klassering. Nu 's werelds beste dressuurpaard Rembrandt van Nicole Uphoff misschien wel definitief geblesseerd is, zou toch het moment aangebroken kunnen zijn voor een doorbraak van een niet-Duitse talentvolle combinatie. Maar het jurycorps schroomde er niet voor om Uphoff met haar tweede paard Grand Gilbert met de extreem hoge score van 71,48 procent als tweede te klasseren achter landgenote Theodorescu met Grunox. Wanneer deze twee amazones het afgelopen weekeinde hadden kunnen gelden als voorbeelden voor de dressuursport, zou de uitslag hebben getuigd van moed en mentaliteit van Uphoff, die zich door de grote tegenslag van de verwonding van haar oude strijdmakker Rembrandt niet uit het veld had laten slaan.

Maar de realiteit was anders. Van de altijd zo geroemde Duitse exactheid, van de foutloze en gedurfde presentatie en van de elegante uitstraling gekoppeld aan kracht, was buitengewoon weinig te bespeuren. Grunox gebruikte de hand van zijn amazone Theodorescu als een soort vijfde been, om extra steun te hebben bij het uitvoeren van de gevraagde inspanningen. En Uphoff demonstreerde meermalen in de wedstrijdpiste dat zij en haar wat luie paard Grand Gilbert het lang niet altijd met elkaar eens zijn. Deze hoge klasseringen gingen ten koste van Anky van Grunsven, de kersverse Nederlandse kampioene, die met haar tienjarige paard Olympic Bonfire haar zinnen heeft gezet op een individuele medaille bij het EK in september. Zij werd derde met 70,68 procent. Hoewel dit een score was die in het hol van de leeuw van Aken nooit eerder was behaald door een Nederlandse dressuurcombinatie, zou een overwinning terechter zijn geweest.

Het Nederlandse dressuurteam eindigde in de landenwedstrijd op dezelfde plaats als het springteam een dag eerder, de tweede. De achterstand op Duitsland, die in Bercelona bijna 500 punten bedroeg, was met 228 tot de helft gereduceerd. Dat was dan het positieve dat Aken opleverde voor de Nederlandse dressuursport. De twee onervaren amazones Strijk en Rothenberger-Gordijn leverden met hoge scores en een individuele tiende en dertiende plaats prachtige prestaties. Zij geven aan dat de Nederlandse dressuursport net als de springsport een bredere top krijgt en daardoor minder afhankelijk is van een of twee topcombinaties.

Van Grunsven liet zich ontvallen dat de Wereldspelen volgend jaar in Nederland precies op het juiste moment komen, namelijk het moment dat het Nederlandse dressuurteam wel eens goud zou kunnen winnen. Zij had daar het voorbehoud bij kunnen maken dat de juryleden een verdergaande progressie dan wel moeten durven waarderen.