Sampras te perfect om nog gepassioneerd naar te kijken

LONDEN, 5 JULI. Als tennissers met hun spel de hoogste graad van perfectie naderen, hun opslag zo zuiver en hard is dat een return tot de zeldzaamheden behoort, sterft de rally een zekere dood. Dan is zelfs de finale van het mooiste toernooi van een ongeëvenaarde slaapverwekkendheid. Dan moet de toeschouwer het geduld van een sportvisser hebben die staart naar zijn dobber in een rimpelloze vijver en eindeloos wacht op dat ene ogenblik van opwinding. Veelal een schitterend moment omdat dan ook werkelijk op het toppunt van het mogelijke wordt gespeeld, maar te zeldzaam om er een hele middag op te kunnen teren.

Pete Sampras heeft dat stadium bereikt. Nu de laatste jaren na hard court ook gravel en gras baansoorten zijn geworden waarop hij zijn kwaliteiten kan laten zien, is hij de allrounder die in elk jaargetijde en bij elk toernooi kan winnen. Maar zijn optimale spel is tevens zijn noodlot. Want Sampras is bijna te goed om gepassioneerd naar te kijken en krijgt daardoor zelden de waardering van het grote publiek die hij eigenlijk verdient.

Wie zo'n opslag heeft, zo'n schitterde forehand, een dergelijk sublieme backhand, een knappe volley, zou eigenlijk telkens opnieuw een staande ovatie behoren te krijgen. Maar hij brengt dat bijzondere produkt in de verkeerde verpakking. Het lijkt bij hem of het vanzelf gaat, zei zijn coach Tom Gullikson ooit, en daarom denkt het publiek dat het hem niet interesseert.

Je zult 'm niet gauw op uitzinnige vreugde betrappen. Zijn blijdschap na zijn eerste Wimbledon-overwinning gisteren tegen Jim Courier was wel het uiterste: minutenlang een lachend gezicht, maar vervolgens weer snel het gelaat in de plooi, de mond als een streep. Een bloemlezing uit zijn commentaar op de zege loog er ook al niet om. “Ik was in vervoering en ik stak mijn armen in de lucht” of “misschien neem ik wel een paar glaasjes champagne”.

Terwijl hij wel reden had om een magnum leeg te slurpen. Sinds hij drie jaar geleden, 19 jaar en 28 dagen jong, de US Open op zijn naam schreef, heeft hij het gevoel gehad die zege te moeten bevestigen. Al enige tijd staat hij op de eerste plaats van de wereldranglijst, maar zo'n computeruitdraai heeft aansprekende resultaten nodig om er die extra dimensie aan te geven. Wimbledon leende zich daar bij uitstek voor. “Er is nog al wat te doen geweest over de computerrangschikking omdat ik op de eerste plaats stond terwijl Courier de Australian Open had gewonnen en finalist was op Roland Garros. Maar ik denk dat dit daar wel een einde aan gemaakt heeft.”

Daarom ook kwam het hem zeer gelegen dat Courier zijn tegenstander was. Al leverde dat geen bijdrage tot een attractievere wedstrijd. Want het mag knap zijn dat de baseliner Courier de finale haalt, op spectaculair spel heeft niemand hem tot nu toe kunnen betrappen. Sampras is de meest getalenteerde, Courier moet het hebben van zijn trainingsarbeid.

Sampras, zoon van een Griekse emigrant, speelt al tennis vanaf zijn zevende jaar. Vanaf zijn negende is tennis zijn leven. Niet omdat hij onder abnormale druk stond van zijn ouders, want hoewel ze hem stimuleerden hechtten ze sterk aan andere waarden in het leven. Ze houden helemaal niet van spanning, kunnen er zelf slecht tegen. Sampras verwachtte dat ze tijdens de finale een wandeling gemaakt zouden hebben, omdat ze stijf staan van de zenuwen als hij moet spelen. Daarom ook zaten ze niet op de tribune in Londen, maar waren ze gewoon thuis in de Verenigde Staten.

Zelf kan hij die spanning opmerkelijk goed aan. Hij is niet bezeten van winnen maar van perfecte slagen, die passen in zijn uitgekiende taktiek. En omdat hij vrijwel elke slag beheerst, kan hij zijn tegenstanders altijd op hun zwakste punt treffen en is hij voor hen zo moeilijk te bespelen. Zo had hij ook de finale op het bloedhete centre court beleefd. Van het ene punt naar het andere gewerkt. De Wimbledon-winnaar sprak dan ook niet over het euforische gevoel dat zegevieren teweeg brengt, maar over “mijn tweede service die vandaag zo goed was” en “mijn return die volgens mij de slag was waarmee ik het toernooi zou winnen” en die hem in zijn partij tegen Boris Becker zo voortreffelijk van pas was gekomen.

Voor Sampras gold altijd dat niet het bereiken van de top, maar verbetering van zijn spel de grootste drijfveer was. Zo ontwikkelde hij zich van een gedegen baseliner tot een van de beste serve- en volleyspelers ter wereld, waarbij de omschakeling van een dubbelhandige- naar een enkelhandige backhand een versnelling bracht in zijn ontwikkeling die bepalend werd voor zijn verdere sportleven. Terwijl hij eigenlijk alleen maar wilde spelen als Rod Laver.

Zijn speltype leent zich voor gras. Vorig jaar reikte hij tot de halve finale. Nu kwam hij via overwinningen op onder anderen Andre Agassi en Boris Becker in de eindstrijd. Het stond vast dat het geen spetterend tennis zou worden. Op gras duren de punten nu eenmaal kort. Met Courier als tegenstander zou dat zeker het geval zijn. Een heel andere wedstrijd ook dan de voorlaatste volledig Amerikaanse finale, in 1984, toen John McEnroe in tachtig minuten korte metten maakte met Jimmy Connors.

In de eerste twee sets braken ze elkaars service niet een keer en bracht de tie-break (7-3 en 8-6) Sampras op een 2-0 voorsprong. Courier had met zijn karakteristieke honkbalslag geen kans gehad het initiatief gehad of genomen, al vond hij op setpoint in de tiebreak van de tweede set dat zijn tegenstander een gelukkige volley had geslagen die de ommekeer in de partij teweeg had kunnen brengen. Maar toen hij de derde set had gewonnen (“Ik verloor mijn concentratie een beetje”, verontschuldigde Sampras zich voor dat schoonheidsfoutje) slaagde Courier er toch ook niet in zijn opponent in verwarring te brengen.

Voor het hoogtepunt van de verder vooral saaie partij moesten de dertienduizend op het centre court wachten tot de achtste game van de vierde set, waarin Sampras de opslag van Courier al een keer had gebroken. Toen er al bijna drie uur gespeeld was, verrasten de twee elkaar en het publiek met de onmogelijkste ballen die zelfs Lady Di op het puntje van haar stoel brachten.

“Misschien heeft ze wel een oogje op me”, veranderde Sampras even in een olijkerd. Het was een enigszins krampachtige poging om nog een beetje de gunst van het Engelse publiek te krijgen die hij had verspeeld door lelijke dingen te roepen na zijn kwartfinalepartij tegen de nationale held Andrew Foster. “Ik denk dat het publiek me gaandeweg aardiger is gaan vinden”, zei hij nog. Waarschijnlijk hadden ze geklapt omdat ze daarmee nog iets om handen hadden dat ze behoedde voor een diepe slaap.