RARA ziet in dat ze er nu alleen voorstaat

ROTTERDAM, 5 JULI. In het "Kommunikee' dat RARA dit weekeinde uitgaf wordt gepleit voor een nieuwe tegenbeweging. Dat pleidooi wordt echter gerelativeerd door een voor radicale actievoerders welhaast ongekend realisme. “Een nieuwe golf van massaal radicaal verzet zoals begin jaren tachtig, is niet in zicht”, constateert de auteur. “Verzet valt niet per proclamatie af te roepen.”

Onduidelijk blijft waar de nieuwe tegenbeweging dan vandaan zou moeten komen. Op menig strijdmakker van weleer hoeft niet meer te worden gerekend. “Een generatie van teleurgestelde en gefrustreerde dertigers/veertigers kruipt bij elkaar op schoot, om wederzijds te bevestigen dat het wel oké is, niet langer te strijden”, stelt de auteur van de vorige week bij Radio Rijnmond bezorgde RARA-verklaring waarin de bomaanslag op Sociale Zaken werd opgeëist. Maar op de jongeren van vandaag rekent RARA ook niet. “Het is nog maar de vraag of de jongeren en studenten die op 8 mei jongstleden in Den Haag demonstreerden, velen onder hen voor het eerst, aldaar "de politiek zijn ingemept' of dusdanig gentimideerd zijn dat ze het voorlopig wel uit hun hoofd zullen laten om voor hun rechten te vechten”, aldus het "Kommunikee'. Als ze al niet eens voor hun eigen rechten vechten, dan zullen ze dat voor die van een ander ook niet licht doen, lijkt de achterliggende gedachte.

RARA probeert het vastgelopen schip van radicaal links weer vlot te trekken. “In deze tijd, waarin een consequent humanist al een politieke radicaal is, is het een eerste vereiste dat er een radicale, permanente en compromisloze oppositie bestaat. In dat politieke krachtenveld proberen we in te breken, met middelen die niemand kan negeren.” Bomaanslagen zijn in deze zienswijze een manier om “compromisloze oppositie” te voeren “tegen een beleid en een politieke cultuur waarin slachtoffers vallen zonder dat er daders bestaan.” De rechtvaardiging van het doelwit van gerichte acties luidt als volgt: “Beleid wordt bedacht en uitgevoerd. Door concrete mensen en concrete instanties”.

Nu de romantiek van de revolutie in verre landen is verdwenen, zowel als concreet perspectief als als inspiratiebron voor links, zullen oppositionele krachten andere doelen en andere motivaties moeten zoeken. “Links in Europa is in zekere zin nu meer op zichzelf teruggeworpen, en zal zich in eerste instantie moeten wortelen in de eigen samenleving. Met meer aandacht voor de eigen ervaringen, geschiedenis, cultuur en traditie. Het bevechten van fundamentele veranderingen in de westerse maatschappijen is niet alleen van belang voor de zelfbeschikking van de landen in de "Derde Wereld'; het gaat ook domweg om de levensvoorwaarden, de vrijheid en zelfbeschikking hier. In die zin: hun strijd, onze strijd, internationale solidariteit.”