Rameau vonkt pas als trommels verschijnen

Concert: Combattimento Consort o.l.v. Jan Willem de Vriend met Ton Koopman (klavecimbel) en Tini Mathot (fortepiano). Programma: werken van Rameau, C.Ph.E. Bach, Unico van Wassenaer en Telemann. Gehoord: 4/7, Concertgebouw Amsterdam.

De muziek van Rameau, Telemann, Van Wassenaer, en al die andere barokcomponisten uit de eerste helft van de achttiende eeuw beluister ik het liefst op een milde zondagochtend tijdens de koffie, of bij voorbeeld als tafelmuziek. Als dit repertoire achter elkaar wordt gezet om als een soort negentiende-eeuws concert en in een negentiende-eeuwse entourage beluisterd te worden, zoals het Combattimento Consort gisteravond deed, moet het wel heel erg goed gespeeld worden, wil het anderhalf uur blijven boeien. Zo niet, dan ontstaat het gevoel dat al die muziek toch wel veel van hetzelfde is. Dan zou, bij wijze van spreken Rameau's levendige Suite uit "Dardanus' gemakkelijk voor Telemann kunnen worden aangezien, en zou Telemanns verrassende Darmstadter Ouverture, met een enigszins gewijzigde naam, net zo goed Rameau's werk kunnen zijn. En de lyrische Concerti armonici van de Nederlandse graaf Unico van Wassenaer zouden evengoed gecomponeerd kunnen door de Italiaan Pergolesi, wat inderdaad vele eeuwen is gedacht.

Het Combattimento Consort speelde zondagavond goed, maar net niet goed genoeg. Bij Rameau vlogen de vonken er pas af toen in de rigaudon, het laatste deel van de suite, een paar trommeltjes tevoorschijn werden gehaald. Alles wat daarvoor had geklonken was weliswaar uitstekend gespeeld, maar ook wel wat braaf. Telemann, aan het eind van het concert, klonk met meer overtuiging. Maar een bewijs dat deze componist ten onrechte in de schaduw van de Grote Bach staat, gaven de musici niet.

Het aardigste was het grillige Concert voor klavecimbel en fortepiano van die andere grote Bach, zoon Carl Philipp Emanuel. De empfindsame componisten uit die tijd hadden niet meer genoeg aan het getingel van een klavecimbel maar wilden door hard en zacht te spelen emoties kunnen uitdrukken. Met het nieuwe instrument werden de snaren niet, zoals bij een klavecimbel getokkeld, maar aangeslagen door kleine hamertjes. Het klavecimbel had zijn langste tijd gehad, de fortepiano bleef alleen over. Dit werk van C.Ph.E. Bach bevindt zich op dat breukvlak. Al moet men bij die eerste fortepiano's niet meteen denken aan een Steinway, de verschillen met een klavecimbel zijn nog vrij gering.

In de uitvoering door het Combattimento wreekte zich het feit dat de musici op moderne instrumenten spelen. Aan de virtuoze solisten (Ton Koopman op klavecimbel, zijn vrouw Tini Mathot op fortepiano) lag het niet, maar het orkest moest zich erg inhouden om de balans goed te houden. Vooral de twee goudglanzende, moderne hoorns hadden de neiging het ingetogen geluid van de toetsinstrumenten te overstemmen.