Principe-akkoord over beperking koffie-export

ROTTERDAM, 5 JULI. De koffie moet duurder worden, vinden Brazilië, Colombia en de Middenamerikaanse landen. Daarom hebben ze gisteren afgesproken vanaf oktober de export met 20 procent te verminderen.

Brazilië en Colombia zijn 's werelds grootste koffieproducenten. Samen met Midden-Amerika verzorgen ze 60 procent van de koffie-export. De Latijnsamerikaanse koffieproducenten maakten gisteren bekend eveneens met Indonesië, de derde belangrijke koffie-exporteur, en met Afrikaanse, Aziatische en Carabische landen gesprekken te voeren om een gesloten front te vormen.

Het principe-akkoord is volgens secretaris R. Vaessen van de Vereniging van Nederlandse Koffiebranders en Theepakkers voorlopig geen reden tot hamsteren. “Voor ons is nog veel van dit akkoord onduidelijk. Hoe gaan ze dat financieren en controleren? Wat doen de landen die de andere 40 procent van de koffie produceren? Ik verwacht niet dat de Nederlandse consument er de komende maanden iets van zal merken. Londen opende vanmorgen maar heel licht hoger, ook de handelaren zijn blijkbaar sceptisch.”

Sinds in 1989 het akkoord over produktiebeperking van de International Coffee Organisation (ICO) in elkaar stortte, zijn de koffieprijzen gestaag gedaald. Kostte een baal van zestig kilogram ten tijde van het ICO-akkoord nog 180 dollar (342 gulden), nu is dat slechts 64 dollar (122 gulden). In vier jaar tijd zijn de voorraden verdubbeld tot bijna twintig miljoen balen.