Politieke argumenten wogen zwaarder dan militaire

De politieke argumenten hebben het voorlopig gewonnen van de technische. De Amerikaanse president Clinton heeft besloten dat de Verenigde Staten tot september volgend jaar geen kernproeven meer doen. Daaraan heeft hij een voorwaarde verbonden: andere staten met kernwapens moeten evenmin nieuwe proeven doen. “Indien het moratorium wordt gebroken door een ander land, zal ik het ministerie van energie opdracht geven voorbereidingen te treffen voor een hervatting van de proeven en daarvoor de goedkeuring van het Congres vragen”, aldus de president.

In de zomer van vorig jaar spraken het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden en de Senaat zich met grote meerderheid van stemmen uit voor een moratorium op kernproeven. In de periode van 1 juli 1993 tot 30 september 1996 zouden in totaal vijftien proeven mogen worden gedaan op voorwaarde dat de president zou komen met een voorstel tot een totaal, wereldwijd verbod op kernproeven. Uit opiniepeilingen blijkt dat meer dan tweederde van de Amerikanen vindt dat de VS zonder kernproeven kunnen.

De verlenging van het moratorium geeft de VS bovenal een politiek instrument in handen om landen die overwegen kernwapens aan te schaffen daarvan te weerhouden en zo een stevig fundament te leggen voor een verlenging van het Non-Proliferatie Verdrag (tegen de verspreiding van kernwapens), die in 1995 haar beslag moet krijgen. Zo zijn de VS momenteel in gesprek met Noord-Korea, dat ervan verdacht wordt kernwapens te willen maken, om dat land te bewegen tot hervatting van het internationale toezicht op zijn nucleaire programma. De Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Warren Christopher, noemde de besprekingen daarover in een vraaggesprek gisteren met het televisiestation NBC “produktief”, al voegde hij er wel aan toe dat ze niet “eeuwig kunnen duren”. “We moeten met alle beschikbare middelen de pressie handhaven”, aldus de minister, die erop wees dat de landen in de Aziatische regio de Amerikanen daartoe aanmoedigen.

Met het moratorium hebben de Verenigde Staten een belangrijk argument in handen om eventuele strafmaatregelen te bepleiten tegen zogeheten "drempellanden', als die hun plannen om kernwapens te maken zouden doorzetten.

Het moratorium ontmoedigt bovendien bestaande kernwapenstaten om hun nucleaire systemen te moderniseren. Clinton maakt door zijn beslissing duidelijk dat het hem ernst is met zijn tijdens de verkiezingscampagne gehouden pleidooi om te komen tot een verdrag over een verbod op kernproeven, het zogeheten Test Ban Treaty.

Tegenstanders van een moratorium zeggen vaak dat het de betrouwbaarheid van het bestaande kernwapenarsenaal ondergraaft. Naarmate er langer geen proeven worden gedaan, neemt de veiligheid van de systemen af, zo is de redenering. De Amerikaanse strijdkrachten willen dat de kernproeven daarom spoedig worden hervat.

Schout-bij-nacht Eugene Carroll, directeur van het Centrum voor Defensie Informatie (CDI) in Washington, noemde dit in september vorig jaar echter een schijnargument. Volgens hem zijn de Amerikaanse wapens “de best beproefde ter wereld”. Hun betrouwbaarheid zou voor een reeks van jaren verzekerd zijn, ook zonder proeven. De proeven die sinds de jaren zeventig werden uitgevoerd, waren vrijwel zonder uitzondering bedoeld om de effectiviteit van de wapens te vergroten - niet om te zien of ze nog wel veilig waren. En de noodzaak tot modernisering is weggevallen aangezien de Sovjet-Unie uiteen is gevallen en Rusland definitief uit de kernwapenrace is gestapt, aldus Carroll.

Tal van deskundigen wijzen er bovendien op dat ook computersimulaties de bestaande wapensystemen een hoge betrouwbaarheid kunnen geven. De betrouwbaarheid van het arsenaal stijgt bovendien doordat de kernwapens die in het kader van de START-1 en START-2 akkoorden worden vernietigd vooral de oude, en dus minder betrouwbare, zijn.

Een ander tegenargument is dat een moratorium sommige bondgenoten het idee zou kunnen geven dat de VS bezig zijn de "nucleaire paraplu' in te klappen. Daardoor zouden ze op den duur in de verleiding kunnen komen zich van eigen kernwapens te voorzien. “Het is (...) belangrijk voor de internationale rust dat noch Japan noch Duitsland in de verleiding komt kernwapens aan te schaffen om zichzelf te beschermen - een verleiding die zich zou kunnen gaan voordoen als de Verenigde Staten hun nucleaire paraplu zouden weghalen”, schreef de voormalige ontwapeningsonderhandelaar Paul Nitze een jaar geleden.

Hij wees er bovendien op dat landen als Libië, Irak en Algerije zich bij hun nucleaire plannen meer laten leiden door de situatie in hun regio dan door het feit dat de Verenigde Staten al dan niet kernproeven doen.

De Amerikaanse regering meent echter dat verlenging van het moratorium het meest effectieve middel is om de proliferatie van kernwapens tegen te gaan. Mocht een ander land toch kernproeven gaan nemen, dan staat het bij voorbaat vast dat ook de VS hun proeven hervatten.

Opvallend was de reactie van de Franse regering op Clintons besluit. Afgelopen vrijdag gaf een commissie uit de Assemblée Nationale nog het advies om op korte termijn de Franse kernproeven te hervatten, aangezien Frankrijk nog altijd ver achter ligt op de Verenigde Staten en Rusland. President Mitterrand en premier Balladur kwamen gisteren echter met een verklaring waarin niet alleen staat dat Frankrijk zijn moratorium handhaaft, maar ook dat zij het eens zijn geworden over de benoeming van een groep militaire en technische deskundigen die moet uitzoeken in hoeverre het Franse nucleaire potentieel op peil kan worden gehouden zonder dat er kernproeven hoeven te worden gedaan. De wel geuite veronderstelling dat Frankrijk tandakkend zat te wachten op opschorting van het Amerikaanse moratorium lijkt daarmee voorlopig gelogenstraft.