Omkoopzaak houdt manager van Olympique in hechtenis

MARSEILLE, 5 JULI. De voorlopige hechtenis van Jean-Pierre Bernès, manager van Marseille, is verlengd.

Bernès, verdacht van betrokkenheid bij een mogelijke omkoping van spelers van Valenciennes, werd vrijdag aangehouden toen hij het ziekenhuis Sainte Marguerite in Marseille verliet.

De beschuldigingen tegen Bernès zijn geuit door Jacques Glassmann, speler van Valenciennes, die beweert dat de manager hem telefonisch geld geboden zou hebben, wanneer zijn club op 20 mei Olympique Marseille geen moeilijkheden in de weg zou leggen. Bij de zaak zijn nog drie spelers betrokken, Eydelie van Marseille, Burruchaga en Robert van Valenciennes.

Robert zou als enige het aangeboden omkopingsgeld geaccepteerd hebben. Een bedrag van 80.000 gulden is aangetroffen in de tuin van zijn schoonouders. Volgens niet door justitie bevestigde verklaringen zou het geld zijn opgeborgen in enveloppen en gebundeld met paperclips, die ook werden aangetroffen in de kantoren van Bernès in Marseille.

De rechterhand van Bernard Tapie zal in het begin van de week van Marseille worden overgebracht naar Valenciennes om de verhoren te kunnen voortzetten. Volgens de advocaten van Bernès, die zaterdag met hun client hebben gesproken, zijn de beschuldigingen van de procureur uit Valenciennes, Eric de Montgolfier, gebaseerd op flinterdunne aanwijzingen. Volgens mr. Jean-Louis Pelletier, bevat het dossier van de aanklager alleen de lijst van telefoongesprekken uit een hotel bij Valenciennes, waar Marseille voor de wedstrijd verbleef. Uit die lijst blijkt dat er van de kamers waar Marseille logeerde, gesprekken zijn gevoerd met het trainingskamp van Valenciennes.

De Franse zondagkrant Le Journal de Dimanche meldde het afgelopen weekeinde dat de oud-trainer van Valenciennes Boro Primorac voor de onderzoeksrechter verklaard heeft dat Bernard Tapie hem geld had geboden wanneer hij de schuld op zich zou nemen. De uit Joegoslavië afkomstige trainer wilde het bericht bevestigen noch ontkennen.

Edouard Balladur, de Franse minister-president, heeft de affaire Marseille-Valenciennes een hoogst ongelukkige gebeurtenis genoemd. “Vooral voor de jongeren, voor wie de sport een ideaal is en die de sportverenigingen beschouwen als een school voor morele en karakterologische opvoeding.”

Balladur wilde niet nadrukkelijk ingaan op de openhartigheid van de procureur uit Valenciennes, Eric de Montgolfier. Hij zei wel: “Ik zou het verkiezen dat justitie in volmaakte stilte werkt en dat de rechten van de beschuldigden volledig gerespecteerd worden.” (AFP/ANP)