Kwetsuur van kopman Once kan tot complicaties leiden bij ploegentijdrit; Ploegleider twijfelt aan herstel Breukink; "Bij het rijden van een proloog heb je overal pijn'

LES SABLES D'OLONNE, 5 JULI. Als altijd bleef Manolo Saiz gisteren de rust zelve, maar de ploegleider van Once maakte zich wel degelijk zorgen over de gekwetste linker knie van zijn oogappel Erik Breukink. Het herstel van het letsel, zo heeft de medische staf van de Spaanse Tourformatie de rondborstige chef d'equipe verzekerd, neemt zo'n zeventig uur in beslag. En aangezien Breukink de blessure vrijdagmiddag opliep - bij de training sneed een Franse automobiliste hem de weg af, waardoor hij tegen een verkeersbord botste - zou de renner in de loop van vandaag weer helemaal fit moeten zijn. Saiz maakte vanmorgen echter de indruk daaraan te twijfelen.

De moeilijke manier van lopen stond hem niet aan, net zo min als de voortdurende klachten van Breukink. Afgelopen zaterdag na de Tourproloog in Le Puy du Fou, waar de Nederlander als dertiende eindigde op 26 seconden van de magistrale winnaar Miguel Indurain, klonk Breukinks relaas nog vrij hoopvol. Vóór de mini-tijdrit over 6,8 kilometer had hij naar zijn zeggen “behoorlijk veel last” gehad van zijn been. “Maar bij zo'n zware inspanning als het rijden van een proloog”, liet hij daar op volgen, “heb je overal pijn. De pijn aan die knie valt dan niet op.” Gisteren finishte Breukink in de eerste etappe naar Les Sables d'Olonne in het spoor van ritwinnaar Mario Cipollini en gele truidrager Indurain, maar de hele dag had hij “die vervelende knie” gevoeld. “Het leidde me van de wedstrijd af.”

De pees over de knieschijf is bij het ongeluk zodanig beschadigd, dat er een ontsteking is ontstaan. Saiz vertelde dat Breukink daarvoor medicijnen krijgt. En uiteraard doet Miguel Angel Rubio, de zeer slechtziende alom geprezen masseur van de blinden-organisatie Once, er alles aan om de kopman in optima forma te krijgen. “Pas in het uiterste geval denken we aan een injectie”, aldus Saiz, die door het ongewilde getob van Breukink voor een dilemma kan komen te staan. Welke opdracht moet hij zijn equipe komende woensdag meegeven? Dan rijden de renners een ploegentijdrit over 81 kilometer, tussen Dinard en Avranches, waarbij het resultaat meetelt voor het individuele klassement. Om Alex Zülle, de ijzersterke coming-man van Saiz, hoog in de rangschikking te houden moet de Spaanse groep zo hard mogelijk fietsen. Met de kans dat de sukkelende Breukink moet afhaken. En definitief is gezien. Of moet de brigade zich juist inhouden om Breukink in de Tourrace te houden?

De gecompliceerde situatie - Saiz wenste er niet op vooruit te lopen - kan binnen een team tot grote irritatie leiden. Denk maar aan de Tour van 1980, toen zich iets soortgelijks afspeelde rond Joop Zoetemelk, dat jaar triomfator van la Grande Boucle. In de ploegentijdrit van Wiesbaden naar Frankfurt (45,8 kilometer) joegen Jan Raas, Gerrie Knetemann, Leo van Vliet en Ludo Peeters van Raleigh het tempo zó hoog op dat zelfs Zoetemelk enkele keren moest lossen. Jopie, een expert in de race tegen de klok, kreeg na afloop van zijn off-day dan ook heel wat gevloek over zich heen, hoewel het team van Peter Post nog het snelste was. “Die Zoetemelk wil de Tour winnen”, tierde het koppel Raas-Knetemann in koor, “pffft, hij kan niet eens in ons wiel blijven.”

Dergelijke boze woorden zal Breukink bij Once nimmer horen. De renner is bijzonder geliefd in het “familiebedrijf”, waar ook de oude Marino Lejarreta een baantje heeft gevonden. En dat terwijl hij vrijwel zeker niet geheel aan de verwachtingen voldoet. De Spaanse sponsor, die Breukink eind 1992 voor vele miljoenen peseta's binnenhaalde, zal met name meer hebben verwacht in de tijdritten van de nationale Vuelta. Breukink werd in die ronde dit seizoen weliswaar tweede in de proloog, maar slechts veertiende (met een achterstand van 3.26 op winnaar Zülle) in de race tegen de klok naar Alto de Navacerrada en vervolgens derde in een tijdrit rond Zaragoza.

Saiz vertelde gisteren desondanks bepaald niet ontevreden te zijn over Breukinks prestaties. Hij somde de successen van zijn leerling op (“eerste in de Ronde van Valenvia, eerste in het Critérium international, eerste in de Ronde van Asturië, eerste bij het Nederlands kampioenschap”) en verwees vervolgens naar Breukinks vorige seizoen. Daarin voldeed de Gelderlander als tijdrijder redelijk in de Vuelta, maar in de Tour stelde hij op die discipline zéér teleur: Breukink werd elfde in de proloog, zesentwintigste in Luxemburg en zevende in Blois. “Voor hij bij Once kwam”, herinnerde Saiz zich, “reed Breukink zijn laatste uitstekende tijdrit in de Grote Prijs Eddy Merckx, in 1991. Daar won hij.” Een paar maanden eerder reed hij nog lang als een speer in een Tourrit tegen het uurwerk. De slotkilometer stortte hij echter volledig in - dat gebeurde één dag voor de beruchte Intralipid-affaire, die het gedwongen afscheid van de ronde betekende.

“Breukink heeft daar een enorme klap gekregen”, stelde Saiz. “Bij PDM zijn twee jaar van zijn carrière kapot gemaakt. Geestelijk en lichamelijk. Ik ben bezig dat te herstellen. Nee, daar heb ik geen psycholoog, psychiater of haptonoom voor nodig. Dat doe ik samen met Erik zelf, zijn vrouw, zijn familie en de ploeg. Ik blijf in hem geloven. Zijn Tourproloog van afgelopen zaterdag? Die was niet slecht. Op het vlakke gedeelte verloor hij welgeteld één seconde op Zülle, nummer twee. Op die col, tja, daar knapte hij een beetje af. Maar wat wil je met zo'n blessure aan je knie? Ik hoop zo dat hij woensdag weer helemaal is hersteld. Het zou best eens kunnen dat Once in die tijdrit een grote rol speelt. En dat Breukink daardoor in het algemeen klassement boven de vedetten als Indurain, Claudio Chiappucci en Gianni Bugno komt. Dat zou een geweldige stimulans voor hem betekenen.”