Knikkende knieën in Eerste Kamer

Morgen worden de knieën van de Eerste Kamer opnieuw op de proef gesteld als staatssecretaris Jaques Wallage en premier Ruud Lubbers de wijzigingen verdedigen van de Wet op de Arbeidsongeschiktheid.

Het machtswoord is al gevallen, de senatoren lijken te moeten kiezen tussen het kabinet of een onbevredigende regeling voor chronisch zieken.

In het verleden begonnen bij Eerste-Kamerleden vaak de knieën te knikken zodra Lubbers voor hen verscheen. Bij het debat in 1989 over de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (de WAO voor zelfstandigen, als het ware) boog de senaat voor het "onaanvaardbaar' van het kabinet, evenals bij het huurdewaardeforfait in 1991. Alleen bij het plan-Simons kon de senaat, bij monde van CDA-fractieleider Kaland, zijn gram halen. Het plan is inmiddels grotendeels "kaltgestellt', zonder dat het kabinet viel. Een Brutus-rol is de senatoren niet op het lijf geschreven.

Toch speelden ze die rol deze eeuw enkele keren. In 1907 verwierp de senaat de begroting van de minister van Oorlog, hetgeen leidde tot een kabinetscrisis. Het kabinet-De Meester keerde terug omdat er geen alternatief was, maar de minister van Oorlog, Hendrik Pieter Staal, moest vertrekken. In 1927 botste de senaat opnieuw met de regering wegens het sluiten van de Waterverdragen met België. De Tweede Kamer had deze goedgekeurd, maar volgens de "overzijde' waren ze té voordelig voor Antwerpen. Een grote meerderheid van de senaat (33 tegen 17) wees het verdrag van de hand. Voor de minister van buitenlandse zaken, Jhr. van Karnebeek, was dit aanleiding om af te treden.

In 1958 struikelde een bewindsman in de senaat op de zogenoemde "helmenaffaire'. Bij de behandeling van de begroting van het ministerie van Oorlog was er scherpe kritiek op het beleid van minister Staf en zijn staatssecretaris Kranenburg (PvdA). Kranenburg werd door Kamerleden verantwoordelijk gesteld voor de aankoop van ondeugdelijk materiaal voor het leger. In de Tweede Kamer was Kranenburg al flink onder vuur genomen. Hij was echter niet bij het debat aanwezig wegens verblijf in de VS, wat als bewijs van diens onhoffelijkheid jegens het parlement werd gezien. In de senaat was de verontwaardiging nog groter. Volgens Kamerlid De Gou (KVP) kon het land geen staatssecretaris gebruiken “wiens tekortkomingen door het hele volk geconstateerd kunnen worden”.

Sindsdien zijn er geen leden van het kabinet afgetreden na een conflict met de Eerste Kamer, laat staan dat een kabinet viel in deze chambre de reflexion. De twee WAO-senatoren Van de Zandschulp (PvdA) en Van der Meulen (CDA) wacht een historisch ogenblik als hun knieën morgen niet knikken in de confrontatie met de premier. (DJE)